Arthur van den Bogaard
'... net zo goed worden als Duncan Edwards'
Zonder Duncan zou hij lelijk zijn gevallen. Tommy Tay lor, centrumspits van Manchester United en het Engelse nationale team en met een transferbedrag van 29 999 pond de duurste speler van het elftal, liep over de landingsbaan van het vliegveld in München, toen hij ineens zijn evenwicht verloor. Op de vliegtuigtrap had Taylor de koude wind gevoeld; minuscuul kleine sneeuwvlokjes prikten op zijn gezicht. Maar op gladheid had hij niet gerekend. De persoon achter hem wel. Gelukkig.
Op het moment dat de voeten van de 26-jarige Taylor omhoogschoten, had een grote sterke hand hem in de kraag gevat. De schok van het achterovervallen veranderde in de geruststelling dat hij werd opgevangen. Tommy Taylor werd met een soepele beweging weer op beide benen gezet. Duncan Edwards had hem gered.
Wie anders dan hij ook. Op Duncan kon je vertrouwen. In het veld, omdat hij nooit te beroerd was fouten van anderen te herstellen. Ook al stond hij meestal linkshalf, in een wedstrijd bestreek hij het gehele veld. Aanval, verdediging, overal waar de bal was, wilde Duncan zijn. Maar ook buiten het veld was hij betrouwbaar. Mogelijk door de leeftijd – 21 jaar pas – en de bijbehorende argeloosheid. Duncan behandelde de mensen in zijn omgeving zoals hijzelf naar de wereld keek, opgewekt en vol van vertrouwen.
“Alles goed, chief ?’’ vroeg Duncan.
“Ja hoor. Dank je, Dunc.”
Voorzichtig schuifelend liep Taylor verder naar de ontvangstterminal. Duncan draaide zich in de richting van het vliegtuig. “Jongens, pak je kicksen,” riep hij naar zijn ploeggenoten op de vliegtuigtrap. “Dit is echt lange noppen weer.”
Natte sneeuwvlokken – groter dan even tevoren – dwarrelden op de landingsbaan. Terwijl een werknemer van het vliegveld de g-alzu as 57 genaamd ‘Lord Burleigh’ – het tweemotorige Elizabethan-toestel van British European Airways (BEA) – voltankte met brandstof, liep Duncan Edwards naar een vliegveldterminal nabij München.
Het was donderdagmiddag 6 februari 1958, rond de klok van twee uur. ’s Ochtends was hij met zijn teamgenoten vertrokken vanuit Belgrado, waar ze zich een dag eerder dankzij een 3-3 gelijkspel tegen Rode Ster Belgrado hadden geplaatst voor de halve finale van de Europa Cup. Behalve de selectie van Manchester United, verzamelden ook de staf – coach Bert Whalley, trainer Tom Curry, clubsecretaris Walter Crickmer en ‘the Boss’, manager Matt Busby –, alle meereizende journalisten en andere passagiers zich in de terminal. In totaal waren er achtendertig personen op deze 6de februari 1958.
Koffie. Direct bij binnenkomst in de terminal ging iedereen op zoek naar koffie. De avond daarvoor was lang geweest. Tijdens het officiële diner na afloop van de wedstrijd was de eerdere animositeit met de Joegoslavische spelers geheel verdwenen. Dat de Oostenrijkse scheidsrechter Karl Kainer in de tweede helft wel erg op de hand van Rode Ster was geweest, vormde aan de gezamenlijke eettafel geen twistpunt meer. Er was rijkelijk gedronken en als bezegeling van het geslaagde Europese avontuur had manager Matt Busby gehoor gegeven aan het verzoek van aanvoerder Roger Byrne om na afloop van het diner, zo rond middernacht, nog verder te mogen feesten. De toestemming voor een half uur, werd na gemor van de spelers zelfs verlengd tot een heel uur.
Er was een groep door het op het diner aanwezige personeel van de Engelse ambassade meegenomen naar het ambassadegebouw. Sommige spelers hadden verkozen de stad in te gaan, op zoek naar een of andere nachtclub. En weer een andere groep keerde direct al terug naar het hotel om te gaan kaarten. Ook Duncan hoorde daarbij, maar hij was al vrij snel naar bed gegaan.
In de ochtend was hem verteld dat in een van de hotelkamers tot in de kleine uurtjes was doorgepokerd, met keeper Harry Gregg als lijdend voorwerp. Gregg was in december 1957 gekocht van Doncaster Rovers voor 23 500 pond, toen de hoogste transfersom ooit betaald voor een keeper. Als een soort inwijdingsritueel was besloten de nieuwkomer een beetje te dollen. Spekte Gregg de pot telkens met Engels geld, de rest speelde poker met Joegoslavische dinars. Gregg won wel, maar had niet in de gaten dat zijn winst slechts een fractie van de waarde had van de door hem ingelegde ponden.
“Hé Big Fellow, heb je nog last?” Linksbuiten Albert Scanlon, vooral de eerste helft gisteren weer veel te snel voor zijn tegenstander, wees naar de knie van Duncan.
“Nee hoor, chief,” zei Duncan, die eigenlijk alweer was vergeten dat hij gisteren een rotschop tegen zijn knie had gekregen en bijna de gehele tweede helft met een blessure had doorgespeeld. “Alles goed.”
“Lach dan, man. We zitten in de halve finale.”
Duncan lachte. Scanny had gelijk. Het bereiken van de halve finale van de Europa Cup was niet niks. Maar tegelijkertijd moesten ze ervoor waken niet te verslappen. De afgelopen twee wedstrijden waren daar een voorbeeld van geweest. Voordat ze naar Belgrado waren afgereisd, had United in een sterke wedstrijd Arsenal met 5-4 verslagen op Highbury. Het was een mooie wedstrijd – de kranten spraken zelfs van ‘hét duel van het decennium’ – maar vooral een belangrijke overwinning, omdat de achterstand van zes punten op koploper Wolverhampton Wanderers overbrugbaar bleef.
Duncan had wel lekker gespeeld en de belangrijke 1-0 gescoord. Maar hij had ook schuld aan het vierde tegendoelpunt, een kwartier voor tijd, waardoor Arsenal hoop hield op een gelijkspel. In plaats van rustig een 5-3 voorsprong te behouden, was het toch nog spannend geworden.
Gisteren was hetzelfde gebeurd. De comfortabele ruststand van 3-0 – met de 2-1 thuisoverwinning van de eerste wedstrijd een meer dan voldoende voorsprong voor plaatsing voor de volgende ronde – was in de tweede helft volledig weggegeven. Rode Ster had drie keer gescoord, waardoor het nog bijna mis was gegaan. De boss zei altijd dat zolang je maar meer doelpunten maakt dan je incasseert, er niets aan de hand was. Dat was natuurlijk zo, maar Duncan vond dat je nooit mocht verslappen. Zeker nu niet. Als in de halve finale gewonnen werd van AC Milan zou in de finale mogelijk Real Madrid de tegenstander zijn. Vorig jaar waren ze in de halve finale van de Europa Cup nog weggespeeld door de Spanjaarden. Dat moest dit jaar worden voorkomen.
“Dank u.” Duncan had in de rij gestaan voor koffie en pakte zijn kop van de toonbank. Hij keek even om zich heen, op zoek naar een zitplek. Ja, daar was nog een vrije stoel.
Zittend zag hij verschillende teamgenoten rondscharrelen bij de verkoopstalletjes voor souvenirs. Vooral de kleine poppetjes met Duitse klederdracht waren in trek. Zijn blik ging naar het hoger gelegen balkon in de terminal, kastanjebruin van kleur. Door een van de ramen zag hij dat het inmiddels harder was gaan sneeuwen. Dikke witte vlokken plakten tegen de ruiten. Even twijfelde Duncan of hij voor zijn verloofde een cadeau zou kopen. Zo’n Duitse klederdrachtpop, vond Molly dat leuk? Voordat hij het antwoord wist, werd de reizigers voor vluchtnummer 609 naar Manchester verzocht naar hun vliegtuig te gaan. Gedachteloos voegde Duncan zich weer bij zijn ploeggenoten. ... Lees het verder in Hard gras 46