Hugo Borst
Inleiding bij de nieuwe spelregels van Marco van Basten
Dit keer was het niet de enkel, maar de knie die buiten werking was. Het gewricht lag in een soort slede. Rob Ouderland had er net naar gekeken. Marco lag een maandje na de operatie keurig op schema, vond de fysiotherapeut van de KNVB.
Marco, die op krukken door het huis liep, had zich geroutineerd op de bank geïnstalleerd en de machine aangezet. De slede zorgde ervoor dat zijn knie, die het een paar maanden geleden bij een wedstrijdje in Waalwijk plotseling had begeven, in beweging bleef.
Revalideren, hij had het al veel gedaan in zijn leven. Blij was Marco er natuurlijk niet mee, maar de knie ruïneerde of regeerde zijn leven geenszins. Die knie stond werkelijk in geen enkele verhouding tot De Enkel. Hij had veel afleiding dankzij het Wereldkampioenschap voetbal. Zijn hoofd was er vol van. Het liep ervan over. Hij had zo veel gezien, er klopte zo ontzettend veel niet tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in Japan en Zuid-Korea.
Het moet anders, had hij me tijdens het WK aan de telefoon gezegd. Hij zou het eigenlijk eens moeten opschrijven, maar ja, hij was niet zo'n schrijver. Maar hij bruiste van de ideeën en die moesten eens worden geordend. Of ik een keertje langs wilde komen om naar zijn plannen te luisteren. En wat ik ervan vond?
Het was een van de weinige droge dagen in juli. De kinderen waren de deur uit, net als zijn vrouw Liesbeth. Het WK lag vers in het geheugen, vertelde Marco. Bijna alle wedstrijden had hij gezien. In zijn nabijheid had steeds de Voetbal International met de rugnummers van de spelers gelegen. Af en toe maakte hij aantekeningen. Hij had een opdracht. Alle cursisten van de opleiding Coach Betaald Voetbal moesten het WK aandachtig volgen en drie wedstrijden analyseren. En tot die cursisten behoorde hij. Tijdens het WK zat Marco even letterlijk als denkbeeldig op de bank, de huiskamer fungeerde als dug-out. Of hij als trainer had gekeken? Hij wist het niet.
"Misschien, een beetje."
Waar moest ie beginnen? Jeetje. Zuid-Korea was voor hem de ontdekking, de sensatie van het WK. Zonder twijfel. "Een spektakelploeg." Wat hem in het bijzonder kon bekoren aan het elftal van trainer Hiddink? "Ze kunnen zowat allemaal een man passeren, ze spelen vooruit, ze spelen aanvallend, ze spelen gegroepeerd, ze spelen in een hoog tempo én met hun instelling is natuurlijk niks mis."
Van Basten gebruikte steeds het woord spektakel, viel me op. Waarom?
"Voetbal moet geen schaakspel zijn. Vaak komt dat gewoon omdat spelers geen individuele actie in huis hebben. Ze komen hun man niet voorbij en spelen de bal breed of terug. Een voetballer moet standaard zijn uitgerust met een aantal manieren waarop hij zijn man uitspeelt. Eigenlijk is dat toch heel raar, dat de meeste voetballers dat niet kunnen? Als je ziet hoe technisch beperkt veel voetballers zijn... Ik zie een buitenspeler op de back afgaan en hij heeft geen idee hoe hij die back gaat passeren. Maar als je dat niet kan, creëer je nooit een numerieke meerderheid. Dus: balletje weer terug of breed. Zo wordt voetbal passief; een schaakspel."
Vrij spelen via positioneel voetbal, zoals het Ajax van Van Gaal in 1995 deed, gaat trouwens bijna niet meer, meende Marco. "Dat heeft elke internationale topploeg nu wel door. Een verdedigingsblok schuift gemakkelijk van links naar rechts, zelfs met snel een keer raken speel je geen goed elftal meer uit. Kijk - en dat was het leuke aan Zuid-Korea. Een stuk of zeven van die gasten konden op verschillende manieren een mannetje passeren. Er gebeurde altijd wat. Die Koreanen zijn qua voetbal en instelling een voorbeeld geweest."
Had hij trouwens vrede met wereldkampioen Brazilië? "Weet je wat het is: ik weet zeker dat er clubteams zijn die beter zijn dan Brazilië. Dat gevoel had ik in 1990 ook. Ik ben ervan overtuigd dat wij met AC Milan wereldkampioen Duitsland hadden verslagen. Logisch, wij waren één geheel, ingespeeld, vol automatismen. Buitenspelval. Pressie spelen. Evenwicht.
Daar hadden we twee, drie jaar over gedaan. Daarom zouden nationale ploegen zich langer moeten kunnen voorbereiden op een WK. De speelkalender in een WK-jaar moet dringend worden aangepast. Dan zal er tijdens een WK alleen maar be ter gevoetbald worden."
Wat vond hij van het niveau van de 64 wedstrijden? "Van nivellering is geen sprake, vind ik. Het voetbal is sneller, tactischer en fysieker geworden vergeleken met de tijd dat ik nog speelde. Normaal gesproken is dat voor het spektakel niet bevorderlijk. Maar met name in de eerste ronde werd er leuk en open gespeeld. Ik denk niet dat we te klagen hebben gehad."
Wel concludeerde hij dat de techniek achterbleef bij de ontwikkeling van de tactiek. Er moet sneller gehandeld worden, maar de technische vaardigheid is vaak niet toereikend. Hij wist wel waarom. "Waarom is Van Hooijdonk zo goed? Omdat hij extra geoefend heeft. Dat kan ook bij voorzetten geven, passeren, passen, aannemen - noem maar op. Wat is nou een half uurtje extra trainen per dag? Het is ridicuul, zo weinig als voetballers trainen.
Vergelijk dat met volleybal. In uren. Er wordt gewoon te weinig arbeid verricht. Als de tactische en fysieke aspecten beter worden, moet er hard aan de techniek worden gewerkt. Maar ook: stuur elke training de spitsen op de keeper af; laat buitenmensen opkomen en voorzetten geven; zorg ervoor dat elke speler op vijf, zes, zeven manieren zijn man voorbij kan. Boots wedstrijdsituaties na. Oefenen. Herhalen. Herhalen is herkennen. Ik spreek uit ervaring."
Waarom stel je daar geen aparte trainers voor aan?
"Waarom wel? Gewoon zelf doen. Voetballers moeten investeren in zichzelf.
Kijk naar Van Hooijdonk! Je moet het er voor over hebben. Je moet de wil hebben. Kijk, voetballen leer je op straat, met elkaar. Jij, trainer, hoeft ze technisch gezien niets nieuws te leren. Ze moeten gewoon als prof een half uur extra trainen. Dan gaan ze honderd procent vooruit. Als die Koreanen het kunnen, kunnen wij het ook."
Moet de trainer het niet kunnen voordoen? Dat was het idee van de Masterclass van Johan Cruijff.
"Dat is een nobel streven, maar geen vereiste. Het is meegenomen als de trainer het kan voordoen, maar je denkt toch niet dat Sacchi of Michels mij ooit iets hebben voorgedaan? Michels was te oud en Sacchi kon niet voetballen. En toch hebben ze me dingen geleerd.."
Cruijff deed het wel voor.
"Hij wel ja. Maar ik heb voornamelijk andere dingen geleerd van hem. Op het hoogste niveau nog technische dingen leren als voetballer is eigenlijk vreemd. Je kan het al, maar je moet het perfectioneren. De voordelen zijn zo groot. Een betere techniek betekent een betere balans en dat betekent minder blessures. Wie extra traint, loopt dus minder blessures op. Maar het gekke is: het zit de speler ingebakken. Hij denkt: 'Als ik tweeënhalf uur train, raak ik geblesseerd, de trainer is gek, we trainen te hard.' Ik spreek uit ervaring. Ik heb het ook gedacht, vroeger. Er kan veel meer gedaan worden dan nu gedaan wordt. Bij Milan trainden we twee uur, of langer."
Wat leerde de trainer Cruijff je?
"Veel tactisch besef, hS. Hij heeft me geleerd het goede moment te kiezen. Je moet voortdurend keuzes maken in het veld. Hij leerde me de goede keuzes te maken. Zijn hele benadering en werkwijze waren trouwens interessant."
Wat leerden Michels en Sacchi je?
"Ze hebben me een soort individueel en collectief tactisch bewustzijn bijgebracht. Ze leren je dat je niet op intuïtie moet voetballen, maar op verstand. Wat maakt de ene voetballer beter dan de andere? Naast techniek is dat slimheid. Dat moet een trainer zijn spelers bijbrengen. Sacchi en Michels maakten me sterk bewust van de teamtactiek. Van Sacchi weet ik nog hoe hij op de training de buitenspelval oefende. Door middel van trainingsvormen heeft hij dat er ingepompt. Hij heeft zijn inbreng gehad. Sacchi leerde je hoe je ruimte kon creëren door je te laten zakken; als spits of als team. We lokten soms de tegenstander naar onze helft, kregen ruimte en profiteerden daarvan met een snelle dieptepass. Sacchi was geen standaard Italiaanse trainer, hij had de behoefte mooi voetbal te tonen."
Net als Cruijff bij Ajax dus.
"Ja. Bij Ajax was het nog het mooist. Johan wilde altijd pressie spelen. Het was heel idealistisch. Bij Milan was het ook mooi, maar realistischer." Bij Ajax speelde je het 4-3-3-systeem, bij Milan 4-4-2.
"Systemen doen er niet zo toe. Dat gepraat daarover vind ik vaak overdreven. Het gaat om de juiste veldbezetting. Het gaat erom ''n geheel te zijn, een dynamisch geheel. Het gaat wezenlijk om andere dingen. Bied je op de juiste manier aan. Speel iemand op de juiste manier aan. Als je in de aanval bent, wees dan alert op een onderschepping en een snelle dieptepass van de tegenstander. Dus: staan de anderen goed? Als je zelf een bal onderschept, weet dan wat je achterlaat. Hoe staat de ploeg bij balbezit? Hoe staat de ploeg bij balverlies? Die wijsheden meegeven, d t is trainen. Daarin heeft vooral Cruijff ons destijds wijs gemaakt. Vooral tijdens eindeloze, vermoeiende positiespelletjes. Maar achteraf denk ik: geen enkele andere trainer heeft me die nuances kunnen leren."
Systemen doen er niet toe, zei je. Dus die typisch Hollandse buitenspelers hoeven niet per se?
"Als je een echte buitenspeler hebt, kun je hem opstellen, maar heel vaak zie je op die positie een speler staan die daar helemaal niet uit de voeten kan. Dan moet je hem ook niet opstellen. Zoals ik ook geen voorstander ben van drie verdedigers. Met drie verdedigers spelen is heus niet aanvallender. Waarom niet? Die zullen in de regel geen van drie"n meedoen met de opbouw. Terwijl bij vier verdedigers er steeds wisselend eentje betrokken kan worden in de opbouw."
Plotseling onderbrak hij zichzelf. Hij was afgedwaald, zei Marco. Praten over trainen en coachen is ok', maar het moest nu meer gaan over wat er mis is met het spel en de spelregels. Hij kwam met een mooi voorbeeld op de proppen.
Nederland-Engeland, negen jaar geleden. Tijdens de kwalificatiewedstrijd voor het WK in Amerika haalt Ronald Koeman in het strafschopgebied een doorgebroken speler neer. De Duitse scheidsrechter geeft tot woede van de Engelsen geen penalty maar een vrije trap, en Koeman krijgt geen rood maar geel. Even later mag Koeman, die dus niet uit het veld is gestuurd, een vrije trap nemen. De bal gaat erin. Nederland gaat naar het WK in plaats van Engeland. "Er klopte geen moer van," zei Marco. "Dat was z¢ onrechtvaardig."
Kun je met destructief voetbal een wedstrijd winnen?
"Destructief in de zin van negatief: ja. Neem Zweden-Argentini" tijdens het WK. Argentinië moest winnen. Zweden heeft een uur lang voor de eigen keeper gestaan. Speelde een soort handbal. Ze krijgen een vrije trap en komen 1-0 voor. Het werd nog 1-1, maar dat was niet genoeg voor de Argentijnen. Het minimale werd beloond. Doodzonde dat Argentinië eruit lag. Het is legaal, maar het is een drama voor het voetbal. Maar goed, zolang het met geoorloofde middelen is gebeurd, mag het van mij. Een stiekeme overwinning voelt lekker, maar de gezaghebbers moeten niet stimuleren dat het met antivoetbal gebeurt. En je ziet gewoon dat scheidsrechters verdedigers bevoordelen, te weinig optreden tegen tijdrekken en zo."
"Er is zo veel onrechtvaardigheid. Daarom zeg ik: het moet eerlijker, cleaner. Daar is iedereen bij gebaat. Stel commissies in en ga onderzoeken hoe het beter kan. Eerlijkheid moet worden gestimuleerd, gemeenheid en bedrog bestraft. Daar kan je televisiebeelden bij gebruiken. Jammer dat veel oud-voetballers ouderwets zijn daarin. Als de Platini's en zo daar ook een warm pleidooi voor zouden houden, dan zou dat helpen. Het enige wat je ziet aan het begin van een WK, is dat scheidsrechters strenge instructies krijgen. Tackle van achteren is rood. Bij twijfel moet er bij buitenspel worden doorgespeeld. Van die dingen. Maar er komt niks van terecht. Er verandert structureel niets. Daarom. Wat ik zeg is: laten we onze nek uitsteken. Doe eens wat. Want er gebeurt gewoon niks."
Urenlang sprak Marco over spelregels en scheidsrechters. Over waarom en hoe het anders moet. Het was een hoorcollege. Ik had een hoogleraar getroffen die met bezorgdheid over zijn vak sprak. Af en toe interrumpeerde ik, maar meestal zweeg ik gepast.
Marco zat op de bank. Ik dacht: hij is geen voetballer meer, hij is bijna trainer. Maar het woord trainer dekt de lading niet. Marco is - net als Cruijff - gewoon altijd net ietsje meer, al haat Marco het als je dat vindt. "Klinkt het allemaal niet te pretentieus?" vroeg hij op een gegeven moment. "Welnee man," zei ik. "Je klinkt gewoon ontzettend betrokken."
"Je moet er nadrukkelijk bij zetten," zei hij, "dat dit de aanzet tot een discussie moet zijn die dringend gevoerd moet worden. Dat mijn wil geen wet is."
De weerslag van Marco's ideeën en plannen is in Hard Gras 32 te lezen.