sluiten
Van Hanegem overklast Milan door Henk Spaan
Op de middag van de 11de september 2001 was ik in Enschede bij Gerrit Moddejonge jr. thuis. Waarom het altijd rampen zijn die de vraag van plaats en tijd doen rijzen, weet ik niet. Ik herinner me nog precies waar ik was in de namiddag van 12 november 1969: in de zitkamer van de heer Uijtdehaage, een belastingconsulent die in Amsterdam-West kantoor aan huis hield. Zijn zoon en ik hadden tijdelijk vrijaf gekregen van het optellen van loonstaten en het ziekmelden van werknemers van de firma Deurwaarder, aannemer en koppelbaas alhier, een saai studentenbaantje dat we opvrolijkten met het af en toe laten verdwijnen van aangiftebiljetten. Laatst zag ik aan het tegen een voorgevel geplaatste bord van een te verbouwen huis in de Hemonylaan, dat het aannemersbedrijf onze bemoeienissen van toen heeft overleefd, wat me verbaasde.
Het was allesbehalve een ramp die zich afspeelde in Milaan. De wedstrijd Milan AC-Feyenoord had zo'n verpletterend niveau, althans het spel van de Rotterdammers, dat ik me altijd zal herinneren waar ik me op dat moment bevond.
Milan was net wereldkampioen der clubteams geworden in de gebruikelijke slachting tegen het Estudiantes van Carlos Bilardo en de vader van Veron. Van Feyenoord hadden Gianni Rivera, Nestor Combin, Pierino Prati en de gewezen Braziliaan Angelo Sormani nog nooit gehoord. Ajax was op 28 mei van dat jaar in Madrid al zo tegengevallen, dus coach Nereo Rocco noch zijn assistant Cesare Maldini maakte zich over Nederlands tweede club enige zorgen.
Volgens verwachting kwam Milan al snel op voorsprong. In de achtste minuut nam Rivera een vrije trap. Lodetti schoof de bal door op Combin en het was 1-0. De Argentijn Combin, die tweeënhalve week daarvoor in Buenos Aires door zijn landgenoten van Estudiantes nog een gebroken neus was geslagen en een hersenschudding geschopt toen hij op de grond lag, was inmiddels fit genoeg om Treytel te verslaan.
Het doelpunt kwam voort uit een van de laatste amateuristische fouten die het Nederlandse voetbal op dat niveau zou maken. Feyenoord verzuimde voor de bal te gaan staan, zodat Rivera de vrije trap kon nemen voordat Israel zijn verdediging had georganiseerd. Er zal even heel erg gescholden zijn in het Rotterdams en in het Weens, misschien heeft Happel dringend op zijn vingers gefloten, maar na de aftrap kreeg het spel van Feyenoord in de lichte nevel van Milaan alles van een kunstwerk in ontwikkeling.
Rivera heeft na die vrije trap de bal niet meer aangeraakt. Als Wim Jansen zijn tanden eenmaal in een tegenstander had gezet, liet hij pas los bij een wissel. Rivera, het wonderkind, haalde het einde van de wedstrijd dan ook niet. Lodetti, Jansens volgende project, ook niet. Later zou Wim Jansen de grote uitblinker van de wedstrijd worden genoemd. Toch liep de ware schepper van dit bijna visionaire meesterwerk van een wedstrijd aan de andere kant van het middenveld. Wim van Hanegem, een synthese van spelintelligentie, brute kracht en de fijnste techniek, doorzag de Italiaanse manoeuvres niet alleen, hij bedacht zelf betere en schoof de bal in Bobby Fischer-achtige patronen over het veld. Dat een Italiaans clubteam, getraind door de uitvinder van het cattenaccio nog wel, tactisch lesmateriaal kreeg voorgeschoteld waarvan het duizelde, moet voor heel Milan een bijna-doodervaring zijn geweest. Als je die middag keeper Cudicini had verteld dat hij ooit een zoon zou krijgen die dertig jaar later een oud-Feyenoordkeeper uit het doel van Chelsea zou verdrijven, had hij niet wezenlozer kunnen kijken dan bij de door Hasil net overgeschoten bal na weer een door Van Hanegem opgezette stiletto-aanval.
Ik was 21 jaar en ik had het diepe besef dat ik naar iets keek waaraan ik later nog vaak zou terugdenken. Het is niet waarschijnlijk dat Van Hanegem ooit beter heeft gspeeld dan die middag. Tot dan toe was het onmogelijk dat een Nederlandse club een elftal uit de Serie A in tactisch opzicht zou overklassen. Achteraf gezien was het eigenlijk minder verbazingwekkend dan op het moment zelf. Happel zou uitgroeien tot de beste van zijn generatie. Hetzelfde gold voor de van links komende, geboren nummer 10, die vijf jaar later wereldroem zou vergaren met zijn linkervoet, dat fluwelen uitsteeksel aan een been van beton.
Ik beweerde zojuist dat Van Hanegem waarschijnlijk nooit meer zo goed is geweest als op die grauwe herfstmiddag in Milaan. Het kan ook zijn dat zijn spel later, toen we al wisten hoe goed hij was, nooit meer zó'n verpletterende indruk zou maken, dat ik nu nog weet waar ik die middag op 12 november 1969 was: in de Jan Mankesstraat in Overtoomseveld, Amsterdam.
|
|
|