Eens in de zoveel tijd presenteert Hard Gras een nummer met losse verhalen. Dat biedt ons de gelegenheid om nieuw talent te tonen en om oude oorlogspaarden van stal te halen.Toen wij onlangs op het Spui in Amsterdam een desperate Jos de Putter tegenkwamen, Feyenoord had weer eens een speler an wereldklasse laten lopen, meenden wij in de losbarstende woordenstroom de contouren van een verhaal te zien. Het resultaat staat in dit nummer, een magistrale klaagzang van een begenadigd schrijver die het rauwe bestaan van een Feyenoord-supporter definieert. Mocht dit de opmaat tot een boek zijn, dan zal dit zonder enige twijfel tot de klassiekers van de Nederlandse sportliteratuur gaan behoren.
Michel van Egmond kunnen we geen jong talent meer noemen, daarvoor heeft hij in Hard Gras al te veel van zijn schrijftalent blijk gegeven; hetzelfde geldt natuurlijk voor Marcel van Roosmalen, wiens journalistieke status na het Vitesse-nummer voorgoed is gevestigd. De nieuwe naam in dit nummer is van Mariëlle van Bussel. Zij heeft twee boeken in voorbereiding die allebei over Jong Oranje gaan. Dat zij op weg is een toonaangevend voetbalschrijfster te worden laat zij zien in het tot weemoed stemmende stuk over de Ghanees Anthony Obodai, voetballer bij Sparta, inwoner van Diemen-Zuid.