De vroege jaren zeventig waren overzichtelijk. Althans,
vanuit vak L bezien. Thuiswedstrijden met grote cijfers
winnen en geen kampioen worden, veel ingewikkelder
was het niet voor een PSV-fan.
De ploeg raakte boven de Moerdijk altijd de weg kwijt en verloor
van Haarlem of FC Amsterdam en pakte dan een week later
in Eindhoven uit met een monsteroverwinning van 10-0 op
Go Ahead Eagles. Toen we in de slotfase van die wedstrijd minutenlang
balbezit hadden, liepen we op de staantribune de polonaise
onder het slaken van de carnavalskraker Je mag er alléééééén
maar naar kijken, maar áááááánkomen niet. Brabantse
arrogantie.
De landstitels en KNVB-bekers lagen in het verschiet. De verongelijktheid
en het gezeur over te weinig erkenning vanuit de
Randstad moesten nog komen. In ’72 en ’73 hadden we voorpret.
Een heerlijke, onschuldige tijd, die PSV-fans op leeftijd
aan de borreltafel nu duiden met ‘toen de gebroeders Van de
Kerkhof nog geen Nederlands spraken’. De tweeling bediende
zich van een brabbeltaaltje dat we abb (Algemeen Begrijpelijk
Brabants) noemden. Als het door God gegeven talent van hun
Helmondse stadgenoot Willy van der Kuijlen ter sprake kwam,
dan mompelden de Kerkhofjes: ‘Da hedde of da kredde.’