Beursbengels
Mijn favoriete periode in het voetbalseizoen is de transferperiode. Supporters eisen versterking, trainers willen iedere positie dubbel bezet, spelers willen een nieuwe uitdaging, sponsors willen waar voor hun geld en voorzitters zeggen het een en doen de volgende dag het andere. Vrijwel geen enkele koop, verkoop, ruil of leentransactie maakt echt een verschil voor de betrokken club, maar de ambitie, de hoop, de illusie, kan weer een seizoenshelft mee.
Het mooiste wat kan gebeuren is de onverwachte transfer. Leonard van Utrecht van Cambuur naar Padova in 1995 - de minder onverwachte transfer terug volgde een jaar later. Of, zoals afgelopen week, Ron van Niekerk van trainer bij de Beursbengels naar assistent-trainer bij Terek Grozny. Gullit kende Van Niekerk nog uit zijn spelersperiode bij Haarlem. Van Niekerk zei zelf hierover: “Met Gullit bij Terek Grozny werken is voor mij een geweldige uitdaging. We hebben elkaar een tijdje niet gezien, maar konden altijd goed met elkaar opschieten."
Je vraagt je af hoeveel mensen Gullit heeft gebeld voordat Van Niekerk het een geweldige uitdaging vond. Je vraagt je ook af hoe Van Niekerk, speler en coach zonder Wikipedia-pagina, zijn transfer in de kantine heeft uitgelegd. Misschien, heel misschien, gebruikte hij wel de woorden van Goethe: “Der ganze Strudel strebt nach oben; Du glaubst zu schieben, und du wirst geschoben."
