Harry van Wijnen
De beste dribbel ter wereld
DE EERSTE broodvoetballers die begin jaren vijftig de desolate staat van het Nederlandse amateurvoetbal voor gezien hielden om hun heil in buitenlandse profcompetities te zoeken, zijn sociaal gezien nooit te benijden geweest.
Faas Wilkes, Kees Rijvers, Bertus de Harder, Frans de Munck, Theo Timmermans, Cor van der Hart, Rinus Schaap, Harry Vreeken, Joop de Kubber, Bram Appel, Jan van Geen, André Roosenburg, Joep Brandes, Arie de Vroet, Piet Steenbergen en Wim Lakenberg - ze verlieten Nederland via de achterdeur, geroyeerd en afgeschreven door de KNVB, omdat zij het heilige sacrament van de amateursport hadden ontwijd.
Faas Wilkes was de enige die de effecten van die banvloek niet voelde. Zijn faam was internationaal al gevestigd toen hij nog voor Xerxes speelde, en zijn ster was te hoog gestegen om zijn royement zelfs maar op te merken.
Met de andere voetbaldeserteurs deelde hij weliswaar het lot dat hij niet meer voor het Nederlands elftal in aanmerking kwam, maar dat was niet meer dan een klein wolkje aan de azuren hemel boven de Lombardische vlakte.
Eigenlijk hadden ze alle zestien geridderd moeten worden, aangezien ze door hun afvalligheid meer voor de omwenteling van 1954 hebben gedaan dan de bestuurders van de KNVB - die gods water over gods akker lieten lopen of krampachtig de boot afhielden - maar hun verdienste is nooit genoeg erkend. Ze gingen niet alleen voor het geld, ze gingen ook voor het betere voetbal. Na hun terugkeer hebben ze vrijwel allemaal een onschatbare bijdrage geleverd aan de verbetering van het vaderlandse clubvoetbal en van het Nederlands elftal.
De Nederlandse competitie had in de laatste jaren van de bezetting praktisch stilgestaan, waardoor het clubvoetbal in verval was geraakt. De KNVB bleek niet in staat te zijn nieuwe wegen in te slaan en de crisis die bij de hervatting van de competitie vooral op tactisch niveau aan het licht kwam, het hoofd te bieden. De bond had geen visie, maar ook geen reconstructieplannen en meende dat een extra dosis mental training - de haarlemmerolie die het Nederlands elftal vóór de oorlog zo vaak had geslikt - het voetbal er wel weer bovenop zou helpen.
Over betaald voetbal - ook in de zuinige zakgeldvorm die aan het eind van de jaren veertig in ruime kring werd bepleit - viel met Karel Lotsy en de zijnen niet te praten. Ondanks de veranderende opvattingen van de clubs, die al onder tafel hun spelers betaalden, hielden de bondsbestuurders hardnekkig vast aan de achterhaalde beginselen van het amateurisme, hel en verdoemenis afroepend over iedere speler die het waagde op de aanbiedingen van het buitenland in te gaan.
Bij hun vertrek naar Frankrijk, Duitsland en Italië - Faas Wilkes was in 1949 de trendsetter - werden alle spelers die een profcontract hadden getekend, door de KNVB tot non-persoon verklaard, een straf die het midden hield tussen excommunicatie door de rooms-katholieke kerk en een doodverklaring van de communistische partij.
Bij Internazionale, Fiorentina, FC Köln, Reims, Rouen, Nantes, Racing Club de Paris, Le Havre, Lille, Bordeaux, Nîmes, St. Etienne, Stade FranÁais etc. mochten ze als helden zijn ingehaald, in eigen land waren ze tot verschoppeling gedegradeerd. Bijna allemaal werden ze achterna gezeten met pesterijen die te kinderachtig voor woorden waren. Zoals navorderingen wegens niet betaalde contributie, of dreigementen over moeilijkheden die ze na hun terugkomst zouden ondervinden. Geen club zou zich meer ontfermen over spelers die van het voetballen hun beroep hadden gemaakt. Ze zouden zelfs geen veld meer betreden.
FAAS WILKES heeft nooit geleden onder zijn uitstoting, maar hij kan ook nu nog onverwachts fel uithalen als de holle regentenwijsheid van Karel Lotsy cum suis ter sprake komt. ``De leiding van de KNVB had absoluut geen inzicht in de geheimen van het voetbal. Ze had geen weet van de tactische ontwikkelingen die de voetbalsport in de landen om ons heen op een hoger plan hadden gebracht en ze meende dat het Nederlands elftal het internationaal wel zou redden als de spelers maar goed luisterden naar de opbeurende woorden van de Technische Commissie. Maar Lotsy's filosofie over de deugden van internationale contacten, zoals op de Olympische Spelen van 1948 in Londen, `Deelnemen is belangrijker dan winnen', maakte op de meesten van ons geen indruk meer. De opwekkingstoespraak die hij aan de vooravond van ons vertrek naar Londen in Krasnapolski hield, ging ook helemaal niet over voetbal, maar over sportieve deugden. Zijn motto was: `Laat nooit uw sportmanseer besmeuren.' Hij draaide altijd weer hetzelfde gebed af. Over de eer van het rood-wit-blauw, de eer van de natie en de eer van koningin en vaderland. En dan sloot hij af met het devies dat eerlijk verliezen beter was dan oneerlijk winnen. Dat vond ik je reinste geleuter.'' Lotsy's magie, die ons in de jaren dertig kortstondige nationale Onover winnelijkheid bezorgd had, was in 1948 geheel uitgewerkt. Nederland verloor op de Olympisch Spelen in Londen met de sterrenvoorhoede Wilkes-Rijvers-Appel-Lenstra na verlenging met 4-3 van de amateurs van Engeland. Na twee wedstrijden werd Oranje al uitgeschakeld. Voor sommige spelers - zoals Kees Rijvers, die huilend in de kleedkamer werd gevonden - kwam die uitschakeling door de amateurs van Engeland nog harder aan dan de aframmeling (8-2) die het Nederlands elftal twee jaar eerder van de Engelse profs in Huddersfield had gekregen. Oranje was in 1948 toch zoveel sterker dan het tactisch ontredderde Oranjeteam, dat in 1946 in Huddersfield in het stof had gebeten? Faas Wilkes had geen tijd om lang over de olympische uitschakeling in te zitten, want de steeds vaker aan de bel hangende buitenlandse scouts eisten al snel zijn aandacht op. Ze stonden in rotten van drie op de stoep. `Huddersfield' is voor het Nederlandse voetbal voor altijd verbonden met die beruchte 8-2 nederlaag die we maar niet kunnen vergeten, maar diezelfde wedstrijd markeert ook de internationale doorbraak van Faas Wilkes. Uit een schamel spelende omgeving - zeg maar uit het niets - kwam daar ineens een genie tevoorschijn, waarover de Engelse dagbladen in vervoering raakten. Faas Wilkes had in die voor ons rampzalige wedstrijd Engeland-Nederland niet eens gescoord, maar dat verhinderde de voetbalexperts van de Engelse pers niet hem tot de beste spelers van het veld te rekenen. The Daily Herald ging nog een stap verder: `Een van de beste binnenspelers van het continent' - waarbij ze er natuurlijk vanuitging dat Engeland de beste spelers van de wereld had.
Lees het hele verhaal in Hard Gras 33!