Simon Kuper
De nacht dat ik wereldkampioen werd
Ik zal Sarah maar niet beschrijven, want Nick Hornby heeft dat al gedaan. In zijn laatste roman, About A Boy, ontmoet de hoofdfiguur op oudejaarsavond een vrouw 'who looked a little bit like Laura Nyro on the cover of Gonna Take A Miracle: nervy, glamorous, Bohemian, clever, lots of long, unruly, dark hair'.
Er is één verschil: de vrouw in de roman heet Rachel.
'Rachel is mijn tweede naam,' heeft Sarah mij later verteld. Vandaar. (Ik ben een theorie aan het ontwikkelen dat zogenaamde fictieschrijvers helemaal geen fictie schrijven. Ze schrijven gewoon op wat hun overkomt, en maken van maandag soms dinsdag of veranderen een tweede naam in een voornaam.)
Sarah is een vrouw waarover mensen schrijven. Toen ik haar voor het eerst zag, op een feest in Londen, vond ik haar meteen leuk. Misschien kwam het door haar overweldigende schoonheid.
Ik snelde naar haar toe, en wij stelden ons aan elkaar voor. Sarah bleek filmproducente te zijn.
Nu heb ik toevallig een fotografisch geheugen. Normaal gesproken is dit een sociale handicap. Zo schrok Philip Cocu zich ooit wild toen ik hem vertelde dat hij dertien interlands had gespeeld en daarin twee keer had gescoord.
Heel soms is een fotografisch geheugen echter handig.
'Ik weet precies wie je bent,' zei ik. 'Ik heb in maart een interview met jou in de Guardian gelezen!'
'Dat klopt,' zei Sarah.
Vijf minuten lang vertelden wij elkaar van alles. Zij stelde vast dat ik ook Oost-Europese joodse voorouders heb. Ik kreeg een extatisch gevoel, zoals gebeurt als je op een bruisend feest in Covent Garden met een paar glazen wijn op de vrouw van je dromen ontmoet en het goed met haar kan vinden.
'Mag ik jou iets vragen?' zei Sarah. 'Hoe oud ben jij?'
'Zevenentwintig jaar,' antwoordde ik trots.
En haar kin viel als een perfect gevormde baksteen naar beneden.
'Hoe oud ben jij eigenlijk?' vroeg ik.
'Tweeëndertig jaar,' zei Sarah.
Boven onze hoofden verschenen twee gedachtenbubbels, zoals bij stripfiguren ook wel voorkomt.
In haar bubbel stond ongeveer het volgende: 'Deze jongen zal nooit de vader van mijn kinderen worden, hoe jammer dat ook is.'
In mijn bubbel stond: 'Tweeëndertig jaar? Bingo!'
Ik had op dat moment namelijk een serie vriendinnen gehad (drie) die allen 32 jaar oud waren. Het was mijn getal geworden, zoals Johan Cruijff het liefst met nummer veertien speelde en Ajax tegen Feyenoord meestal vijf doelpunten scoort.
Ik had in die dagen een relatie met een 32-jarige Japanse psychopate, maar het liep al een tijdje niet meer zo goed.
'Jij denkt nooit aan mij!' riep ze op een avond. 'Jij geeft niets om mij! Je weet amper wie ik ben!'
'Ik weet precies wie je bent,' zei ik. 'Jij bent toch dat Chinese meisje?'
En ze sprong de lucht in alsof ze Marcelo Salas was en gaf me een kopstoot tussen de ogen.
Stukje bij beetje verwaterde de relatie.
De hele winter ging voorbij en ik dacht alleen maar aan Sarah. Ik durfde haar echter niet te bellen.
'Nu is het te laat,' zei ik tegen mijn collega Michael. 'Ik kan moeilijk zeggen: 'We zijn elkaar vijf maanden geleden op een feestje tegengekomen, ken je me nog, wil je iets gaan drinken?' Dat zou heel vreemd klinken.'
'Dat is waar. Moet je niet doen,' zei Michael.
'Laten we alles even op een rijtje zetten,' zei mijn baas Julia. 'Ze is 32 jaar, filmproducente, en je hebt haar al zeven maanden niet meer gezien?'
'Ja,' zei ik.
'Dan heeft ze nu in elk geval een vriend,' zei Julia.
Vijf dagen voor het WK werd ik uitgenodigd op een etentje in Soho voor de Argentijnse ex-voetballer Jorge Valdano, die even over was uit Madrid.
En nadat we een uur aan tafel hadden gezeten, liep Sarah het restaurant binnen en nam plaats in de stoel tegenover mij en naast Valdano.
Ik stelde hen aan elkaar voor.
Valdano scoorde in de WK-finale van 1986 het tweede doelpunt tegen West-Duitsland (op een pass van Hector Enrique) maar dat is niet alles. Een aantal jaren terug was in de bioscoop een reclamespot te zien van het kledingmerk Hugo Boss. Het toonde een voetbaltrainer met gegroefd gelaat, brede kin en perfect passend Boss-pak, die ergens in Europa tijdens een topper op de bank zit. Humphrey Bogart speelt Guus Hiddink: zoiets.
Eigenlijk had Boss voor deze commercial Valdano moeten nemen. De ex-trainer van Tenerife, Valencia en Real Madrid ziet er perfect uit, kleedt zich perfect, praat als een dichter en is ook nog eens aardig.
Maar blijkbaar interesseert Sarah zich niet voor dat soort mannen. Een derde van een seconde keek ze in zijn richting, daarna zei ze tegen mij: 'Oók een aantrekkelijke man.' Toen plantte ze ferm haar voet op de mijne.
Ik vind dit altijd een moeilijk moment. Weet de desbetreffende persoon (een kabinetslid wellicht, of een 73 jaar oude bisschop, of gewoon een onwaarschijnlijk mooie vrouw) dat ze op jouw voet staat? Of denkt ze dat het een tafelpoot is?
Voorzichtig verschoof ik mijn voet een beetje. Sarah schoof met me mee, terwijl ze nu toch moest vermoeden dat ik geen tafelpoot was.
Toen zei Sarah: 'Ik kan je vanavond niet bespringen.'
'Huh?' zei ik.
'Ik wil het liefst ergens met jou op de bank gaan liggen,' zei ze.
'O,' zei ik.
'Jij bent heel charmant,' zei ze, en drukte iets harder op mijn voet.
Ik onderdrukte de neiging om au te roepen.
Ik merkte dat ik niet de enige was die Sarah leuk vond. Valdano keek steeds naar haar met de blik van een trainer die op een trapveldje ergens in de pampas de nieuwe Maradona ziet lopen. Gelukkig spreekt Valdano geen woord Engels.
Sarah en ik hadden het over de dingen die we gemeen hadden.
'Ik voetbal ook,' zei ze. 'In Regents Park. Het is heel leuk. Mannen en vrouwen mogen meedoen, je krijgt geel als je instructies naar ploeggenoten roept, en rood als je zeurt of je als een macho gedraagt. Jij moet de volgende keer ook meedoen.'
Dat leek me niet zo'n goed idee. Qua voetbaltemperament ben ik een soort Cor Lems. In de hele geschiedenis van gemengd voetbal op mijn Amerikaanse universiteit ben ik de enige speler die ooit twee wedstrijden achter elkaar geel heeft gehad. Ik knikte Sarah dus alleen maar bemoedigend toe.
'Als voetballer lijk ik op Nigel Winterburn,' concludeerde zij.
Ik zag niet meteen de gelijkenis. Winterburn is de kleine, keiharde, kortharige linksback van Arsenal, de club waar Sarah de laatste twee jaar seizoenkaarthoudster is.
'Hoezo lijk jij op Winterburn?'
'Ik ben vrij snel, ook niet zo technisch en strak links,' zei Sarah.
Ik vond dit een opwindend beeld.
Ik zat echter in een moeilijk parket. Als je op een avond door een speling van het lot tegenover de vrouw van je dromen komt te zitten, dan wil je natuurlijk graag met haar praten. Maar als naast haar een man zit die in de finale van een WK een doelpunt heeft gemaakt (links van Schumacher in de hoek), dan wil je ook wel even met hem babbelen.
Tot op dat moment was de keuze gemakkelijk geweest. Sarah liet me geen seconde los, en ik spreek extreem slecht Spaans.
Behalve als het over namen van voetballers gaat.
'Matthäus... defensor... el... si... no... Diego... Diego... yo... Diego... tambien... Ortega...,' hoorde ik in mijn rechteroor Valdano zeggen.
Tegen Sarah, die aan het vertellen was dat ze geen verkering had, zei ik: 'Sorry.'
En ik begon met Valdano over voetbal te praten.
'In de finale werd ik gedekt door Hans Peter Briegel,' vertelde hij. 'Je weet wel, dat ukkie.'
'Wie dekte u tegen Engeland?' vroeg ik.
'Tegen Engeland?' Hij dacht even na. 'Nee, niemand.'
Maar hij vond het land zelf erg leuk. Hij had er nog een paar keer gevoetbald. Met Real Madrid ooit, tegen Tottenham.
Ik heb een fotografisch geheugen. 'Het werd 1-0 in Londen,' zei ik. 'Jullie werden uitgeschakeld.'
Valdano moest lachen.
Sarah keek hem even aan alsof hij een wurm was, of Uli Stielike, of een voetballer die het nooit hoger had geschopt dan de B1 van asc uit Oegstgeest, en richtte zich weer tot mij.
'Wat voor voetballer ben jíj?' vroeg ze, op een toon van 'laat die Spanjaard maar kletsen'.
Zelf lijk ik als voetballer behalve op Lems vooral op Louis van Gaal in zijn latere Spartatijd (ik moet het niet van mijn versnelling hebben), met een gammele linkerknie. Maar dit leek me niet het moment dat uit te gaan leggen.
'Mensen vinden dat ik wel wat weg heb van Bergkamp,' zei ik. Dat is discutabel - ik heb niemand die vergelijking ooit hardop horen uitspreken - maar ik wist dat Sarah gek was van Bergkamp. Iemand anders heeft ooit over Sarah geschreven (zij is de muze van de negentiger jaren) dat als Bergkamp tijdens een thuiswedstrijd in de richting van haar zitplaats in de Lower East Stand rent, 'haar gezicht zich in een masker van begeerte vertrekt'.
Ik begon te vertellen over Bergkamp, die ik steevast Dennis noemde. Dit doe ik in Engeland altijd. Als je zijn achternaam correct uitspreekt begrijpt niemand wie je bedoelt, en denken ze bovendien dat je aan het rochelen bent. En Burgcamp zeggen, zoals de Engelsen doen, lukt me niet.
Maar het gebruiken van zijn voornaam heeft een neveneffect: het geeft de indruk dat ik Dennis ken.
Nu is dat niet helemaal onwaar. Ik heb hem ooit op het parkeerterrein van Arsenal gesproken. Ik droeg die avond vanwege een misverstand het pak van een huisgenoot die tien centimeter langer was dan ik, en het gesprek duurde bovendien maar een minuut of vijf, maar alla: ik ken die Dennis wel een beetje.
En Engelsen zijn gauw geneigd te denken dat je als financieel journalist die in Nederland opgroeide, bijna dagelijks met Bergkamp, Overmars en Gullit in Londen loopt te feesten.
Zo kreeg ik op de dag dat Gullit bij Chelsea werd ontslagen, een telefoontje van een Britse tv-producer.
'Geef jij interviews over de zaak-Gullit?' vroeg hij.
Niemand had me nog om een interview gevraagd.
'Jij bent een naaste vriend van hem, hè?' vroeg hij.
'Zo zou ik het niet willen stellen,' zei ik.
'Nou ja,' zei hij, 'misschien is vriend het verkeerde woord. Maar je hebt een nauwe band met hem.'
Ik zei: 'Het is wel zo dat ik hem al bijna twintig jaar op de voet volg.' Ik kan me zijn Paniniplakplaatje nog herinneren, toen hij als zestienjarige bij Haarlem speelde.
En die avond werd ik als Gullit-associate op tv geïnterviewd.
Hoe meer ik Sarah over Dennis vertelde, hoe meer zij ervan overtuigd raakte dat ik zijn maatje was. Ik zag haar wegdromen: zij en ik op zondag op visite bij Dennis en Henrita in St Albans; samen op de veerboot in de vakantie, de wederzijdse kinderen erbij; af en toe met Mars een avondje doorzakken in Café de Paris; en met Ruud...
'Ken je Gullit ook?' vroeg ze.
En ik vertelde over de avond, laatst, dat hij thuis in zijn flat in Londen naar een documentaire over sperma zat te kijken. Hij was zo gebiologeerd - vooral door het onderlinge gevecht van de spermacellen rond het ei - dat hij niet eens merkte dat de jongen van de plaatselijke pizzatent met zijn bestelling binnenliep.
De jongen viel stil toen hij de bestgeklede man van Groot-Brittannië (1995) onderuitgezakt op de bank naar een semipornografisch programma zag kijken.
'Maar Gullit vond het achteraf best geinig,' vertelde ik Sarah.
Hij had het verhaal aan een vriend van mij verteld.
Het werd laat.
'Ik ben moe,' zei Sarah.
'Wil je gaan slapen?' vroeg ik.
'Nee!' zei ze. 'Jij gaat zeker ergens in de stad dansen, hè?'
Die mogelijkheid was niet bij me opgekomen.
'Ik wil met jou ergens op de bank gaan liggen,' zei ze nog maar een keer.
Inmiddels stonden we voor het restaurant. Valdano kwam op ons af.
'Wat gaan jullie doen?' vroeg hij.
'Wij gaan weg,' zei Sarah tegen mij.
Weer dat moeilijke parket. Het was een mooi doelpunt geweest, in de finale, tegen Duitsland...
'Taxi!' riep Sarah.
De bank stond in het huis van een wederzijdse vriendin. Sarah en ik lagen erop, onze benen over elkaar heen geslagen. De wederzijdse vriendin zat op een stoel naar Teletekst te kijken.
Het werd twee uur in de ochtend. En plotseling dacht ik: Dit kan niet waar zijn.
Ga maar na: de vrouw van mijn dromen, romantisch hoofdfiguur uit de meest succesvolle Engelse roman van 1998, die eruitziet als Laura Nyro op de hoes van Gonna Take a Miracle, een centimeter of twee langer dan ik, had de voormalige spits van Real Madrid afgewimpeld om hier met mij op de bank te liggen.
Ik geloofde het zelf niet eens.
'Ik ga even naar de wc,' zei ik tegen Sarah.
Boven keek ik in de spiegel, gooide wat water over mijn gezicht, en vroeg mezelf: 'Welke dag is het vandaag?'
'Vijf juni, 1998,' antwoordde ik.
'Wie is de bondscoach van Engeland?'
'Glenn Hoddle.'
'En wie ligt er beneden op de bank?'
Dus toch.
Marcel Proust schijnt onder meer te hebben gezegd, dat als een vrouw tot vier uur 's ochtends met je opblijft, ze bereid is met je naar bed te gaan. Vroeger testte ik deze theorie vaak uit, waarbij ik voor alle zekerheid vijf of zelfs zes uur als ijkpunt gebruikte. Het gevolg was meestal dat óf ik óf de vrouw in kwestie tegen die tijd in slaap was gevallen.
Tegenwoordig probeer ik slagvaardiger te handelen.
Het was drie uur geworden, en de wederzijdse vriendin was begonnen stoelen op tafel te zetten.
'Laten we een taxi bellen,' zei ik slagvaardig tegen Sarah.
In de taxi zaten we rustig naast elkaar. Romantisch? Het was een scène uit een Hollywoodfilm uit de vijftiger jaren.
'Toen ik je in september voor het eerst zag,' zei ik tegen Sarah en de Pakistaanse taxichauffeur, 'was ik met stomheid geslagen door je schoonheid en charme.'
'Ja, maar dat was in september,' zei Sarah. 'We zijn nu negen maanden verder.'
'Inderdaad,' zei ik. 'Je schoonheid en charme vielen ditmaal tegen, maar morgenochtend ga ik naar het WK, dus je hebt vijf weken om ze weer op niveau te krijgen.'
Ik bedoelde het als grap, maar in de context was het misschien een Stilbruch.
Sarah keek bezorgd. 'Ik heb een paar grijze haren gekregen,' zei ze.
'Brecht schrijft als hij op het hoofd van een mooie vrouw de eerste grijze haar ziet: Und von Begierde/ Verschlug mir die Stimme.' (Ik heb een fotografisch geheugen.)
'Jij kan dat makkelijk zeggen,' zei ze. 'Overmorgen ben je het land uit.'
'Ik denk dat ik terugkom,' zei ik.
'Dan moet je mij alles over het WK vertellen,' zei ze.
De taxi stopte aan de rand van Regents Park voor een groot huis.
'Weet je,' zei Sarah, 'mijn zusje logeert vannacht bij mij. Maar desondanks zou je - als je wilt...'
'Laat maar,' wuifde ik gracieus het aanbod weg. Vannacht waren we moe, en over vijf weken begon de rest van ons leven.
'Ik betaal de taxi,' zei ze, 'en dan koop jij voor mij na het WK iets te drinken.'
En toen boog ze zich voorover en zoende me op de lippen.
(Wie is de bondscoach van Nederland? Guus Hiddink. Van Duitsland? Berti Vogts? Van...)
En Sarah verdween haar huis in.
'Leuke meid,' zei de chauffeur.
'Verrek, u heeft gelijk,' antwoordde ik.
'Volgens mij kan je beter het WK laten schieten,' zei hij.
Zesendertig uur later kwam ik met de trein in Parijs aan. Een dag later liep ik door het WK-perscentrum toen een gebruinde lange man in olijfkleurig maatpak mij om de hals viel. Het was Valdano, achtervolgd door hordes Latijns-Amerikaanse journalisten.
Valdano had die dag in El País een verhaal van mij over Bergkamp gelezen, waarin ik een paar keer Sarah had opgevoerd ('perfect in elk opzicht', 'een wonderschone vrouw', enz. enz.).
Valdano had uit het verhaal opgemaakt dat ik een langdurige relatie met Sarah onderhield en vaak met haar naar Arsenal ging kijken.
'Zo ligt het niet helemaal,' zei ik.
'En hij is ook nog eens bescheiden,' moet Valdano hebben gedacht.
Ik was zijn held geworden.
Over het WK kunnen we kort zijn. Het was leuk, maar wel jammer dat Nederland geen kampioen werd.
Precies halverwege het toernooi, na Frankrijk-Denemarken, belde ik Sarah.
'Welke Simon?' vroeg ze.
Maar daarna werd het gesprek beter. Zij vond dat Vieira bij Frankrijk verder achterin speelde dan bij Arsenal. Ik vroeg of ze Vieira niet met Desailly verwarde.
In totaal praatten we 37 minuten met elkaar.
Het was mij duidelijk dat ik voor Sarah een cadeau uit Frankrijk moest meenemen. Ik wist ook precies welk cadeau: het shirt van Dennis Bergkamp uit de finale. Ik kende iemand die Bergkamp kende, dus dat moest lukken.
Nederland werd echter na strafschoppen in de halve finale door Brazilië uitgeschakeld.
Drie dagen later was ik weer in Parijs, voor Nederland-Kroatië, de door de Fifa ingelaste strafwedstrijd voor verliezende halvefinalisten. Op het terras bij het perscentrum kwam ik weer Valdano tegen, ditmaal in gezelschap van de mooiere grote zus van Pamela Anderson, zijn producente bij de Mexicaanse tv. Hij kwam bij mij aan tafel zitten, en bestelde een driegangenmaaltijd.
Ik vroeg of hij het jammer vond dat Argentinië was uitgeschakeld.
'Nee,' zei hij. 'Veel erger vond ik de uitschakeling van los Kupers.' Zo was hij het Nederlands elftal gaan noemen.
Wij babbelden wat over voetbal. Hij vroeg mijn mening over Marc Overmars. Een forse man liep voorbij.
'Gunter Netzer,' zei Valdano. 'Was een goede speler.'
'Ook van Real Madrid,' zei ik.
'Klopt,' zei Valdano.
Hij en Netzer zwaaiden even naar elkaar.
'Wat een leuke avond was dat in Londen,' zei Valdano.
'Je moest vaker komen,' zei ik.
'Ik wil er wel komen wonen,' zei Valdano. 'Denk je dat ik coach van een Premier Leagueclub zou kunnen worden? Zonder een woord Engels te spreken?'
'Nee,' zei ik, en ik sprak hem van man tot man toe. 'Je moet naar Londen komen, een mooie Engelse vrouw vinden en een jaar bij haar intrekken. Dan leer je vanzelf Engels en kan je bij iedere club terecht.'
Valdano en ik deelden zijn toetje.
'Die mooie vrouw, dat is realistisch,' zei Valdano. 'Maar Engels leren niet.'
Op zondag 12 juli werd Frankrijk wereldkampioen. Een dag later kwam ik thuis in Londen en belde ik Sarah.
Antwoordapparaat.
'Sarah,' zei ik. 'Ik ben terug van het WK en wil je heel graag zien. Je kan me tot drie uur 's ochtends terugbellen.'
Een week later kreeg ik een e-mail van Sarah. Ze vertelde over de kop van de Daily Mirror na de finale: Arsenal Wins the World Cup! Daaronder had een foto gestaan van Petit en Vieira die elkaar omhelsden.
'Incredibly sexy,' vond Sarah. Ze was net in Devon geweest en ging een week naar Sardinië, maar daarna moest ik haar alles over het WK vertellen, schreef ze.
'x Sarah' was het onderschrift.
'Die x is het belangrijkste van de hele e-mail,' analyseerde mijn collega Richard. 'Hoewel: het kan ook een tikfout zijn.'
'Die zoen in de taxi zegt alles,' zei mijn collega Peggy. 'Hoewel: misschien probeerde ze gewoon de taxideur te openen.'
Kort gezegd: ik heb Sarah nooit meer gezien. Elke week krijg ik wel een e-mail van haar, met nieuws en opinies over Arsenal en de melding dat we deze week echt iets gaan drinken. Dan bel ik terug en is ze er niet.
Het is nog niet gebeurd dat ik opbelde en Valdano aan de lijn kreeg, maar het zou me niet verrassen. Dan heeft Tottenham volgend seizoen in elk geval een trainer met uitstraling.
Met dank aan Jan Maarten Slagter.