sluiten
De bokaal gaat de lucht in. Kilo’s roodblauwwitte
confetti worden richting hemel gespoten. Spelers dansen
en schreeuwen. Intens geluk. De avond valt in het
Portugese Porto, maar voor deze jongens begint de dag pas.
Op de tribunes gaat de kleine meegereisde supportersschare
uit haar dak, in Nederland breekt zowaar Oranje-gekte uit.
Jong Oranje is op deze avond, 4 juni 2006, voor het eerst in de
geschiedenis Europees kampioen geworden. Het is een mooi
plaatje, uitzinnige voetballers en een wel heel nuchtere coach.
Stijn Schaars, Urby Emanuelson, Nicky Hofs, Klaas-Jan
Huntelaar, Ismaïl Aissati om er een paar te noemen, én
natuurlijk Foppe de Haan. Voor het eerst in zijn carrière wint
de Fries een prijs. Een mooi stel, zouden ze in 1988 hebben
geroepen.
Voordat de coach zijn overwinningsborrel drinkt, de
afsluitende woorden. ‘Als je deze groep mengt met de jongste
spelers van het Nederlands elftal, heb je een fantastische groep
met heel veel potentie voor de komende jaren.’
|