Marcel van Roosmalen
Een tragi-komisch verslag van een jaar Vitesse
Trainer Edward Sturing kwam me halen. Hij droeg - zoals het hoort - een trainingspak in de clubkleuren en sprak met een licht Gelders accent. Hij zei: "Ik ben er niet kapot van dat je in de kantine zit."
De andere journalisten zaten altijd in 'het hok'. Dat was naast het washok en daar moest ik voortaan ook gaan zitten als ik een afspraak had.
"Hier zijn de spelers in hun privé," zei Edward. "Ze moeten zich er veilig voelen. Geen pottenkijkers is de regel."
Tante Sjaan zei: "Edward, er is worstenbrood."
Edward: "Lekker."
Tante Sjaan: "Gewoon van de Albert Heijn."
We liepen naar zijn kantoortje. Er stond een bureau en daarop stond een telefoon. Aan de muur hing een bord met gele en rode magneten. Er hing een foto van zijn afscheidswedstrijd.
"Daar was ik bij," zei ik.
"Jaja," zei Edward. Edward vroeg zich af wat nu eigenlijk de bedoeling was. Manager voetbal Jan Streuer was op een middag zijn kantoor binnengelopen en had gezegd dat er een boek kwam over Vitesse.
Hij had ook gezegd dat hij dat goed vond en dat het in opdracht was van Henk Spaan. Edward kende Henk Spaan wel. Van de televisie. "Ja, die," zei ik.
Edward vertelde dat Henk Spaan hem tijdens het wereldkampioenschap van 1990 had nagedaan. "Hij had een stuk kokosmat op z'n kop gebonden en daarmee liep hij dan de hele tijd langs de lijn. Dat was dan een type Sturing."
"Vond je dat leuk?" vroeg ik.
"Het was wel aardig," zei Edward. Ïk heb er niet mee gezeten of zo."
Daarna vertelde hij over zijn haar. Het was wel eens langer en ook wel eens korter geweest, maar dit borstelkapsel stond hem het best. Tegenwoordig hoefde hij bij de kapper niet meer te zeggen hoe hij het wilde. Het gebeurde gewoon. Door zijn kapsel dachten veel mensen dat hij in het leger had gezeten, maar dat was niet zo. "Ik heb vroeger gewoon bij de post gewerkt." Hij had veel over dit boek nagedacht en alle voors en tegens tegen elkaar afgewogen. Zijn conclusie: "Ik ben niet enthousiast."
Hij had wat spelregels gemaakt, waar ik me aan moest houden.
1) Ik mocht niet in de kantine van De Slenk zitten.
2) Ik mocht niet in de kleedkamers komen.
3) Ik mocht niet onverwachts langskomen.
4) Ik mocht alleen op vrijdag naar de training komen kijken.
"Euh, ..., wat mag wel?" vroeg ik.
Edward zei dat ik welkom was bij uit- en thuiswedstrijden, dat ik zo nu en dan best een kijkje mocht nemen in het spelershome van het Gelredome en dan was er ook nog het wekelijkse persuurtje. Dat was meestal op vrijdag en het begon rond twaalf uur.
"Naast het washok?" vroeg ik.
Edward knikte. "En voor de rest laat ik het aan mevrouw Ester Bal van de afdeling communicatie over. Die ken je?"
Ik schudde mijn hoofd. Edward pakte een geel briefje en schreef er 'Bal' en een telefoonnummer op.
"Grappig," zei ik.
"Wat is grappig?" vroeg Edward.
"Dat ze bal heet," zei ik.
"Daar heb ik nooit zo over nagedacht," zei Edward.