Theun de Winter
LOUIS
Hij heeft zijn voornaam mee,
Louis klinkt hooggeplaatst
en vangt dan ook veel wind,
maar buigen doet hij niet.
De rug een strakke stam,
in één lijn met de uitgestoken nek
en het loodrechte achterhoofd.
Omhoog het opschoren kapsel,
kroon boven het gezicht
dat past bij een verlicht despoot.
De neus gedeukt, geteisterd
in de strijd uit zijn verleden tijd
als voetballer en vakbondsman
slaat een in puin gevallen
oud-Romeins brug tussen
de lidloos lijkende, koel monsterende ogen
en de vreemd frivool gekrulde bovenlip.
Dan is daar weer meteen de hals
die hoofd en lijf gestalte geeft.
Boven het maaiveld staat hij, zelfbewust
en marmerhard als een pilaar.
Arrogant en argwanend
is hij zeker, volksmenner soms
en ook orakeltaal is hem niet vreemd,
maar voor zijn spelersgroep
blijft hij de onderwijzer.
Gedreven hamert hij erop dat elke leerling
multifunctioneel moet zijn
en op het bord rekent hij voor
dat het team meer is
dan de som der delen.
Streng doch rechtvaardig,
ook in zijn opwinding beheerst.
Blocnote en pen liet hij niet los
toen hij buiten de lijnen
de scheidrechter bekritiseerde,
in de dodelijke verwoorde lichaamstaal
van de karatetrap, waarbij hij zelfs ook
zijn donkerblauwe colbert
keurig bleef dichtgeknoopt.
Adeldom verplicht,
dat blijft hij zich altijd bewust.
Waar ook ter wereld
verloochent hij zijn afkomst niet:
watergraaf Louis van Gaal,
heer van De Meer.