Ernest Landheer
Wie vermoordde Mfuneko Dungulu
``Mfuneko is door een mes gestoken!'' Paniek breekt uit onder de negen jeugdige voetbaltalenten van de Transnet School of Excellence in Elandsfontein, Zuid?Afrika. Op de stoep voor het Amakhozi Restaurant, op zo'n tien minuten lopen van de school, stort Mfuneko Dungulu op de grond. Bloed gutst uit zijn hoofd. De aanvaller houdt het bloederige mes nog in de hand en begint Dungulu onbedaarlijk hard in de maag te schoppen. Dungulu's vrienden kijken perplex toe. Voetbal is oorlog, ze kennen de kreet, maar dit is wel erg letterlijk. Dan vlucht de jeugdige aanvaller, die in de buurt als Mzafios bekend staat. Zijn maatje Mojalefa rent met hem mee.
Intussen ontstaat op de stoep rond het hoofd van de zeventienjarige Dungulu een grote plas bloed. De blanke eigenaar van het Amakhozi Restaurant, simpelweg Johnnie genoemd, rent naar buiten. Hij schreeuwt iets en holt weer naar binnen. ''Bel een ambulance,'' roept hij tegen een medewerker.
Dungulu's vrienden raken in paniek, één draait uit afschuw het hoofd van het bloedbad af. Hij lijkt in tranen. Een auto, een auto! wordt verschrikt geroepen. Dan rijdt Roberto voorbij, die vorig jaar nog voor de School of Excellence werkte, in zijn gele 'bakkie', een kleine pick?up. De jongens herkennen hem en sprinten op hem af. ''Dungulu is gewond. Hij moet naar het ziekenhuis,'' zeggen ze. ''Bel de ambulance,'' sputtert Roberto nog even tegen. Maar als hij het bloed rondom Mfuneko Dungulu's hoofd ziet, beseft hij dat het ernstig is. En Dungulu wordt in de achterbak van het bakkie gelegd. Vier jongens rijden mee.
De anderen blijven geschokt achter. Wat nu? Ze hadden op dit tijdstip eigenlijk niets te zoeken in het Amakhozi Restaurant, overigens meer een café. Het is nu 21.45 uur en na 21.00 uur geldt bij de voetbalschool een streng uitgaansverbod. Maar hoe hadden ze dit nou kunnen voorspellen? Natuurlijk, ze waren stom. Het kopen van een tweeëneenhalve?literfles Coca?Cola was prima, maar het aanschaffen van brandy om met de cola te mengen, was minder slim. Vooral Dungulu, normaal niet zo'n drinker, raakte al snel aangeslagen door de hoeveelheid alcohol. En dan nog het gevecht zelf, de dader kenden ze zelfs goed. Een gevecht puur uit jaloezie, om een 20?jarig meisje met de naam NoMama. Natuurlijk, ze was mooi, maar ook een prostituee. Hoe had het zo ver kunnen komen?
Wat nu?
Het is zaterdagavond 25 juli 1998. Twee maanden terug liep Mfuneko Dungulu stage bij Ajax, het grote Ajax in Amsterdam. De club heeft een samenwerkingsverband met de School of Excellence, waar jonge talentvolle Zuid?Afrikaanse voetballertjes vanaf circa dertienjarige leeftijd worden ondergebracht en worden onderwezen in alle facetten van het voetbal.
Het waren mooie tijden in Amsterdam. Zelfs Benni McCarthy maakte een avondje vrij om met Dungulu en zijn stagemaatje Zitha 'Ninja' Mofokeng op stap te gaan. Ook School of Excellence?coach Cavin Johnson was in Amsterdam aanwezig. Ajax was tevreden over Dungulu. Helaas, ze zochten niet direct een speler voor de plek waar hij het liefst speelde - de ankerrol op het middenveld. Maar Ajax zou hem blijven volgen, want hij was een groot talent.
Vooral zijn spelinzicht viel de kenners op, zijn balbeheersing ook. Op het moment dat de bal arriveerde, wist Dungulu al waar de bal naartoe moest. En hij had de techniek dat met één keer raken uit te voeren. Voor een zeventienjarige was vooral zijn traptechniek loepzuiver, ballen over veertig, vijftig meter werden bijna achteloos op maat naar de op volle snelheid spurtende aanvallers verstuurd. Enig minpunt was eigenlijk zijn snelheid, hij was niet de snelste spurter, maar zijn spelintelligentie vergoedde veel. En ach, de Duitser Bernd Schuster liep ook nooit vooraan bij het sprinten. Dungulu's grote voorbeeld was overigens Clarence Seedorf, een geweldenaar volgens hem. Hij had zich zelfs al ongeveer dezelfde dreadlock?haarstijl aangemeten.
Hoewel, op bezoek bij Ajax begon hij te twijfelen. Jari Litmanen, dat is toch ook een ster: wat een inzicht. Dungulu kon bij zijn terugkeer in Zuid?Afrika maar niet over Litmanen ophouden tegen zijn vrienden. En dan het stadion, die Arena, met dat dak. Als ik hier toch ooit eens kon voetballen, zo dacht hij.
De bewuste zaterdag van de messteek moest Dungulu eigenlijk naar Soweto, naar zijn zus Lillian Mvumve. Zij moest, omdat Dungulu nog minderjarig was, het contract tekenen met Supersport United, de Premier League?club van de Zuid?Afrikaanse hoofdstad Pretoria. Supersport had hem een contract aangeboden voor 1500 rand, zeg maar 500 gulden per maand. Met gratis onderdak en eten, dat wel.
Ook een andere leerling van de School of Excellence, Thobela Bikwani (op dit moment in onderhandeling met Vitesse), kreeg een contract van Supersport United. Ze waren op de voetbalschool nooit echt vriendjes geweest. Bikwani, nog maar vijftien jaar oud, had zichzelf de bijnaam 'King' gegeven. Niet zomaar, want voetballen kan hij als de beste. De nieuwe Supersport?coach Roy Matthews had duidelijk de krenten uit de pap van de voetbalschool uitgepikt. Matthews, ervaren rot in de Zuid?Afrikaanse voetbalwereld en in de donkere dagen van de apartheid een gevierd vleugelspits, was eigenlijk nog maar kort voor zijn aanstelling benoemd tot trainer van het nationale team voor spelers onder de 17 jaar. Hij had in die maanden duidelijk zijn ogen de kost gegeven. Maar hij zou het team nooit in een wedstrijd leiden, want toen Supersport hem voor het nieuwe seizoen vroeg, zei hij onmiddellijk ja.
De beide talentvolle middenvelders woonden in het huis van Chris Khumalo in Atteridgeville, een township nabij Pretoria. Khumalo zou ze die bewuste zaterdag 25 juli naar Soweto brengen.
Maar juist die morgen begeeft zijn auto het. Geen nood, Khumalo kent wel iemand die de jongens met een taxibusje naar het Carlton winkelcentrum in Johannesburg kan brengen. Vanaf daar rijden busjes naar Soweto, en dan gaat Lillian Mvumve als meerderjarige zus voor Dungulu het Supersport?contract tekenen - zijn eerste voetbalcontract. Dungulu is opgewonden.
Aangekomen bij het winkelcentrum besluiten Bikwani en Dungulu eerst even wat te gaan rondneuzen - Supersport had ze een voorschot op het contract gegeven. Al winkelend vliegt de tijd voorbij. Plotseling ontmoeten ze een aantal oude vrienden van de School of Excellence. Een broederlijke omhelzing volgt. Eindelijk weer leeftijdgenoten, eindelijk weer dollen. De meeste spelers van Supersport United zijn nou eenmaal wat ouder en zijn getrouwd. Dungulu en Bikwani raken door alle verhalen van de anderen zo enthousiast, dat ze besluiten met de trein naar Elandsfontein te gaan. Vanaf het station daar is het immers slechts tien minuten lopen naar de voetbalschool.
Op de school ontmoeten Dungulu en Bikwani hun oude maatjes, onder wie Steven Pienaar, Lehlohonolo Mkhize en Enoch 'Power' Maguaulela. Ze gaan de school in en praten wat, vooral over voetbal. Na een tijdje gaan ze naar buiten, het dorp in. De jongens besluiten eerst naar het Delmont Hotel te gaan. Daar is een gezellige bar en kunnen ze wat drinken. Maar het hotel is tevens een veredelde hoerenclub. Hier hangt ook NoMama vaak rond, een lieftallige jonge vrouw, een beetje gezet voor haar leeftijd. Begin van het jaar ging ze met een van de spelers van de school om. Die relatie is voorbij, maar ze onderhoudt nog steeds contact met diverse voetbalschooljongens.
NoMama is niet aanwezig.
Na een tijdje aan de bar te hebben gezeten, vertrekken Dungulu, Bikwani en de andere vrienden naar het Amakhozi Restaurant van Johnnie, een kleine Portugees met vette lange haren. Johnnie is niet blij als de voetballers zijn café binnenkomen. Vaak terroriseren ze de andere gasten, en oude dronken mannen worden regelmatig van hun geld beroofd. Ook brengen ze samen met wat andere jongens uit Elandsfontein, zoals Mzafios en Mojalefa, het hoofd van jonge meisjes op hol. Anderen zeggen: de meisjes worden lastiggevallen en soms zelfs verkracht.
NoMama zit in Amakhozi Restaurant in een donker hoekje gezellig met een vriendin te kletsen. De jongens groeten haar. Dungulu belt zijn zus, Lillian Mvumve. Met hem is het is prima in orde, vertelt hij. En hij legt uit dat hij zijn oude maten van de School of Excellence tegenkwam. Hij is samen met Bikwani, en morgen komt hij naar haar toe in Soweto. Hij maakt zijn excuses en klinkt verheugd over het contract dat zij zondag voor hem gaat ondertekenen.
Als Dungulu weer terugloopt naar zijn druk kletsende vrienden, ontstaat plots een ruzie. Enkele maanden terug hadden de voetbaljongens Mojalefa in elkaar geslagen. Nu wordt er weer ruzie gemaakt. Johnnie stuurt de jongens naar buiten, hij heeft schoon genoeg van ze. Maar op de stoep van het café gaan het bekvechten, geduw en getrek verder. Plots trekt Mzafios een mes en steekt Dungulu neer. NoMama ziet het gebeuren en sprint naar buiten, ze vangt de vallende Dungulu op. Overal bloed, het is verschrikkelijk. De jongens weten niet wat te doen. Gelukkig is daar plots Roberto met zijn gele bakkie.
De groep jongeren besluit met Dungulu naar het ziekenhuis in het nabijgelegen Tembisa te gaan. Na lang wachten wordt het nog steeds zwaar bloedende voetbaltalent in het overvolle ziekenhuis geholpen. Hij kan alleen nog maar wat brabbelen, er is geen touw aan zijn zinnen vast te knopen. Hij walmt uit zijn mond, naar alcohol.
De dokter laat de hoofdwond door een zuster hechten en vervolgens wordt een groot verband rondom het hoofd aangebracht. Dan wordt Dungulu door de zuster uit het ziekenhuis ontslagen. De dokter zegt tegen de verbouwereerde vrienden: ''Morgen zal jullie kameraad zich al een stuk beter voelen!''
Maar naar huis? Dat is voor Dungulu in Atteridgeville, nabij Pretoria, zo'n drie kwartier rijden. En vervoer is er niet, want Roberto wil naar huis. De jongens plegen overleg, waarna wordt besloten dat Dungulu in de school moet overnachten. Probleem is echter: hoe wordt de veiligheidswacht gepasseerd? Want de avondklok is al uren eerder ingegaan en daarna mogen ze de school niet in of uit. Gelukkig is nog wat van het geld over dat Dungulu en Bikwani als voorschot van Supersport United kregen. De jongens besluiten, zoals wel meer gebeurde, de veiligheidswacht bij de deur een bedrag te geven. Het werkt. Wel vraagt de wacht nog: ''Wat is er met hem gebeurd?'' en wijst naar Dungulu, die door twee vrienden wordt ondersteund. De witte zwachtel rond het hoofd valt op. ''Oh, een kleine ruzie,'' antwoorden de jongens. ''Maar niets ernstigs.'' De nachtwaker accepteert de uitleg.
Ze gaan de school in, waar enig rumoer ontstaat, want enkele leerlingen zijn nog op. Maar niemand besluit de avondwacht te waarschuwen.
Dungulu ademt zwaar. Hij zegt nu helemaal niets meer als ze hem in bed leggen. Zijn kleren worden ijlings gewassen door een van de jongens. Niemand mag hiervan weten. Bikwani overnacht in een andere kamer.
De volgende morgen staat Bikwani vroeg op. Hij heeft vreselijke trek en loopt nog enigszins slaperig naar de keuken, op zoek naar eten. Dan ziet hij jongens met tranen in de ogen rondlopen. Hij vraagt wat er aan de hand is. De tranen worden groter: Dungulu is dood.
Een week later is de eerste competitiewedstrijd van Supersport United. Voor de wedstrijd wordt een minuut stilte gehouden. Mfuneko Dungulu is enkele dagen eerder begraven. In de Zuid?Afrikaanse kranten wordt nauwelijks aandacht besteed aan zijn dood - hij is onderdeel van de misdaadstatistieken geworden.
Thomas Madigage, Supersports sterspeler en assistent?coach, staat in het veld en vecht tijdens de minuut stilte tegen de tranen. Hij was Dungulu de afgelopen weken als zijn jongere broer gaan zien. Altijd was het leergierige talent bereid om te luisteren naar zijn adviezen, in tegenstelling tot de andere nieuweling, Thobela Bikwani. Die dacht alles al te weten.
Humor had Dungulu ook, en wat een wil om de beste te worden. Over enkele jaren zal ik trots zijn met hem te hebben gespeeld, dacht Madigage, die overigens zelf onder de Zuid?Afrikaanse voetbalfans een van de meest geliefde spelers is. Chincha Guluva is zijn bijnaam, Zulu voor 'man met de snelle voeten'.
Dungulu had alles om een grote te worden, volgens Madigage; hij was in potentie zelfs 'een van de beste spelers die Zuid?Afrika ooit zou hebben voortgebracht'. Eindelijk een voetbalfenomeen uit Zuid?Afrika, zoals Liberia een George Weah heeft.
Het zou niet zo zijn.
Op de Transnet School of Excellence nabij Johannesburg worden uit heel Zuid?Afrika weggeplukte voetbaltalentjes geplaatst. De school is gevestigd in een oud gebouw, dat momenteel wordt opgeknapt. Bij de school liggen diverse velden, merendeels afschuwelijk hobbelig. Dat komt omdat ze zojuist zijn verhuisd. Sponsor Transnet wilde het terrein waar de school eerst stond, gebruiken voor onroerend?goedontwikkeling.
Ajax sloot een aantal jaar terug een overeenkomst met de school. Als gevolg daarvan mochten talenten als Mfuneko Dungulu en de verdediger Zitha 'Ninja' Mofokeng vorig jaar in Amsterdam op stage komen.
Ajax stuurt enkele dagen na de begrafenis bloemen naar de familie van Dungulu.
Enige maanden na de dood van Dungulu lopen rondom de school diverse jongens nerveus heen en weer. Eigenlijk had de wedstrijd tussen het nationale jeugdteam (onder de 17) en een elftal van de School of Excellence al moeten beginnen. Maar de beide coaches hebben nog wat onenigheid: met welk team moeten de 'School?jongens' meespelen die ook voor het nationale elftal uitkomen?
Intussen groet Thobela Bikwane zijn vroegere maats bij de school. Hij is nu de grote man van het nationale team onder de 17, en zelfs speler - alhoewel nog reserve - bij Supersport United. Hij glimlacht naar zijn oude vrienden, die grappen maken over zijn geblondeerde korte haar.
Bikwani komt uit het zwarte woonoord Guguleta. Hij werd door de school ontdekt op een toernooi in Kaapstad. De talentvolle spelbepaler op het middenveld viel op door zijn spelinzicht. In 1995 kwam hij naar de voetbalschool in Johannesburg, waar hij uitgroeide tot een van de betere spelers. Enig minpunt is zijn famile, vooral zijn moeder en oom. Die denken in de jongen een nieuwe Pelé te hebben en nemen de jongen altijd in bescherming, ook als hij iets verkeerds doet. Voetbalschoolcoach Cavin Johnson glimlacht dan ook bij het horen van de naam Bikwani: fantastische speler, maar hij moet zijn kop in orde krijgen.
Dungulu was de tweede dode in Bikwani's nabijheid. Een jaar eerder werd eveneens iemand vlak bij hem gedood, dit keer in Guguleta in de Kaap. Ze waren volgens Bikwani op de vlucht, voor wat is onduidelijk. Na Dungulu's dood haalde Bikwani's moeder hem voor een week terug naar de Kaap. Een Afrikaanse toverdokter moest de kwade geesten uit zijn hoofd verwijderen. Te veel mensen sterven in zijn nabijheid.
Maar voetballen kan Bikwani als de beste, hij beschikt niet alleen over inzicht, maar over een uitstekende pass en het talent de bal met één simpele voetbeweging en met één keer raken naar een vrijstaande man te spelen.
De wedstrijd tussen het nationale jeugdteam en de voetbalschool is van een laag niveau. De harde wind, de kou en het slechte veld maken goed voetbal onmogelijk. De elegant spelende Bikwani domineert op het middenveld, vrijwel elke aanval loopt via hem. Hij draagt niet voor niets nummer 10. Zijn grote voorbeeld is Edgar Davids, iemand die nooit opgeeft. Het is trouwens opvallend hoeveel Zuid?Afrikaanse voetballers Nederlanders als hun voorbeeld zien.
De wedstrijd geldt als voorbereiding voor een lange tour van het team voor onder de 17. Binnenkort reist het naar Latijns?Amerika om tegen Uruguay en Argentinië te spelen. Dan gaan ze naar Nieuw?Zeeland voor een toernooi, waarna twee kwalificatiewedstrijden tegen Swaziland volgen voor de wereldbeker onder de 17. De uiteindelijk eindstrijd wordt november 1999 gehouden in Christchurch, Nieuw?Zeeland.
Voetbalschool?coach Johnson spreekt nog even over Dungulu, wiens dood hem nog steeds pijn doet. Zo'n groot talent, en een uiterst leergierige jongen ook nog. Maar hij kon ook stout zijn. Vreemd genoeg is de dader nog steeds niet gearresteerd.
De directeur van de school, Steve Pila, spreekt over een intern onderzoek naar de moord. Maar dat blijkt vooral te gaan over de vraag hoe jongens de avondklok konden ontduiken. Verder zou de school regelmatig contact onderhouden met de politie over de voortgang van het speurwerk naar de dader, maar het laatste contact dateert van weken geleden.
Spraakzamer dan Pila is Johnnie van het Amakhozi Restaurant, waar de moord plaatsvond. Johnnie meent dat de moordenaar nog gewoon vrij in Elandsfontein rondloopt. Dat verhaal wordt bevestigd door NoMama, de vrouw die de bloedende Dungulu nog even in haar armen had. Ook zij zegt: Mzafios, de dader, slentert dagelijks doodleuk door de straten van Elandsfontein. Hij groet NoMama zelfs altijd vriendelijk. En hij woont gewoon thuis bij zijn ouders, tegenover het postkantoor in Elandsfontein.
Johnnie moppert, de politie doet volgens hem nooit iets; ze zijn of incompetent of omgekocht.
De veiligheidsman voor het Amakhozi Restaurant meent dat de dood van een voetballer van de school vroeg of laat moest plaatsvinden. Volgens hem gedraagt het merendeel van de voetballers zich arrogant. Dan wijst hij op het biertje in zijn hand en zegt: ''Als ik voetbaltalent had gehad, had ik dit toch niet aangeraakt.'' Maar de jonge voetballers zwierven vaak dronken over straat en terroriseerden de buurt.
Dungulu's moord wordt onderzocht door inspecteur Pila, overigens geen relatie van de schooldirecteur. Zijn kantoor aan de rand van Johannesburg ligt vol mappen: allemaal moordzaken. Dungulu's zaak lijkt hij zich amper te kunnen herinneren. Maar als hij de map nog eens doorneemt, weet hij het plots weer: Mzafios is gevlucht naar Venda, in het noorden van Zuid?Afrika. Zijn vader had beloofd de jongen op te zoeken en ervoor te zorgen dat hij zich aangeeft bij de politie. Wegens tijdgebrek kon de inspecteur helaas niet zelf naar Venda om Mzafios te arresteren. Er liggen nog zo veel zaken. Als hij hoort dat de dader vrolijk rondloopt in Elandsfontein, zegt hij met een zucht: ''Ik zal daar vanavond eens gaan rondkijken, tenminste als ik tijd heb.''
En hoe zit het met de gebeurtenissen in het ziekenhuis? Dungulu werd naar huis gestuurd, terwijl volgens het politierapport bleek dat het mes via de schedel de hersens was binnengedrongen. De wond hechten lijkt dan niet de oplossing voor een spoedige genezing. Inspecteur Pila zegt dat hij de gebeurtenissen in het ziekenhuis eveneens vreemd vond en al een onderzoek heeft ingesteld. Het resultaat daarvan blijft echter onduidelijk.
Het ziekenhuis waar Dungulu werd behandeld, ligt in het zwarte woonoord Tembisa. Overal in het ziekenhuis wachten patiënten, velen wellicht al urenlang. Het is het gebruikelijke beeld van de armlastige staatsziekenhuizen in Zuid?Afrika.
De directeur van het ziekenhuis is de vriendelijke dokter Sandile Mfenyana. Hij lijkt geschokt, het is ook voor het eerst dat hij het verhaal hoort. Inspecteur Pila heeft hij in ieder geval nog nooit gezien. Er zal beslist een onderzoek worden ingesteld.
Dokter McKenzie, die op de bewuste avond dienst deed, wordt erbij gehaald. Hevig transpirerend vertelt hij zijn verhaal. Hij accepteert wellicht een fout te hebben gemaakt, maar de jongen, Dungulu, was nogal dronken toen hij hem onderzocht. Op een zaterdagavond zit het ziekenhuis vol met dronken slachtoffers van messteken of zelfs schotwonden. Dungulu was een van de velen, zegt dokter McKenzie. En het maken van röntgenfoto's ging niet, dat kan in het weekeinde alleen in het staatsziekenhuis in Pretoria. Dr. Mfenyana corrigeert plots McKenzie in het midden van zijn zin. Hij vraagt zich af waarom niet een ontnuchteringskuur is toegepast, die niet al te lang duurt. Verder is de hoofdwond duidelijk slecht onderzocht. Mfenyana geeft ruiterlijk toe dat een ernstige fout is gemaakt.
De dokter vraagt mij vriendelijk er toch alsjeblieft geen schandaal van te maken. Wel moppert hij hoe in vredesnaam een voetbalschool in het gewelddadige Elandsfontein kan worden opgezet. Dan komt een verpleegster binnen en fluistert dokter Mfenyana's iets in het oor. Buiten wacht inspecteur Pila, ook in verband met Dungulu's dood. Als ik hem even later passeer, schrikt hij zich een ongeluk.
In Elandsfontein klaagt enkele uren later Johnnie van het Amakhozi Restaurant over de inspecteur. Hij had hem gebeld omdat hij Mzafios in een ander café had gezien. De reactie van inspecteur Pila luidde: ''Ik heb vandaag geen tijd.''
Weer een gemiste kans.
De voetbalschool valt onder sponsor Transnet, het openbaar?vervoerbedrijf in Zuid?Afrika. Het hoofdkantoor staat even buiten het centrum van Johannesburg. Mevrouw Ocean Mokobane is als 'transformatie?officer' verantwoordelijk voor de voetbalschool. Haar taak is projecten te financieren die te maken hebben met het transformeren van de Zuid?Afrikaanse samenleving, die lang door blanken werd gedomineerd. Pr?medewerkster Ellen Hadji is eveneens aanwezig. Schooldirecteur Steve Pila is er niet; tegen de afspraak in besloot Hadji hem niet uit te nodigen.
''En nu, wat zijn de problemen?'' begint Hadji tegen mij. Naar de dood van Dungulu is volgens haar overigens een tweede onderzoek gedaan door de voetbalschool, maar dat wordt nooit getoond.
Als Hadji hoort van de omkoperij van de nachtwacht bij de school, zodat de gewonde Dungulu naar binnen kon worden gedragen, begint ze heftig met het hoofd te schudden. En als het ongedisciplineerde gedrag van de jongens in de cafés in Elandsfontein ter sprake komt, begint ze zelfs hard te lachen. Onzin, meent ze.
Dat is merkwaardig, omdat directeur Pila tijdens een eerder gesprek het slechte gedrag van sommige voetballers wel openlijk erkende. Hij wees er daarbij wel op dat veel jongens uit arme gezinnen komen, en vaak slecht zijn opgevoed of zelfs werden verwaarloosd door de ouders. De voetbalschool probeert de jongens discipline bij te brengen, maar zoiets gaat met horten en stoten gaat, aldus Pila.
Hadji wijst echter alle verhalen met een lach van de hand, zonder dat ze ook maar één vraag beantwoordt.
Uiteraard vindt Hadji het vreselijk dat Dungulu is overleden, maar hij viel op het moment van zijn dood wel onder de verantwoordelijkheid van Supersport United. Hij was tenslotte weg bij de school. Ik ben volgens haar voor navraag over Dungulu's dood dus op het verkeerde adres. Maar omdat Dungulu op het terrein van de voetbalschool stierf, zegt Hadji wel regelmatig in contact te staan met de politie?inspecteur. Ze heeft het steeds over de goede contacten met inspecteur Zwart - maar die nam alleen de verhoren af op de ochtend van Dungulu's moord en droeg vervolgens de zaak over aan inspecteur Pila. Wanneer Hadji daarop wordt gewezen, ontsteekt ze in razernij. ''Je raakte pas geïnteresseerd in de voetbalschool toen iemand dood was. Ik ken jullie Nederlanders, jullie zijn allemaal hetzelfde. En nou onmiddellijk mijn kantoor uit. Schrijf maar op wat je wilt, maar denk niet dat je daarmee zomaar wegkomt. Je bent verdoemd!''
Inspecteur Pila komt enkele dagen later in actie. Mzafios wordt eindelijk gearresteerd, in het huis van zijn ouders waar hij al die maanden gewoon verbleef.
Op 2 maart 1999 was de hoorzitting, die meteen werd verdaagd - dat was overigens al twee keer eerder gebeurd - omdat de dader geen advocaat had, zei de advocaat van de dader. Inspecteur Pila, die niet in de rechtszaal aanwezig was, beweert nog steeds geen getuigen van de moord te hebben. Terwijl heeft Thobela Bikwami toch alles voor zijn neus zien gebeuren. Maar Bikwami is door inspecteur Pila nooit ondervraagd.
De dader is inmiddels op borgtocht vrijgelaten.