Kroniek van veertig jaar EK voetbal
EK 1960 en 1964: onbewuste voetbaljaren
Geboren in de Oranjekliniek in Den Haag in het heroïsche voetbaljaar 1959. Hetzelfde jaar verhuisd naar een nieuwbouwwijk, grenzend aan de voetbalvelden van VUC bij de Schenkkade in het Bezuidenhout. Daar stond nog altijd de 'Wondertent', waar Karel Lotsy in de jaren dertig en veertig zijn beroemde donderspeeches hield om de spelers van het Nederlands elftal op te zwepen. Lotsy was in augustus 1959 overleden en maakte net niet meer mee hoe het Nederlands elftal met Wilkes, Moulijn en Pieters Graafland in de ploeg in Rotterdam België met 9-1 wegvaagde. In de annalen van het Nederlands elftal staat onder deze grootste overwinning uit de geschiedenis van de derby, in heel kleine lettertjes nóg een uitslag opgetekend: een 0-7 nederlaag tegen West-Duitsland, tweeënhalve week later. Het verklaart waarom Nederland zich niet had ingeschreven voor de kwalificatiewedstrijden voor de Europese Landencup, zoals het Europees kampioenschap voetbal in zijn eerste editie van 1960 heette. Ook grote voetballanden als Engeland, Italië en West-Duitsland zaten niet bij de groep van zeventien landen die zich probeerden te plaatse voor het eindtoernooi in Frankrijk.
Al bij de eerste strijd om deze Henri Delaunay-Cup (vernoemd naar de bedenker van het toernooi) was er een politieke rel. Spanje weigerde in de kwartfinale tegen de Russen te spelen, een verlaat protest van generaal Franco tegen de Russische deelname aan de Spaanse Burgeroorlog. De Sovjet-Unie plaatsten zich daardoor met Joegoslavië, Frankrijk en Tsjechoslowakije voor de halve finales, die met de finale in een lang weekend werden gespeeld. Aan Nederland ging het toernooi grotendeels voorbij. Op de televisie zal er wel niets van te zien zijn geweest. Thuis kregen we pas televisie midden in het seizoen begrafenis koningin Wilhelmina/moord John F. Kennedy.
Beelden of niet, de faam van de held van het toernooi verbreidde zich toch wel door Europa. Doelman Lev Yashin, de Zwarte Octopus van Dynamo Moskou, hield de Sovjet-Unie met fantastische reddingen overeind in de met 2-1 gewonnen finale tegen Joegoslavië. Ook vier jaar later in Spanje was Yashin een soort IJzeren Gordijn in het doel, maar in de finale scoorden de Spanjaarden met hun ster Luis Suarez toch twee keer onder toeziend oog van Franco; ze wonnen met 2-1. Het deed niets af aan de legende van Yashins onpasseerbaarheid. Zelfs toen zijn benen jaren later na een ziekte geamputeerd waren geloofden onze vaders daar nog in.
Yashin was vorig jaar de onbetwiste nummer 1 op de millenniumlijstjes van beste keepers aller tijden. Maar hoe goed was hij echt? In de necrologieën lezen we dat hij meer dan 150 strafschoppen heeft gestopt. Een ongelooflijk aantal, dat het resultaat moet zijn van Russische propaganda. Het zou erop neerkomen dat hij eens in de drie wedstrijden een strafschop tegenkreeg en die ook steeds stopte. En was hij werkelijk zo onpasseerbaar? Op de lijst van minst gepasseerde keepers van nationale elftallen (met minstens 25 interlands) staat Yashin pas op de twaalfde plaats, met een gemiddelde van 0,923 doelpunten tegen. Onbedreigd bovenaan staat de Italiaan Walter Zenga met 0,414 goals. In de top-15 staan ook vier Braziliaanse keepers (Leao op 2, Perez op 3, Taffarel op 5 en Felix op 14), terwijl de mythe wil dat Brazilië geen keepersland is en grabbelaars in het doel heeft staan.
EK 1968: rotte plekken in het voetbalvlees
Voetbal kijken in het koffiehuis van tante Cor en oom Izaak in het Bezuidenhout, waar zandvlaktes nog steeds herinnerden aan het Engelse bombardement. Mannen in regenjassen, hoeden aan de kapstok, raakten maar niet uitgepraat over de grootheid van Patton, Rommel en Zjoekov en de laatste ADO-Sparta. Voor welk land waren deze mannen bij het EK van 1968? Niet voor Nederland, want dat was nog steeds een B-land op voetbalgebied. Nederland had zichzelf bij de vorige kwalificaties belachelijk gemaakt door in Rotterdam met 2-1 te verliezen van Luxemburg. En dit keer was het als derde geëindigd in een groep met winnaar Hongarije, de DDR en Denemarken. Alleen uit tegen Oost-Duitsland leek het ergens op. Zonder Johan Cruijff, maar met Piet Keizer en debutant Jan Mulder, kwam Nederland met 2-0 voor. Na de rust kwamen de Oost-Duitsers ijzersterk terug. Bondsvoorzitter Wim Meuleman schreef het herstel toe aan 'erg sterke thee', waarin hij vermoedelijk gelijk had.
Een troost voor de mannen in het koffiehuis was dat ook West-Duitsland de halve finale niet haalde door een 0-0 gelijkspel in de uitwedstrijd tegen voetbaldwerg Albanië.
Van Italië, dat de finaleronde organiseerde, moesten ze niet veel hebben. Dat waren allemaal schoorsteenvegers, ijscomannen of dieven op scooters en op het voetbalveld geniepige aanstellers. De Sovjet-Unie, in de halve finale tegenstander van Italië, was ook uit de gratie, nu Yashin niet meer in het doel stond. De wedstrijd tussen deze twee counterploegen was niet om aan te zien, zelfs na verlenging stond het nog 0-0. En dus moest de Duitse scheidsrechter Kurt Tschenscher tossen. Om alle nationalistische elementen uit te bannen had Tschenscher geen lires, roebels of marken in de zak van zijn voetbalbroek, maar een vooroorlogs muntstuk van 10 franc. De Italianen gingen door naar de finale.
Het koffiehuis was voor wereldkampioen Engeland, dat in de andere halve finale tegen Joegoslavië speelde. Een tegenvaller was de afwezigheid van Geoff Hurst en van Nobby Stiles, die veel aanzien genoot om zijn meedogenloze harde spel. Maar wat schoppartijen betrof was er genoeg te zien. Dobrivoje Trivic, de Joegoslavische versie van Stiles, begon met het vellen van Bobby Charlton en Alan Ball. De Engelsen sloegen terug met aanslagen op Dragan Dzajic en op Ivica Osim, die de resterende 85 minuten bleef hinken. De wedstrijd maakte vooral diepe indruk door het uit het veld sturen van middenvelder Alan Mullery, de eerste speler die dat overkwam in de toen 424 interlands tellende geschiedenis van het Engelse elftal. Ook Nederland had een jaar eerder op zijn kop gestaan toen Johan Cruijff als eerste Nederlandse international uit het veld werd gestuurd wegens het slaan van de scheidsrechter. Tussen het geweld door maakte de onstuitbare linksbuiten Dzajic het enige doelpunt voor Joegoslavië.
Alleen al door Dzajic was het koffiehuis bij de finale voor Joegoslavië. De hoofdrol werd echter opgeëist door de Zwitserse scheidsrechter Dienst. Hij was in Duitsland in 1966 al uitgeroepen tot staatsvijand nummer 1 na het goedkeuren van de goal van Geoff Hurst in de WK-finale tegen Engeland (de beroemde bal op/achter de doellijn). Joegoslavië stond 9 minuten voor tijd met 1-0 voor door een goal van uitblinker Dzajic, toen Dienst Italië te hulp schoot bij een vrije trap. Angelo Domenghini schoot raak terwijl Dienst verdediger Blagoje Paunovic terug in de muur duwde, net toen deze in de baan van het schot wilde springen. Tossen deed men niet in de finale en daarom werd de wedstrijd twee dagen later overgespeeld met een andere scheidsrechter. De Joegoslaven speelden in dezelfde opstelling, de Italianen hadden vijf verse krachten opgesteld, onder wie de makkelijk scorende Luigi Riva. Joegoslavië verloor kansloos met 2-0, de opgebrande Dzajic was onzichtbaar. meende dat 'fluitclown' Dienst moest zijn omgekocht en eiste maatregelen. 'De corruptie moet de scheidsrechterswereld worden uitgeholpen. Is er een mes groot genoeg, dat de rotte plek uit het voetbalvlees zal kunnen snijden?'
EK 1972: hup rotmoffen!
De oorlog leek eindelijk voorbij aan het begin van de jaren zeventig. Beatrix was al weer zes jaar getrouwd met Claus, die beter Nederlands sprak dan zijn schoonvader. De sporen van het bombardement op het Bezuidenhout waren door grootschalige nieuwbouw verdwenen. Op school hielden we geen vinger meer gestrekt langs de bovenlip als de leraar Duits voorbijkwam. En Ajax had sinds 1970 met Horst Blankenburg zelfs een Duitse voetballer in de selectie. Met het Nederlands elftal bleef het tobben, ondanks de Europa-Cups van Feyenoord en Ajax. Nederland was er weer niet bij tijdens het EK 1972, na uit-nederlagen tegen de DDR en Joegoslavië, dat eerste werd in de pool.
Voor de finale plaatsten zich België, Hongarije, de Sovjet-Unie en West-Duitsland. De Nederlandse sympathie lag dit toernooi bij de Belgen, die het moesten stellen zonder hun ster Wilfried van Moer, die in de verrassend gewonnen kwartfinale tegen Italië zijn been had gebroken na een doodschop van Bertini. De Belgen, die het eindtoernooi organiseerden, hadden pech dat ze tegen de Westduitsers lootten, die al in de kwartfinale tegen Engeland superieur voetbal hadden laten zien en op Wembley met 3-1 wonnen. België verloor kansloos (1-2), en de Duitsers speelden in de finale ook de Sovjet-Unie weg (0-3). Nooit heeft een EK zo'n overtuigende overwinnaar gehad: in het toernooi-elftal dat na afloop werd opgesteld stonden liefst 7 Westduitsers, met in de as Franz Beckenbauer, Günter Netzer en Gerd Müller. De Nederlandse commentaren op de Duitse overwinning waren opvallend mild, ja zelfs positief. Er waren nog meer goede Duitsers dan Horst Blankenburg. Nico Scheepmaker verbaasde zich in Voetbal International over zijn eigen pro-Duitse gevoelens. De lezers moesten niet denken dat hij fout was geweest in de oorlog. 'Daarom is het toch op zijn minst merkwaardig te noemen dat ik hoopte dat Engeland van West-Duitsland zou verliezen, en dat gebeurde ook. Daarna moesten de Duitsers in de halve finale tegen België, veel van die Belgen spreken een soort Nederlands dat je weliswaar beter verstaat als het ondertiteld is, maar dat heel goed leesbaar is als je de Gazet van Antwerpen opslaat. Dat geeft toch een band. Je zou toch verwachten dat ik zou hopen dat België won van de rotmoffen, maar nee. Het lukte me weer niet. Ik was wéér voor de Duitsers. Toen kwam de derde bondgenoot uit zijn loopgraven: de Russen (...) U denkt: hij zal toch ook niet de derde geallieerde in die 'continuing struggle' tegen de grootste asmogendheid afvallen, mogen we hopen? Maar ja, ik geef toe, ik wou wel anders, mijn geweten wees in de richting van de Russen, maar mijn hart ging toch uit naar de moffen, en ik was blij en verheugd toen zij wonnen met 3-0. Is dat niet wonderbaar?'
Scheepmaker begreep ook waar die plotselinge sympathie vandaan kwam. 'Bij elke tackle die de enkel van mijn grote favoriet Günter Netzer treft, vertrek ik mijn gezicht van pijn. Daar wordt weer een klein percentage finesse en precisie kapot geschopt! Als Beckenbauer onheus ten val wordt gebracht, vind ik dat net zo pijnlijk als wanneer Noerejev door een jaloerse balletdanseres zou worden pootje gelicht. Al die aardige, subtiele, intelligente jongens kunnen die oorlog ook niet helpen, denk ik dan maar. Kijk hun geboortejaren er maar op na. Ik houd van dat Duitse voetbal omdat het zo sterk overeenkomt met het Amsterdamse Ajax-voetbal,' schreef Scheepmaker in juni 1972.
Het was allemaal maar schijn, want twee jaar later was het weer gedaan met de mooie pro-Duitse gevoelens en waren de rotmoffen gewoon weer de vertrouwde rotmoffen.
EK 1976: de absolute verneukgoal
Eindelijk wist Nederland in 1976 dan een keer door te dringen tot de eindronde van het EK. Johan Cruijff speelde in de meeste voorronde-wedstrijden mee en mede daardoor slaagde Nederland erin de ijzersterke groep met Polen en Italië te winnen. Alleen een met 4-1 verloren uitwedstrijd tegen Polen, met een falende Cruijff, verziekte de stemming in de huiskamer volkomen. In de A-selectie van mijn club DEVJO was cruijffiaans juichen, met trappelsprongetje en arm in de lucht, even goed voor een wissel.
Het zou het enige EK-eindtoernooi worden dat Cruijff ooit meemaakte, en dan speelde hij ook nog maar één wedstrijd, wat het bizar maakt dat een paar honderd voetbaljournalisten hem in 1992 kozen in het EK-team aller tijden. Tijdens het EK viel Cruijff vooral op door gezeur over de hoogte van de verzekering van zijn benen - zelfs mijn oma maakte het belachelijk - en het krijgen van een gele kaart in de met 3-1 verloren wedstrijd tegen de Tsjechen.
Tot weerzin tegen de Tsjechen leidde die nederlaag niet, want de pietluttige scheidsrechter Clive Thomas uit Wales was een ideale zondebok. The Book, de bijnaam die Thomas verwierf door de driftige notities die hij altijd maakte tijdens wedstrijden, gaf eerst rood aan Jaroslav Pollak en daarna aan Johan Neeskens, die de schenen van Zdenek Nehoda dwars doormidden probeerde te schoppen. Thomas stuurde bovendien Willem van Hanegem nog van het veld omdat die bij hem weigerde te komen om een gele kaart te incasseren. Ook bij Brazilianen staat Thomas hoog genoteerd in het rijtje van meest gehate scheidsrechters nadat hij bij het WK van 1978 een doelpunt uit een corner afkeurde omdat de tijd tijdens de voorzet verstreken was.
Duitsland-Joegoslavië verliep opvallend vreedzaam vergeleken met Nederland-Tsjechoslowakije. Verbaasde journalisten vroegen Berti Vogts na afloop waarom hij Dragan Dzajic, die hem in de eerste helft aan alle kanten voorbij was gelopen, niet had ingetoomd met wat schoppen. Vogts vertelde dat hij zich opzettelijk had ingehouden na een tirade van de Duitse bondsvoorzitter, die vreesde dat een nieuwe onsportieve vertoning het aanzien van het voetbal ernstig zou schaden. Ja, die Duitsers waren zo slecht nog niet. En ze wonnen ook zonder geweld met 4-2 na verlenging.
Nederland had zichzelf door dom spel de kans op revanche voor de verloren WK-finale ontnomen. Dan moesten de Tsjechen - waar we in Nederland toch al een zwak voor hadden sinds de invasie in Praag in 1968 - maar wraak nemen namens ons. Het bleef 2-2 na verlenging en toen volgde voor het eerst in de voetbalgeschiedenis een beslissing door strafschoppen. Uli Hoeness miste, Antonin Panenka maakte de winnende strafschop met zijn legendarische wippertje door het midden, buiten bereik van Sepp Maier. De 'absolute verneukgoal' noemde Scheepmaker hem en Jan Mulder stelde voor om de term penalty af te schaffen en te vervangen door 'panenka'. Het was de eerste en de laatste keer dat het Duitse elftal een strafschoppenserie verloor op een EK of WK; Tsjechen hebben er nog nooit een verloren.
EK 1980: tranen met tuiten
Veel interessanter dan het oplossen van wiskundesommen tijdens mijn studie was in seizoen 1979/80 het volgen van de stadsoorlog. Het was fascinerend om te zien hoe de ME de bestrijding van de Amsterdamse krakers met de maand beter in de vingers kreeg. Zuinig met traangas waren ze daarbij niet. De beelden van Engeland-België in Turijn, een van de eerste wedstrijden van het tot acht landen uitgebreide EK-toernooi, hadden daardoor in juni 1980 iets erg vertrouwds. De Italiaanse politie dreef dronken Engelse fans die Italianen te lijf gingen aan het eind van de eerste helft met traangas van de tribune. Het gas bereikte ook het veld, waardoor de spelers met betraande ogen rondliepen en de wedstrijd tijdelijk gestaakt moest worden.
Om te huilen was ook het spel van Nederland bij dit EK. Cruijff was gestopt, voor hem in de plaats waren weinig tot de verbeelding sprekende voetballers als Michel van de Korput, Huub Stevens, Martin Vreijsen en Kees Kist bij de selectie gekomen. En bondscoach Jan Zwartkruis hield er eigenaardige trainingsmethoden op na, die meer geschikt waren voor het drillen van ME'ers dan voor voetballers. De spelers kwamen soms kotsend van vermoeidheid van het veld. Je zou ook kunnen stellen dat Zwartkruis de voetbal-is-oorlog-filosofie tot in zijn uiterste consequentie doortrok.
De eerste wedstrijd tegen de Grieken wist het afgepeigerde Nederlands elftal nog met 1-0 te winnen via een schlemielige penalty, toegekend nadat de Griekse keeper naar Dick Nanninga schopte zonder dat er een bal in de buurt was. In de tweede wedstrijd kreeg Nederland de kans om revanche te nemen op West-Duitsland (voor het eerst met Lothar Matthäus), maar niemand geloofde er echt in en halverwege de tweede helft stonden ze al met 3-0 achter door goals van Klaus Allofs. Daarna mocht Nederland kort voor tijd nog terugkomen tot 3-2. Voetbal International vertolkte graag het gesundenes Volksempfinden, maar zag ook wel in dat op de Duitse overwinning niets viel af te dingen. Daarom greep dit blad de laatste groepswedstrijd tussen Griekenland en Duitsland maar aan om tekeer te gaan tegen de Duitsers. De aanklacht luidde dat de Duitsers als een 'lamlendig stelletje' over het veld liepen. 'Hansi Müller liep alleen maar wat mooi te zijn, Kaltz bewoog zich met een misselijkmakende arrogantie en Rummenigge zorgde er nauwgezet voor dat Griekse benen niet te dicht in zijn buurt kwamen.' De kritiek van VI sloeg nergens op - de Duitsers hadden zich nu eenmaal vóór deze wedstrijd al geplaatst voor de finale - maar maakte eens te meer duidelijk dat de nederlaag van 1974 (of was het toch de oorlog?) nog niet verwerkt was.
Het EK van 1980 was ook het kampioenschap van de onzichtbare helden en de lelijke voetballers. Kevin Keegan, in 1978 en 1979 Europees voetballer van het jaar, was onzichtbaar na een zwaar seizoen in de Engelse league. De Duitsers hadden met Bernd Schuster weer een fraaie technische voetballer in de gelederen in de traditie van Günter Netzer, maar ze hadden ook weinig elegante zwaargewichten toegevoegd aan de selectie, zoals Hans-Peter Briegel en Horst Hrubesch. Vooral de aanblik van het kolossale hoofd van Hrubesch deed schedelmeters watertanden. En dit hoofd kopte ook nog de beslissende 2-1 in, twee minuten voor tijd in de finale tegen België. Jean-Marie Pfaff liep voor de tweede keer dat toernooi huilend over het veld, maar nu van teleurstelling.
Opmerkelijk was dat de wedstrijd om de derde en vierde plaats tussen Italië en Tsjechoslowakije beslist moest worden door strafschoppen. Tsjechoslowakije liet de vijf strafschoppen door precies dezelfde spelers nemen als in 1976, zelfs in dezelfde volgorde. Panenka schoot de bal dit keer maar niet door het midden raak. Na hem moesten er nog vier Tsjechen aan te pas komen om de derde plaats te veroveren, want pas bij de negende Italiaanse strafschop (van Collovati) ging het mis.
EK 1984: supermiddenveld nekt de erfvijand
Welk land het EK van 1984 vooral niet mocht winnen, was overduidelijk op de keukentribune in studentenhuis Cum Ipso in de Korte Leidsedwarsstraat in Amsterdam. Eeuwenoude sentimenten, wortelend in de Tachtigjarige Oorlog, welden in ons op. Spanje had spelers van Malta omgekocht om via een beter doelsaldo naar de eindronde in Frankrijk te kunnen gaan. Alleen zo was de uitslag van 12-1 te verklaren. Bij rust had het notabene nog maar 3-1 gestaan. De UEFA bestudeerde de videoband, maar kon geen onregelmatigheden ontdekken en de uitslag bleef staan. Spanje trok een lange neus, want het had zich eerder in de kwalificatie vergeefs beklaagd bij de UEFA over het gedrag van Nederland. Malta mocht niet op eigen veld spelen omdat dat te slecht was en wilde daarom uitwijken naar Italië. De KNVB slaagde erin om de Maltezers met een bedrag van 75.000 gulden naar Aken te lokken, waar het natuurlijk veel voller zat met Nederlandse supporters.
Genieten van Ruud Gullit kwam er dus niet van bij dit eindtoernooi, we moesten tandenknarsend toezien hoe die vereerders van afgodsbeelden ook nog de finale haalden. Eerst versloeg Spanje, op z'n Duits, West-Duitsland in de laatste minuut: Harald Schumacher kreeg zijn hand net niet achter een kopbal van Maceda. De Spanjaarden moesten in de halve finale tegen Denemarken dat in de voorronden Engeland had uitgeschakeld, waardoor hun gevreesde hooligansleger thuis kon blijven en het toernooi zonder supportersgeweld verliep. Maar Denemarken, dat met Ivan Nielsen, Søren Lerby, Frank Arnesen en Jesper Olsen een soort Klein-Nederland was, werd niet beloond voor deze preventieve actie, want de Spanjaarden wonnen de strafschoppenserie. 'Geluk is op den duur gelijk verdeeld,' zei aanvoerder Morten Olsen na afloop, niet beseffend dat hij profetische woorden sprak.
De andere halve finale tussen Frankrijk en Portugal behoort tot de klassiekers uit de voetbalgeschiedenis. Portugal had prachtvoetballers als Jaime Pacheco en Fernando Chalana in de ploeg, maar iedereen verwachtte toch dat ze het zouden moeten afleggen tegen het Franse supermiddenveld met Jean Tigana, Alain Giresse, Michel Platini en Luis Fernandez. Pas na 119 minuten en 10 seconden, nadat Portugal in de eerste verlenging op voorsprong was gekomen, maakte Platini de beslissende 3-2 voor Frankrijk.
Na zo'n halve finale kon de finale alleen maar tegenvallen. De eerste helft was dodelijk saai. In 56ste minuut krulde Platini de bal uit een vrije trap langs de muur. Doelman Arconada dook op de bal, maar die bolde met enige vertraging weer onder hem vandaan en rolde tergend langzaam over de doellijn. Arconada drong hiermee met stip door in de top-5 van grootste keeperblunders aller tijden. Bruno Bellone maakte er in de laatste seconde nog 2-0 van.
Platini was met Tigana de grote held van dit toernooi. Hij maakte zijn faam als Europees voetballer van het jaar meer dan waar en scoorde het voor een middenvelder ongekende aantal van negen doelpunten. Het knappe van de Franse ploeg was dat ze erin slaagden om met slechts één aanvaller toch aanvallend te spelen.
EK 1988: geluk dwing je af
Met knallende uitlaat door België gescheurd om maar op tijd thuis te zijn voor de wedstrijd tegen de Sovjet-Unie. Nooit was het vakantiegevoel zo snel weer verdwenen als na die 1-0 nederlaag. Maar alles zou goed komen. Het was het jaar van de geboorte van het gevleugelde voetbalwoord 'Geluk dwing je af'. Want oh, oh, oh, wat had Nederland een mazzel nodig om Europees kampioen te worden. Het begon al in de kwalificatieronde met het incident rond de Cypriotische keeper Charitou, die uitviel met oorsuizingen na de ontploffing van een vuurwerkbommetje in het doelgebied. Aanstellerij, meende de alwetende bondsarts Frits Kessel, maar de UEFA dacht er anders over en zette de 8-0 overwinning om in een reglementaire 3-0 nederlaag. Na een effectieve lobby achter de schermen rekte de UEFA de reglementen wat op: Nederland mocht de wedstrijd overspelen zonder publiek en won alsnog. Pech alleen voor John Bosman, die in de eerste wedstrijd het record van vijf doelpunten in één wedstrijd had geëvenaard.
Nog meer mazzel had Nederland in de tweede wedstrijd tegen Engeland, die ze móesten winnen na de 1-0 nederlaag tegen de Russen. Lineker en Hoddle schoten in de eerste helft op de paal en Rijkaard maakte voorafgaand aan het eerste Nederlandse doelpunt een smerige overtreding op Lineker. Daardoor stond het bij rust geen 0-2 voor Engeland, maar 1-0 voor Nederland. Nederland won de wedstrijd met 3-1, maar de botsing tussen Nederlandse en Engelse hooligans eindigde in een gelijkspel. Het was het eerste toernooi waar Nederlandse hooligans lieten zien dat ze goed mee konden komen op Europees niveau.
Tegen de Ieren had het Nederlands elftal zo mogelijk nog meer geluk. Kopbal op de paal van Paul McGrath, en Van Basten stond buitenspel bij het mislukte schot op doel van Ronald Koeman waar Wim Kieft uit scoorde met een lukrake kopbal.
Dan die roemruchte 21 juni 1988, de dag dat Nederland eindelijk revanche nam op Duitsland voor de verloren WK-finale. De gedragingen na afloop maakten duidelijk dat er een overspannen Nederlands elftal in het veld had gestaan. Denk aan Koeman, die zijn kont afveegde met het shirt van Olaf Thon. Had dat allemaal historische wortels of was het de spelers in de bol geslagen door de psychologische interventies van Ted Troost, die een grote groep spelers in het geniep bijstond? Of was de thee van Frits Kessel misschien verkeerd gevallen? Vooral Van Breukelen was het spoor volkomen bijster, al vertoonde hij voor de wedstrijden nog wel tekenen van gezond verstand toen hij met Jan Reker de strafschopvoorkeuren doornam van de Duitse spelers. Hij zat in elk geval in de goede hoek toen Matthäus raak schoot. In de finale was Van Breukelen nog steeds van slag, zo bleek toen hij volkomen onnodig Gotsmanov neerhaalde in het strafschopgebied. Hij moest en zou dat Reker-boekje gebruiken. Belanov schrok zo van de aanblik van deze overspannen doelman dat hij de bal slecht inschoot.
En Van Bastens schitterende goal in de finale tegen Rusland, was dat niet het toppunt van mazzel? Natuurlijk, maar echte voetbalhelden dwingen het geluk af.
EK 1992: badgasten raadsel voor sfinx
Het onderwerp 'voetbal en oorlog' bleef Nederland ook in 1992 bezighouden. Uit het proefschrift van VU-historicus André Swijtink bleek dat donderspeecher Karel Lotsy fouter was geweest dan altijd was gedacht. Dat zou ook consequenties hebben voor mijn club Buitenveldert. Als we de bal weer eens hoog over schoten kwam hij niet langer in de sloot langs de Karel Lotsylaan, want die had het stadsdeel omgedoopt in Gustav Mahlerlaan.
Ook het imago van Rinus Michels, die na het mislukte WK in Italië was teruggekeerd als bondscoach, was aan bijstelling toe. De Generaal, na het EK 1988 nog op handen gedragen, had intussen veel sympathie verspeeld door intriges tegen Johan Cruijff. In de aanloop naar het EK schoffeerde hij spelers als Koeman, Van 't Schip, Roy en Kieft. Uiteindelijk draaide iedereen weer bij, vooral door toedoen van een kleine Hagenees, assistent-bondscoach Dick Advocaat. Zelfs Frank Rijkaard kwam terug op zijn besluit om vroegtijdig met interlandpensioen te gaan. Tussen het geruzie door plaatste Nederland zich vrij gemakkelijk voor het eindtoernooi in Zweden door Finland, Griekenland, Malta en Portugal uit te schakelen.
Er speelde in de voorronden voor het eerst een verenigd Duitsland mee, dat meteen van zich deed spreken als hooligans-natie. Duitse supporters bezorgden veel overlast bij de uitwedstrijden tegen België en Luxemburg en tijdens de eindronde raakten deze fans slaags met Nederlandse hooligans. Want Nederland zat weer eens in een groep met Duitsland. De sfeer was aanzienlijk minder gespannen dan vier jaar daarvoor. Nooit eerder won Nederland zo makkelijk van Duitsland, dat defensief erg verzwakt was door blessures van Guido Buchwald en Stefan Reuter. De Duitsers gingen wel door naar de halve finale, en iedereen hield rekening met een finale Nederland-Duitsland. Michels gaf in zijn laatste maand als bondscoach nieuwe inhoud aan zijn bijnaam 'De Sfinx', door raadselachtige uitspraken te doen over het toernooiverloop. Bergkamp vertelde later dat Michels had voorspeld dat Nederland twee keer tegen Duitsland zou spelen, in de groep en in de finale. Hij had ook voorzien dat Nederland drie keer zou scoren, twee keer door een middenvelder en één keer door een aanvaller.
Met zo'n succesvolle profeet aan het roer was het geen wonder dat het elftal zich geen moment zorgen maakte over de halve finale tegen Denemarken, een team dat min of meer van de Europese stranden was geplukt om op de valreep in te vallen voor Joegoslavië, dat wegens de VN-boycot niet mocht meedoen. Het liep anders. De Denen haalden de strafschoppenserie, na twee keer te hebben voorgestaan, en schoten alle ballen erin. Marco van Basten miste de tweede penalty voor Nederland, wat de experts thuis al voelden aankomen omdat hij het hele toernooi al geen doelpunt had weten te maken. De AC Milan-speler kreeg de titel van Europees voetballer dat jaar beslist niet voor zijn spel op het EK. Van Basten speelde na het EK nog drie wedstrijden voor het Nederlands elftal, maar zou nooit meer scoren.
De Duitsers maakten de verwachtingen wel waar tegen Zweden en bereikten de finale door twee Platini-achtige vrije trappen van Hässler. Een schrale troost was dat de Denen ook Duitsland klopten. Nederland kon weer een kruisje toevoegen aan de lijst van toernooien die het eigenlijk had moeten winnen.
1996: strafschoppen als loterij
'Kluivert, Kluivert,' zei mijn dochtertje bij elke zwarte speler die in beeld kwam. Maar Kluivert speelde niet, Kluivert zat op de bank. Bondscoach Guus Hiddink stelde liever Jordi Cruijff op tegen Schotland, de eerste tegenstander bij het EK-toernooi in Engeland.
Het had weinig gescheeld of Nederland had daar niet eens gestaan. Waar Wit-Rusland precies lag moest Hiddink opzoeken op de kaart, maar Nederland verloor er wel met 1-0 tijdens de kwalificaties. Daardoor moest Nederland een beslissingswedstrijd spelen tegen de Ieren. Kluivert scoorde alle twee de doelpunten. Waarom hij er dan niet in stond tegen Schotland? Omdat hij nog onvoldoende hersteld was van een knieblessure, vond Hiddink. In de tweede wedstrijd tegen Zwitserland belandde Edgar Davids, de tweede streng van de 'kabel' Kluivert/Davids/Seedorf, op de bank. Dat pikte Edje niet. 'He should not stick his head in other players ass. He should make his own decisions,' zei hij diplomatiek tegen de pers en kon naar huis. Ja, het was weer ouderwets gezellig bij het Nederlands elftal. Engeland maakte in de derde wedstrijd korte metten met dit zooitje ongeregeld en liep moeiteloos uit naar 4-0. Kluivert kwam er nog even in, maakte 4-1 en Nederland mocht zowaar door naar de kwartfinale op grond van doelsaldo. Daar troffen ze de Fransen, die al net zo bleek speelden. Het liep uit op strafschoppen. Hiddink had er niet of nauwelijks op laten oefenen, want het was toch een loterij, zo luidde zijn filosofie. De Fransen wonnen met 5-4, Seedorf (met alle respect) miste als enige een strafschop.
Bij Euro 1996 werden nog drie wedstrijden beslist door strafschoppenseries. De Duitsers lieten de Engelsen in de halve finale zien hoe je strafschoppen neemt. Op het netvlies gebrand staat Andy Möller, die na het benutten van de laatste penalty uitdagend met de handen in de zij langs de lijn ging staan. En de Tsjechen stuurden opzettelijk aan op strafschoppen in de halve finale tegen Frankrijk. Ze waren ervan overtuigd dat ze zouden winnen, zeker nu ze hadden kunnen bestuderen hoe de Fransen ze namen. Aldus geschiedde: twintig van de twintig hebben de Tsjechen er nu raak geschoten bij EK's. Een loterij? Misschien, maar in hun geval dan wel één zonder nieten. Guus stak er niets van op, zodat Nederland twee jaar later bij het WK in Frankrijk in de halve finale opnieuw verloor door strafschoppen, nu met 4-2 van Brazilië.
Buiten de penaltyseries heeft Euro 1996 opvallend weinig sporen achtergelaten in het geheugen. Wie weet nog of Zinedine Zidane, de held van het WK 1998, meespeelde bij Frankrijk? Waren Hristo Stoichkov en Allessandro del Piero er eigenlijk bij in Engeland? En wie won dit EK ook al weer? Toch niet weer Duitsland hè?