Matty Verkamman
De zelfmoord van Wim Landman
Ondergang van een topkeeper
Op donderdag 27 juni 1975 rijdt Wim Landman in Rotterdam naar het Centraal Station. De voormalige doelman van Neptunus, Sparta, de 'wilde' Profclub Rotterdam, Holland Sport, shs en het Nederlands elftal parkeert zijn auto netjes in een vak. Hij loopt naar een perron en springt voor een trein. Wim Landman, 54 jaar, is op slag dood.
Wie was Wim Landman? Dick van den Polder, ooit als speler van Excelsior de tegenstander van shs'er Wim Landman en nu als vutter nog steeds een gevreesd en gerespecteerd voetbaljournalist in Rotterdam, zegt het Jules Deelder na: 'Wim Landman was de Zwarte Panter. Frans de Munck had ook die bijnaam, maar Landman werd al eerder zo genoemd. Ik zal niet zeggen dat ik nooit een betere keeper heb gezien, maar beslist nooit een stijlvollere. Ik vond hem indrukwekkend. Landman hield van show. Hij had een kop met zwarte krullen, was zeer modieus en dat liet hij ook in het doel zien.
Als kleine jongen heb ik hem tijdens de oorlog al gezien toen hij nog voor Neptunus speelde. Sommige mensen blijven voor altijd op je netvlies staan en dat is zeker met Wim Landman het geval. Als ik aan het keeperswerk van Landman denk, dan zie ik een doelman die prachtige zweefduiken maakt. Dan zie ik ook een doelman met een schitterende uittrap. Dat was eind jaren veertig, begin jaren vijftig trouwens opvallend: veel keepers hadden een prima traptechniek. Nederland had toen met Piet Kraak, Frans de Munck, Herman van Raalte, Dré Saris en Wim Landman vijf topkeepers. En alle vijf hadden een schitterende dropkick. Ze plaatsten de bal met een verre uittrap altijd precies naar een medespeler. De trap van Dré Saris was zelfs zo perfect, dat hij voor zijn club bvv doorgaans de strafschoppen nam.
Maar aan Wim Landman bewaar ik ook nog een nare herinnering. Als kind had ik al iets met Excelsior. Ik was een ventje van acht jaar toen ik zag hoe Landman in z'n eentje Excelsior van een plaats in de eerste klasse afhield. Neptunus en Excelsior moesten op het uitverkochte Kasteel een beslissingswedstrijd voor promotie spelen, dat was op 23 mei 1942. Barend Maaskant, de vader van Bob, was midvoor bij Excelsior en die werd op den duur wanhopig van Landman. Excelsior verdiende te winnen, maar Landman was onpasseerbaar en Neptunus won met 1-0.'
Voor de oorlog speelt het Nederlands elftal de laatste interland op 21 april 1940. In Amsterdam worden de Belgen die dag met 4-2 verslagen. Namens Neptunus draagt Henk van Spaandonck het oranje tricot en ook Feyen-oorder en ex-Neptuniaan Leen Vente is er die wedstrijd bij. In de goal staat de boomlange Feyenoorder Adri van Male. Vlak voor tijd maakt hij plaats voor het edo-talent Joop Wille. Voor Van Male betekent het zijn laatste voetbalwedstrijd. De knieblessure die hij oploopt, is zwaar en onherstelbaar. Wim Landman is dan als jongen van negentien net een jaartje de keeper van Neptunus 1. Hij staat zelf niet met volle overtuiging onder de lat; liever voetbalt hij. In de lagere elftallen heeft hij het steeds plezieriger gevonden als spil of als midvoor mee te doen. De drang om zelf lekker te voetballen zal hij altijd houden. Zijn keeperskwaliteiten zijn echter enorm.
Dat vindt ook Ad van Emmenes, de chemisch ingenieur, die zich ook in oorlogstijd uitputtend bezighoudt met tal van voetbaltechnische en -tactische zaken. Op 13 april 1943 zet Van Emmenes in De Sportkroniek ('officieel orgaan van den Nederlandsche Voetbalbond') de kandidaten voor het Nederlands Elftal op een rijtje; een uiteraard denkbeeldig Oranje, want Oranje mag niet meer bestaan van de bezetter, Oranje zal pas in de lente van 1946 de draad weer oppakken. Drie jaar eerder meldt Van Emmenes echter al in De Sportkroniek: 'Voor het doel zouden momenteel drie spelers in aanmerking komen: Wille, Kraak en Landman - drie jonge spelers die elkaar in virtuositeit met betrekking tot het voorkomen van zeker schijnende doelpunten weinig ontlopen. Wij hebben zoo den indruk dat wij in keepers-opzicht voor de toekomst niet bezorgd hoeven te zijn.'
Pas negen jaar na die prognose uit 1943 zal Wim Landman tot de status van international promoveren. Vanaf 1948 is hij eerst nog een reeks interlands de tweede man achter Piet Kraak. Nogmaals Dick van den Polder: 'Kraak was iets evenwichtiger. Hij had niet het spectaculaire van Landman, maar Kraak was wel rustig. Hij zag het spel goed.'
Vooral te Rotterdam wordt daar rond 1950 anders over gedacht. Speciaal de achter het pseudoniem Zamora schuilgaande Jen Vlietstra (ex-keeper van Feyenoord) van het rode dagblad Het Vrije Volk vraagt zich keer op keer af waarom Landman zijn kans niet krijgt van de Keuze Commissie. In Rotterdam wordt in de wandelgangen vaak gefluisterd dat de permanente voorkeur voor Kraak niet op louter sportieve gronden is gebaseerd. Binnen de knvb is Karel Lotsy, ondanks een meer dan dubieuze rol in de oorlog, ook na 1945 al weer gauw de belangrijkste hotemetoot. Lotsy is niet alleen voorzitter van de bond, maar ook weer de 'grote leider' en 'mental coach' van Oranje. Deze Lotsy runt te Dordrecht voorts een verzekeringsbedrijf en voor dat bedrijf werkt Piet Kraak. Dus...
Maar op 15 november 1952 is het dan zo ver: Wim Landman debuteert als international. In Hull wordt gelijkgespeeld tegen de Engelse amateurs (2-2) en Landman doet het voortreffelijk. Het is de interland die Abe Lenstra op het laatste moment aan zich voorbij laat gaan, omdat hij weigert linksbuiten te spelen. Ook in de daaropvolgende wedstrijden tegen Denemarken, Zwitserland en België blijft Wim Landman de keeper van Oranje. Voor het duel met de Noren op 27 september 1953 wordt hij echter ineens gepasseerd door Lieuwe Steiger van psv. In die dagen wordt gemeld dat de dan alweer vier jaar voor Sparta spelende Landman geblesseerd is. Acht jaar later werpt hij via een interview met De Telegraaf een ander licht op de zaak. 'Voor die wedstrijd tegen Noorwegen speelde ik in Nijmegen met het voorlopig Nederlands elftal tegen Borussia Dortmund. We wonnen met 3-1 en de heren van de Keuze Commissie maakten mij een compliment voor mijn spel. En wat hoorde ik vier dagen later? Dat Steiger in het doel zou staan tegen Noorwegen. Ik zette meteen een streep onder mijn loopbaan. Nog één keer ben ik gaan trainen bij Sparta, maar vervolgens heb ik mijn koffertje in de hoek gesmeten en besloot ik nooit meer een stap op een voetbalveld te zetten.'
Hoewel Sparta in 1953 buiten deze affaire staat, houdt Landman woord. Hij heeft gewoon genoeg van alle teleurstellingen onder de lat. Dolgraag heeft hij in het Nederlands elftal willen spelen, maar jarenlang, zo stelt hij voor zichzelf vast, is hij bij het Nederlands elftal voor de gek gehouden. Aan de ene kant kan hij een vriendelijke en charmante man zijn, qua eerzucht en ijdelheid heeft hij anderzijds ook nauwelijks zijn gelijke. Wim Landman vertoont onmiskenbaar narcistische trekjes. Prachtig vindt hij het wanneer in 1948 de keuze op hem valt om de Nederlandse vlag te dragen bij de opening van de Olympische Spelen in Londen. Hij is dan nog steeds reserve, maar ook de Olympische leiders vinden dat Landmans uitstraling perfect past bij deze eretaak.
In 1961 vertelt Landman dat hij uit ergernis over zijn ervaringen met het Nederlands elftal in 1953, geen bal meer wilde aanraken. 'Ik ging niet eens meer kijken, want dan wond ik mij alleen maar op en een mens moet zich niet te veel opwinden. Dat is slecht voor de gezondheid.'
In het seizoen 1953-1954 wordt zijn plaats onder de lat bij Sparta ingenomen door Lies Dufourné. Deze reserve is net als Landman afkomstig van Neptunus. Met hem in de goal verspeelt Sparta het afdelingskampioenschap op de laatste dag aan psv. Een jaar eerder heeft Sparta met Landman tussen de palen de afdelingstitel nog wel gevierd. In de kampioenscompetitie komen ze vervolgens een punt te kort tegen rch.
Het vreemde einde van Landman als keeper van Sparta past wel bij zijn even wonderlijke als veelbesproken periode op Het Kasteel. Wanneer hij op 30 december 1948 voor het nieuwe voetbalseizoen overschrijving aanvraagt naar Sparta, reageert men bij Neptunus buitengewoon teleurgesteld. Neptunus en Sparta voetballen op dezelfde Maasoever. Sparta is de wat chiquere club, een Neptuniaan hoort niet naar Sparta te gaan. Zo denkt ook de redacteur van het clubblad van Neptunus erover. Die redacteur is Theo Eerdmans, later bekend als quizmaster van de Vara. Eerdmans schrijft eind 1948 een pissig commentaar, zonder de naam van de overloper te noemen. 'Wie na tien, of veertien, of hoeveel jaren ook, zomaar uit een vereniging kan stappen omdat hij de kleur van het shirt van een andere vereniging toevallig mooier vindt, die kan gemist worden. De sport is in zijn benen gebleven en heeft het verstand en het gevoel nooit bereikt.'
Heel Rotterdam weet dat het niet om dat mooiere shirt gaat. Sparta is het keurige Sparta niet meer in 1948, want naar verluidt ten huize van de Crooswijke sokkenhandelaar Jaap Vollebregt zijn het de centen die Landman hebben doen zwichten. En Landman niet alleen. Ook international Rinus Terlouw wordt door Sparta bij dcv uit Krimpen aan den IJssel weggehaald. Neptunus en dcv doen hun beklag bij de knvb, de bond die dan nog altijd het amateurisme koestert. Faas Wilkes is overigens zojuist van Xerxes naar Inter Milaan vertrokken en ook in Nederland betalen de schijnheilige amateurclubs fors onder de tafel. Sparta, Landman en Terlouw hebben hun zaakjes goed afgedekt. Bij het luidkeels protesterende dcv is op zeker moment sprake van een boemerangeffect. Als een knvb-commissie de klacht in de richting van Sparta en Terlouw onderzoekt, stuit men op illegale be-talingen te Krimpen. Een nota bene bij de belastingdienst werkend bestuurslid van dcv blijkt de kwade genius te zijn.
Bij Neptunus neemt men de door Wim Landman aangevraagde overschrijving zo hoog op, dat hij vanaf 1 januari 1949 niet meer wordt opgesteld. De Rotterdamse journalist Rob Vente is in 1949 nog een jongetje. Zijn vader, de ex-international Leen Vente, is ondanks een overstapje voor de oorlog naar Feyenoord altijd een echte Neptuniaan gebleven. Na de oorlog dient hij Neptunus als trainer. Rob Vente kan zich de oprechte boosheid jegens Landman nog goed herinneren. 'Iedereen had natuurlijk door dat bij deze overschrijving geld in het spel was. Wim Landman kwam regelmatig bij ons over de vloer. Mijn vader was zwaar teleurgesteld toen hij voor Sparta koos. Dat had ook een emotionele achtergrond. Ik weet dat mijn vader in de oorlog privé heel veel voor Landman heeft gedaan. Neptunus was als vereniging één grote familie, de club had Landman ook aan een baan bij de ptt geholpen. En dan naar Sparta, de grootste concurrent van Neptunus! Later, toen mijn vader trainer werd van noad en we naar Tilburg verhuisden, is het contact weer hersteld.
Landman was ongetwijfeld ijdel, maar hij was ook een bijzonder hartelijke man. In die tijd was het gebruikelijk dat een mongool in de rust van de wedstrijd een penalty mocht nemen. Daar maakte vooral Landman een geweldige show van. Hij dook dan altijd zo hoog mogelijk naar de verkeerde hoek.'
Neptunus negeert Wim Landman na 30 december 1948. Aan de Abraham van Stolkweg doet men alsof de topkeeper niet meer bestaat. Getuige zijn commentaar in het maandagochtendblad Sport van 17 januari 1949 heeft Ad van Emmenes hier veel begrip voor. Over 'de kwestie Landman' schrijft hij: 'De houding van de clubs die spelers dreigen kwijt te raken, kunnen wij begrijpen. Zij zijn niet meer gediend van de medewerking van hen, die een tekort aan clubliefde hebben getoond en bovendien achten zij het, en terecht, verstandig nu direct maar de plaatsvervangers op te stellen, met wie men het in het komende seizoen zal moeten doen.'
Helaas voor Neptunus blijkt de strafmaatregel tegen Wim Landman de club veel punten te kosten. Na de laatste competitieronde in december 1948 staat Neptunus nog op de derde plaats, met uitzicht op het kampioenschap. Na de jaarwisseling neemt Lies Dufourné de plaats van Landman in. De ploeg is meteen van slag. Zo erg zelfs dat de oude steunpilaar Ab Hogedoorn in de eerste twee wedstrijden van januari, tegen Feyenoord en dfc, de bal in eigen doel werkt. Neptunus pakt alleen nog een puntje tegen edo en verliest achter elkaar ook van vsv, Hermes dvs, kfc en Zeeburgia. In het duel met Zeeburgia raakt Dufourné geblesseerd, zodat derde doelman Zondervan erin moet. Neptunus heeft dan echt een probleem en dreigt in de promotie/degradatiecompetitie te komen.
Op dat moment blijkt Wim Landman niet haatdragend van aard te zijn. De club heeft hem uitgekotst, maar op 14 en 21 februari 1949 komt hij zijn clubmakkers te hulp. Met hem in het doel worden drie van de vier punten gepakt tegen edo en hbs, waardoor het dfc en dhc zijn die de extra competitie moeten spelen en uiteindelijk ook degraderen. In een andere afdeling van de promotie/degradatiecompetitie is zowaar Sparta verzeild geraakt. Op de slotdag moet Sparta bij zfc winnen om eersteklasser te blijven. Rinus Terlouw en Wim Landman, dan nog geen Spartanen, reizen die dag naar Zaandam. Zij hebben vastgehouden aan hun overschrijving naar Sparta en beseffen dat zij mogelijk in de tweede klasse terecht zullen komen. Een kwartier voor tijd voorkomt een doelpunt van Tonny van Ede dat onheil, waarna Sparta op de Coolsingel door duizenden aanhangers wordt ingehaald alsof zojuist het kampioenschap is behaald.
In de vier seizoenen die hij voor Sparta speelt, is Wim Landman een gevierde keeper. Toch staat hij niet altijd met plezier in het doel. Hij heeft last van reumatiek. Op natte velden vormt die kwaal zo'n belasting, dat hij liever als veldspeler meedoet. In beweging is de pijn beter te verdragen. Sparta vindt dat niet leuk, maar Landman zet toch regelmatig zijn zin door. In het derde elftal van Sparta doet hij het als midvoor zo goed, dat hij soms hardop nadenkt over een poging ook als veldspeler Sparta 1 te halen.
Uiteindelijk komt hij toch weer in het doel terecht. Relaties van hem uit het bokswereldje rond Theo Huizenaar zorgen voor een leren korset om de reumatische pijn te bestrijden. Dat korset werkt hij weg onder zijn onberispelijke kleding. Soms heeft hij een voorkeur voor een volledig zwarte uitrusting. Rob Vente: 'Maar in dat opzicht was hij toch niet altijd de Zwarte Panter. Ik herinner mij hem eerder in een felrode trui en een hagelwitte broek. Maar wat hij ook aan had, het was altijd een stijlvolle combinatie.'
In zwart-zwart speelt Wim Landman op maandag 13 mei 1952 zijn meest besproken wedstrijd voor Sparta. In het uitverkochte Feyenoord-stadion gaat het tegen Hermes dvs om het afdelingskampioenschap. Sparta verspeelt die titel door een onbegrijpelijke blunder van Landman. Na een voorzet van Jacques Heyster schrikt de keeper blijkbaar van de opduikende Joop Heyster. Pardoes laat hij de eenvoudige bal tussen zijn wijd geopende benen door in het doel rollen. Jaren later zal die blunder tot twee keer toe bij nieuwe, hoogst onbetrouwbare fouten in de goal van Holland Sport in herinnering worden geroepen.
Wim Landman een doelman die zijn voetballeven lang bij 'affaires' betrokken is geweest. Eerst de tumultueuze overschrijving van Neptunus naar Sparta, vervolgens zijn koppigheid in 1953. Landman zwicht opnieuw voor de verlokking van het geld wanneer enkele 'vrije jongens' hem begin 1954 namens de Beroepsvoetbalclub Rotterdam, de 'Rotterdamse Profs', voor het 'wilde' beroepsvoetbal benaderen. Wie aan dit avontuur begint, weet dat hij door de knvb levenslang wordt geschorst. In de praktijk blijkt dat mee te vallen, want eind 1954 wordt de vrede tussen de knvb en de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond getekend en kent heel Nederland officieel semi-profvoetbal. Voor het zo ver is, worden de uit de knvb getreden beroepsspelers zwaar aangevallen. Zo schrijft Jen Vlietstra als Zamora in Het Vrije Volk van 20 juli 1954 een open brief aan Wim Landman. De toon is bijzonder giftig:
'Weet je, Wim, de knvb is voor voetballers als een vader geweest - als een menselijke vader met fouten en tekortkomingen misschien, maar daarom niet minder als een vader, die eerlijk zijn best heeft gedaan om zijn zonen een goede opvoeding te geven. Zo'n vader mag jij niet in de goot trappen. En jij zeker niet, Wim. Want jij bent een buitenbeentje geweest onder al die zonen. Hij heeft jou veel meer van het leven laten genieten dan 350000 anderen. Hij heeft jou met het Nederlands elftal naar Hull en naar Londen, naar Finland, Stockholm, Kopenhagen, of weet ik veel waarheen allemaal laten gaan. En dat heeft je nooit een cent gekost. En nu dan, Wim, ben jij uit zijn huis weggelopen. Voor een paar zilverlingen ben je gegaan naar de man die de moordenaar van je vader wordt, als hij de kans krijgt. Wim, je bent een slechte zoon van vader knvb. Ik hoop dat hij je nooit meer in huis neemt. Jou niet en een heel stel van die mooie broers van jou ook niet.'
De bvc Rotterdam bestaat maar even. Omdat de knvb het verhuren van velden bijna onmogelijk maakt, moeten de Rotterdamse Profs zelfs thuiswedstrijden op achterafveldjes in Drente spelen. Na enkele maanden gaan de Rotterdammers op in de Haagse Flamingo's, de voorloper van het roemruchte Holland Sport, dat in 1956 na een fusie met de amateurclub Scheveningen wordt omgedoopt in Scheveningen Holland Sport, shs. Bij Holland Sport, en later ook bij shs, delen allerlei duistere zakenjongens de lakens uit. Met Wim Landman in de goal en spelers als Aad Bak, Jacques Heyster, Jan Everse (ook ex-Neptunus), Tinus Osterholt, Mick Clavan en Bertus de Harder in de ploeg speelt Holland Sport in het eerste jaar betaald voetbal veruit het mooiste voetbal van Nederland. Op Houtrust wordt gespeeld op een manier die zo attractief is, dat al gauw de zegeningen van het semi-beroepsvoetbal worden bejubeld.
Op Houtrust gaat echter ook het sportleven van Wim Landman kapot. Er is, in mei 1955, eerst nog wel zijn terugkeer in het Nederlands elftal. Hij speelt interlands in Dublin tegen de Ieren en in Rotterdam tegen de Zwitsers. Een jaar later sluit hij als 35-jarige zijn loopbaan bij Oranje af met een zevende interland, in Kopenhagen.
Dat Landman zijn laatste interland als doelman van shs speelt, is tegen de zin van de keeper. In de zomer van 1955 is het een chaos bij Holland Sport. Managers, directeuren, geldschieters, spelers en trainers liggen voortdurend met elkaar in de clinch. Meestal gaan de ruzies over premies. De club kan zomaar kampioen worden, maar in de naar anarchie neigende bende dient iedereen vooral zijn eigenbelang. Eigenaar-directeur Lodewijk Röpcke, een Amsterdamse zakenman, ziet de club in hoofdzaak als een middel om snel geld te maken. Na een jaar wil hij, geheel buiten de spelers om, Holland Sport verkopen aan Feyenoord-voorzitter Cor Kieboom. Drie ton heeft Kieboom over voor de club. Kieboom wil het zaakje alleen doorzetten in geval Feyenoord de promotie naar de nieuwe Hoofdklasse misloopt. Dat gevaar zit er lang in, maar op de laatste dag van de competitie stelt Feyenoord zowaar op eigen kracht die promotie veilig.
Dan is Holland Sport als op te kopen 'fusiepartner' niet langer interessant voor Kieboom. Hij meldt Röpcke alleen nog geïnteresseerd te zijn in de spelers Henk Schouten, Aad Bak, Tinus Osterholt en Wim Landman. Met de eerste drie komt Kieboom tot een overeenkomst. Landman speelt het onderhandelingsspel hard met Kieboom. Hij wil aandelen in het stadion en daar voelt Kieboom niets voor. Landman en Kieboom volharden beiden in hun standpunt. Als het seizoen 1955-1956 al is begonnen, gooit Landman uit arren moede maar een balletje op bij Sparta. Op het Kasteel wordt niet moeilijk gedaan over de terugkeer van de wonderkeeper, die eerder op een zo vreemde manier was vertrokken. Maar de knvb doet wel moeilijk. Bij de bond stelt men zich op het standpunt dat alleen in de maand juli transfers gerealiseerd kunnen worden. En nu willen Sparta en Wim Landman half september zaken doen: dat is uitgesloten. De teleurstelling is groot bij Landman wanneer hij ten slotte terug moet naar shs. De club is intussen het particulier bezit geworden van de Haagse 'handelaar in overhemden en andere gangbare artikelen' Wim Roosenboom, te Scheveningen beter bekend als de zeer ruimhartige en zwierige horecafanaat 'Ome Wim'.
Op Houtrust heeft Wim Landman aan het eind van het eerste en meteen ook het beste seizoen van Holland Sport, veel tongen en pennen in beweging gebracht. Op 26 juni 1955 kan in de thuiswedstrijd tegen nac het afdelingskampioenschap veilig worden gesteld. Maar nac wordt kampioen, want Wim Landman maakt drie onwaarschijnlijke blunders: 1-3.
In de Haagsche Courant maakt Herman Kuiphof duidelijk dat hij dit zaakje niet vertrouwt. Tot in detail beschrijft hij de bizarre goals van achtereenvolgens Bruijninckx, nogmaals Bruijninckx en Van Hoogenhuizen. Bij het eerste doelpunt grijpt Landman zomaar mis op een voorzet. Bij nummer twee loopt hij onder de bal door ('een onbegrijpelijke vergissing', aldus Kuiphof) en de derde goal was het toppunt. Kuiphof: 'Toen gebeurde het allerwonderlijkste dat wij bij een match in de hoogste klasse ooit hebben gezien. Landman kreeg een terugspeelbal van Everse. Hij trapte slecht uit en zag het leer opgevangen door rechtsbinnen Van Hoogenhuizen. Die zag in de verte een leeg doel en schoot onmiddellijk in. Nog had Landman de bal kunnen bereiken, maar in zijn moedeloosheid spurtte hij niet naar zijn doel terug, doch beperkte zich tot een sukkeldrafje. Hij kwam te laat, de bal suisde hoog in de touwen en de titel lag klaar voor een dolgelukkig nac.'
Henk Schouten was er als speler bij en kon zijn ogen amper geloven. 'Het was onvoorstelbaar, die laatste goal ging er vanaf de middenlijn in. Wim deed er helemaal niets aan. Iedereen dacht natuurlijk dat er iets aan de hand was, dat was zo duidelijk als wat. Maar ja, we moesten wel bewijzen hebben. Ik heb Wim er later maar nooit meer naar gevraagd. Hij had geen gemakkelijk leven, ik wilde er niet meer over beginnen.'
Tegen zijn zin zit Wim Landman het seizoen 1955-1956 bij shs. Na de uittocht van de beste spelers gaat het gelijk een stuk minder met de club. Eind mei 1956 is shs in de Hoofdklasse B al lang kansloos voor de negende plaats, de plek die nog recht geeft op promotie naar de nieuw te vormen Eredivisie. bvv schommelt rond die negende plaats. Op zondag 27 mei 1956 moet shs-bvv worden gespeeld. Daags voor dat duel stopt een auto met drie supporters van bvv bij de woning van Wim Landman, aan de Gordelweg 207 in Rotterdam. De drie hebben een voorstel en na enige aarzeling laat Landman de Brabanders binnen. Als vooraanstaande leden van bvv's supportersclub Rood-Zwart hebben zij er 2500 gulden voor over, wanneer Landman bvv wil laten winnen. De keeper blijkt niet bestand tegen de verleiding van dit aanbod. Hij neemt de eerste 500 gulden in ontvangst. De rest zal hem bij het gewenste resultaat direct na de wedstrijd worden betaald. Het resultaat is zeker naar de zin van bvv: 1-5, met een zwakke Landman in het doel. In het Nieuws van de Dag van 28 mei 1956 worden vijf regels aan de wedstrijd besteed. Er wordt melding gemaakt van een door shs-midvoor Jan van Geen gemiste strafschop en de laatste regel luidt: 'shs-defensie zeer pover, vooral Wim Landman.'
Door een merkwaardige samenloop van omstandigheden loopt Wim Landman pas begin 1959 tegen de lamp. Bij bvv is dan een bestuurlijke crisis ontstaan. De weggestuurde bestuurder Anton Lieven schrijft uit pure rancune een rapport over de zwarte kas die bvv er jarenlang op na heeft gehouden en meteen ook maar over het omkopen van Wim Landman door de bvv-supporters Th. van Hezik, H. van den Dungen en H. Passon. Lieven stuurt het rapport naar de knvb en tevens naar Kick Geudeker, de invloedrijke hoofdredacteur van Sport en Sportwereld. Namens de knvb wordt onder aanvoering van Jos Coler een onderzoekscommissie op de zaak gezet. Geudeker en later ook het door Lieven geïnformeerde Parool publiceren gedetailleerd over de omkoping.
Wim Landman ontkent aanvankelijk. Via zijn advocaat H.Thunnissen kondigt hij zelfs juridische stappen aan tegen Geudeker. Landman raakt echter verstrikt in het door hemzelf gesponnen web van leugens. Als half januari 1959 via de eerste publicaties de bal gaat rollen, ontkent hij zelfs ook maar een poging tot omkoping. Onder druk van het zich opstapelende bewijs geeft hij op 28 januari echter het bezoek van de drie bvv-supporters toe. 'Ze roken naar drank en boden mij 2500 gulden wanneer ik bvv zou laten winnen. Ik heb gezegd niets van zo'n aanbod te willen weten en heb die lui onmiddellijk de deur gewezen.' Die verklaring van Landman wordt door Geudeker meteen aangevallen. 'Wim Landman zal, zo hebben wij in een dagblad gelezen, ons dagvaarden wegens belediging subs. aantasting van zijn naam, hetgeen zou zijn geschied door ons bericht van twee weken geleden, waarin wij melding maakten van de ernstige beschuldigingen, die jegens hem zijn uitgesproken. Van enige dagvaarding hebben wij tot dusverre zelf nog niets vernomen, maar dat zal misschien nog komen. Wij hebben inmiddels uiteengezet waarom wij menen dat niet wij Landman in opspraak hebben gebracht door de aan zijn adres geuite beschuldiging te publiceren, doch dat Landman dit zelf heeft gedaan door twee en een half jaar te zwijgen. Wij zijn geen jurist, doch menen wel in staat te zijn logisch te denken. Dit logisch denken heeft ons doen afvragen waarom Landman op 26 mei 1956 niet aanstonds aan zijn club melding heeft gemaakt van het feit, dat er een poging was gedaan hem om te kopen. Dit was zijn plicht geweest.'
In maart breekt het aanvankelijk verzet van Wim Landman. Hij geeft toe in eerste instantie een deel van het omkopingsbedrag te hebben aangenomen. Meteen na de wedstrijd raakte hij in paniek en wilde hij het geld teruggeven, maar die enigszins verzachtende omstandigheid doet hem zijn straf niet ontlopen. Op 16 maart 1959 wordt Wim Landman tot 1 juli 1960 geschorst. 'Dan ben ik bijna veertig. Ik weet niet of ik dan nog zal voetballen,' is zijn eerste reactie. Ook elf bestuursleden en ex-bestuursleden van bvv worden langdurig geschorst.
De straf grijpt Wim Landman hevig aan. Maatschappelijk raakt hij in de problemen. Hij verliest zijn baan als vertegenwoordiger in stropdassen, want door alle voetbalellende komt hij niet meer aan voldoende omzet. Ook in zijn privéleven gaat het hem niet voor de wind. Zijn eerste huwelijk strandt en door zijn tweede vrouw wordt hij verlaten. Hij keert op 1 janauri 1961 nog wel terug in het doel van shs. Ook met negen vingers blijkt hij nog goed te kunnen keepen. Zijn ringvinger is geamputeerd, nadat hij op Houtrust achter een hek was blijven hangen, toen hij in grote haast zijn shs-medespeler Wout Zuidgeest naar het station wilde brengen.
Medio 1962 zit de keepersloopbaan van Wim Landman erop. Na zijn voetbaltijd moet hij zien te overleven als soepverkoper langs de weg. Ter gelegenheid van een nieuwe accommodatie voor Neptunus laat hij zich in 1973 nog eens overhalen bij zijn eerste club een wedstrijdje te komen keepen. Hij geniet er dan van tussen oude bekenden te zijn. Maar twee jaar later kan hij het aardse leven niet meer aan.
Bij Neptunus, zijn geboorteclub, leeft hij voort. De club heeft nog enkele fraaie pentekeningen van Wim Landman in huis. Dat was een hobby die deze creatieve man rust gaf in zijn vaak zo onrustige wereld.
Geraadpleegde bronnen: De Sportkroniek, Sport, Sportief, Sport en Sportwereld, Het Vrije Volk, Rotterdamsch Nieuwsblad, Haagsche Courant, Nieuws van de Dag, De Telegraaf, de Volkskrant, Het Parool, Algemeen Dagblad, Nieuwsblad van het Zuiden, Voetbal International, Friends in Business.