Feestnummer over Pelé
Het klinkt ook ons onwaarschijnlijk in de oren, maar dit is Hard Gras nummer 50.
Meer dan zesduizend bladzijden, bijna drie miljoen aan voetbal gewijde woorden
liggen achter ons en het einde is nog niet in zicht. Vandaag is Pelé onze gast, een
niet onomstreden hoofdpersoon wiens bekendheid zo overweldigend is dat in een
New Yorkse hotel-lobby Robert Redford er in zijn schaduw in slaagde volkomen
onopgemerkt de lift te bereiken, zo lezen we in het stuk van Arthur van den Boogaard
over Pelé en diens lijfwacht in de zomer van 2006: Bertus Holkema. Opnieuw
introduceren we een hier onbekende voetbalschrijver, de in Manhattan wereldberoemde
uitgever David Hirshey, een soort David Halberstam met humor.
Tijdens
Michel van Egmonds speurtocht naar Pelés avonturen in Nederland vond hij
hilarische taferelen, wat meer ligt aan Van Egmonds schrijftalent dan aan Pelés komische
inhoud. De body van dit nummer wordt gevormd door het onovertroffen proza van de inmiddels
in Australië woonachtige August Willemsen, die hoe ver weg hij ook is een scherp oog blijft
richten op zijn geliefde kanaries.
Pelé behandelt hij met de harde hand van de man die zegt: ‘Was Ich liebe, dass necke Ich.’