Vroeger, in de mist der tijden, werden ze de Hoekse en Kabeljauwse Twisten genoemd, vervolgens domineerde een tijdlang de strijd tussen de rekkelijken en de preciezen onze vaderlandse geschiedenis, maar tegenwoordig staat vast dat onze oeroude nationale tweespalt van oudsher tot heden wordt bepaald door de twee geestesstromingen die we, met een verwijzing naar beide voormannen, dienen aan te duiden als de Galianen en de Cruijffianen.
De scheidslijn die hierdoor ontstaat, loopt dwars door onze trotse en bange natie, trekt haar verwoestende spoor dwars door de bevolkingsgroepen, zonder acht te slaan op politieke kleur, huidskleur, lichaamsgeur, rang, stand, leeftijd, opleiding, geslacht of seksuele voorkeur, en dreigt ons volk in kleine stukjes te verscheuren. Ja, zelfs gezinnen, huwelijken worden bruut in verschillende kampen verdeeld door deze machtige, nietsontziende geestesstrijd.
Het betreft hier twee levensbeschouwelijke instellingen met elk hun eigen aard en wijze, zonder dat er iemand op het idee kwam deze als zodanig te benoemen. De Galianen en de Cruijffianen leidden al eeuwenlang hun bestaan zonder te weten dat ze tot een van deze twee richtingen behoorden. Recent onderzoek heeft echter onomstotelijk aangetoond dat er reeds ver voor het Tijdperk Der Grote Inpolderingen sprake was van Galianen en Cruijffianen, ze verplaatsten zich toen nog op kleine vlotten respectievelijk pramen over de talrijke plassen en meren, waarbij de Cruijffianen hoofdzakelijk van de visvangst leefden en de Galianen op drijvende ‘veeneilandjes’ al aan een soort akkerbouw deden.
Dat er nu pas duidelijkheid is over deze voor ons land zo kenmerkende tweedeling, heeft diverse oorzaken, waarvan ik er hier één wil noemen. Wellicht verkeerde men lang in de waan dat we hier slechts te maken hadden met de bekende volkssport voetbal genaamd. Inderdaad hebben zowel Hendrik Johannes Cruijff als Aloysius Paulus Maria Van Gaal op dit terrein hun sporen verdiend, ieder op hun kenmerkende wijze, waarbij de een steevast de nadruk legde op ‘de organisatie’ en de ander veeleer uitging van de vrije expressie van het individuele talent. Maar inmiddels beseft iedereen dat hun beider mentaliteiten vanzelfsprekend veel verder reiken dan de kalklijnen van het voetbalveld of de netten waarmee de doelen zijn dichtgeknoopt.