KEES T HART
DINSDAG, 17 OKTOBER
In het spelershome zitten Annie en Riemer van der Velde, de spelers druppelen binnen, gaan als vanzelf naar het grote leren bankstel tegen het andere eind van de ruimte. Ze zijn rustig, waarom zouden ze zich opwinden, ik hoor dat Hans in het Fries met Anneke Noordenbos praat. Jeffrey vertelt dat hijzelf aardig Fries verstaat en zeker ook een beetje kan praten, en het ook wel doet. In het begin woonde hij in een klein dorpje vlakbij Heerenveen, daar praatten ze echt alleen maar Fries, dus dan moest je wel. In de kleedkamer houdt Foppe de laatste voorbespreking over de vaste posities en de laatste peptalk. Daarna het langzame drentelen, schoenpoetsen, noppen indraaien, weer drentelen, tapen bij Johnny of Hugo, terugkomen, kauwgom nemen, slokje water, turen naar scheenbeschermers, broekje goed doen, elkaar aanraken, op bank zitten, in de verte staren, nog even pissen, haar kammen, op hometrainer zitten, terug naar kleedkamer, schoenen aandoen, warming-upshirt aandoen, vaseline op knie wrijven, kleren een beetje verschuiven, drentelen, zwijgen, naar krachthonk lopen, even trappen tegen rubberen bal, met de andere jongens niks zeggen, elkaar aanraken, duwen; dit is het langzame sterven voor de wedstrijd, het bedachtzaamste moment van een voetballeven, pissen maar weer, kauwgom nemen, drentelen, met schoenen schrapen, op bankje zitten in kleedkamer. Ron is stil en in zichzelf verzonken, zo ook Mika, Hansma is onrustiger, Tieme beweeglijk, Harris loopt af en toe, strekt benen, Jeffrey in zichzelf verzonken, doet gymoefeningen, Mika schraapt zijn keel, Hans strekt, doet onderbroek anders en daarna weer anders, Daniel gaat opstaan, Arek bedachtzaam en dwingend, Johan doet vaseline op, Gérard is aan het lopen, soms ineens spoorloos, Anthony poetst zijn schoenen, wil onmiddellijk beginnen.
Vlak voor de warming-up praten Tieme, Harris, Jeffrey en Anthony ineens over tactiek, ze zoeken elkaar op, Gérard komt erbij. "Boem," zegt hij, "we gaan erin, dan zien we wel." Tieme praat over de ruimte, waar ze die binnen zullen gaan, over rechts, ja dat doen we. Tijdens de warming-up zit ik in de dug-out, ik schrijf dingen op die ik dreig te vergeten, ik ben aan de onmogelijke taak begonnen hier een samenvatting van te schrijven. Iets wat onsamenvatbaar is tot in alle details te beschrijven, ik voel me zoals gewoonlijk wetenschapper zonder theorie, lyricus met een groot tekort aan lyriek. Voetbaldromer.
Dan grijpt vlak voor we beginnen de stilte ons bij de keel, de jongens verzwijgen hun afkomst, hun bestaan, ze gaan hun eigen doodsangst op het publiek overdragen, ze zijn harde lichamen die gaan botsen, ze schreeuwen als ze geroepen worden, ze schreeuwen het uit. Ik schreeuw geluidloos mee, ook nog als we in de gang naar het veld lopen, samen met de spelers van Olympiakos.
Een kwartier voor rust valt Godfrey uit, ik ga direct naar de kleedkamer. Hij ligt verbijsterd in de fysioruimte, er is niemand bij hem, hij klemt een zak ijs tegen zijn lies. Tranen staan in zijn ogen, hij beweegt zijn hoofd langzaam heen en weer. "O, I am so disappointed," zegt hij, "so disappointed." Het is klote, zeg ik, klote. We zwijgen en luisteren naar de geluiden uit het stadion. Wil je drinken, zeg ik. Nee. Hij vraagt wie hem vervangen heeft. Sander, zeg ik. "It's okay," zegt hij, "it's okay. So disappointed, Kees." Ik laat hem alleen, loop door de verlaten kleedkamer, die onbehoorlijk verlaten is, een kamer met tassen, rommel, kleren, geheimzinnige stapelingen ondergoed en kleren.
In de pauze is druk overleg, de spelers praten met elkaar, Tieme roept de verdedigers bij elkaar, we gaan het zo doen, zegt hij, als jij hem pakt als hij dat doet, dan doen wij het zo. Foppe laat ze het zelf regelen, hij praat met andere spelers. "Het gaat goed," zegt hij. "Kom op hè." Vijf minuten voor tijd scoort Daniel Jensen, ik ga direct naar de ingang van het veld, sta tussen uitgelaten bestuursleden, stomp Riemer van der Velde in zijn maag, ze winnen man, zeg ik, ze winnen. We staan verpletterd te wachten, dan klinkt het fluitje en iedereen rent het veld op, nu moet ik absoluut heel rustig blijven, vind ik, heel koel, ik val Gj in zijn armen, ik val iedereen in z'n armen, ik ben reddeloos omdat ik het wil zijn, kus Annie, grijp alle jongens vast, schud als een rare gek ieders hand, jongens jongens, fantastisch fantastisch. Godverdomme, prachtig man prachtig. De spelers maken een ereronde over het veld.
Wanneer Gérard de kleedkamer binnenkomt gaan we met elkaar zingen: "Supersuperfriezen, we zijn voor niemand bang, supersuperfriezen we zijn voor niemand bang." Gérard gaat voorop. Nu begint het praten met elkaar, het bevredigende praten dat je nooit hoort omdat ze het niet van tevoren kunnen, ze moeten het erna doen, toen deed ik dat en hij dat, zag je dat, en heb je gezien dat hij me vastpakte en die bal gaf ik voor terwijl jij nog nergens was, hij trok me helemaal weg, ik gaf hem een duw, prachtig man, toen zag ik je pas, jij was helemaal daar, hé Jensen, hoe deed je dat nou met die kopbal, doe het nog eens Jensen.
In het krachthonk fietsen Tieme, Sander en Harris, ze kwetteren als mussen. "Nou Harris," zegt Tieme, "kun je eindelijk die nieuwe fiets voor je vrouw kopen."
Ik kom bij de kleedkamer van Olympiakos muisstille Griekse spelers tegen, ze moeten het gezang in hun kleedkamer gehoord hebben.