Afscheidswedstrijd
Vorige week nam ik na 10 jaar afscheid van mijn werk.
Er waren speeches, taart, wegwerpcamera’s en champagne, een carnavalsoutfit en een lange nacht, waarin het afscheidsfeest langzaam oploste en zich vermengde met een borrel van de Rechtbank Amsterdam en een vrouwenverjaardag. Rond 3u zocht ik mijn fiets in de Utrechtsestraat en ving ik een dialoog op van twee voorbijfietsende mannen:
"Weet je wat ik nou niet begrijp?"
"Niet alles zeggen. Noem gewoon één ding."
Ik kon me geen mooier afscheid voorstellen tot ik de samenvatting van Ajax-Heracles zag. Ook, juist, vooral als niet-voetballer wilde ik opeens afscheid nemen met een afscheidswedstrijd. Mijn oud-collega's zouden voor mij een plek in de Ajax-selectie hebben geregeld en zaten zelf op de tribune. De tegenstander wist van niets. Ik zou niet in de basis staan, maar bij een stand van 5-0 zou coach Frank de Boer het aandurven me in het veld te brengen voor Ebecilio.
Mijn enige opdracht: voorin blijven en niet in de weg lopen. Theo Janssen zou tegen me zeggen: volg mij maar en blijf achter de bal. De 6-0 kon ik niet missen. Dat er Sigthorsson op mijn shirt stond was alleen relevant voor de KNVB en de statistieken.
