Ronald Giphart
Onze meisjes
Na de lunch benoemt Andries mij officieel tot 'KNVB-veldinspecteur'. Miriam Hickey geeft me uit de enorme voorraad kleding een oranje trainingsset, en terwijl de meisjes zich omkleden, krachtrepen eten en zich laten intapen, verkent het begeleidingsteam het oefengras (dat er nog niet eens zo vreselijk slecht bij ligt). Een half uur later maakt het team zich klaar om naar het veld te gaan. Ik ben verbaasd over alle kisten, bakken water en ballen die mee moeten. Linksbuiten Shirley Smith, die net als ik nog bij EBOH in Dordrecht heeft gevoetbald, vraagt waarom ik geen voetbalschoenen aanheb. ''Je oefent toch wel met ons mee?'' wil Miranda Noom (28, type Tomek Iwan) weten.
Een beetje naar waarheid antwoord ik dat ik geen voetbalschoenen bij me heb - de volledige waarheid is dat ik überhaupt geen kicksen bezit - maar Jody Poldervaart (18, type Wouters) zegt dat de sportwinkel in het complex hier voetbalschoenen verkoopt. Ik loop naar deze winkel, die helaas is gesloten. Hè, jammer zeg.
En wat dan gebeurt, wordt in mijn persoonlijke geschiedenisboek opgeslagen onder de noemer 'een pijnlijk moment'. Gezamenlijk wandelen we naar het trainingsveld. Voordat de eigenlijke training begint, leggen de meisjes gedisciplineerd allerlei spullen klaar en daarna dollen ze wat met een bal. Ik zie dat begeleider Miriam, teamarts Alfons, KNVB-bons Jan en fysiotherapeut Ronald V. hun noppen aanhebben en vrolijk een balletje trappen. Het gesprekje met Miranda en Jody over de vraag waarom ik niet meespeel, heeft het verlangen bij mij losgemaakt inderdaad met deze meiden mee te voetballen.
Dan - ik vraag me af waarom ik dit eigenlijk opbiecht - komt er een bal in mijn richting rollen. Met mijn gewone schoenen trap ik de bal naar Miriam, die vervolgens een beetje pesterig dreigend met de bal aan haar voet op me af komt dribbelen. O, willen we testen of ik überhaupt kan voetballen? Ik heb zes jaar bij EBOH gespeeld en later in het schoolteam, dus een teambegeleidster van een vrouwenelftal kan ik heus nog wel hebben. Met mijn handen gebaar ik naar Miriam dat ze me mag passeren, als dat haar lukt. Dit had ik beter niet kunnen doen. Een seconde later heeft ze me gepoort, en vier seconden later nog een keer van de andere kant. Een aantal meisjes staat er schuddend van het lachen naar te kijken. Gepoort door een elftalbegeleid
