Hard gras

http://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Marco van Basten schrijft nieuwe spelregels

31 augustus 2016

Opgetekend door Hugo Borst
Verschenen in Hard gras 32

  Inleiding

 I    Maak gebruik van technische hulpmiddelen

Ib   Mogelijke bezwaren

II    Meer scheidsrechters?

III   Spelregelverandeirngen

IV   Buitenspel

V    Universele kalender & afspraken

VI   Beperkt aantal contractspelers

 Nawoord

 

Inleiding

Er is iets grondig mis met ons voetbal. Het WK voetbal 2002 in Japan en Zuid-Korea heeft aangetoond dat voetbal niet met zijn tijd is meegegaan. Nooit eerder heeft het spel zo geleden onder de regels waarvan er enkele in mijn ogen sterk verouderd zijn. Het voetbalspel hoort verdedigd te worden. Tegen misbruik of geweld, maar ook tegen de vele fouten van scheidsrechters.

Dieptepunt is de buitenspelregel. Voor een scheidsrechter (en assistent-scheidsrechter) is met het blote oog niet waar te nemen wanneer het nu wel of niet buitenspel is. Niet alleen Italië (met ik meen vier ten onrechte afgekeurde goals en ettelijke ‘afgefloten nog te maken goals’) was het slachtoffer. Elk land was wel een paar keer de dupe van de scheidsrechter die op advies van zijn assistent ten onrechte floot. Scheidsrechters hebben steun nodig van de techniek, die inmiddels zo ver is (denk aan IJzeren Rinus bij Studio Sport) dat op de millimeter nauwkeurig kan worden bepaald of het buitenspel is of niet.

De scheidsrechter is de pispaal van de voetballerij geworden. Die man is niet te benijden, want feitelijk kan hij het nooit goed doen. Wekelijks staat hij voor schut, want de herhaling is onverbiddelijk. Maar naast de scheidsrechters die overduidelijk steun nodig hebben vanaf de kant (de camera’s staan er niet voor niets) zijn er enkele spelregels die het voetbal niet ten goede komen. Er moeten naar mijn mening dan ook nieuwe regels worden gemaakt die de schoonheid van het spel bevorderen.

Onderstaand geef ik een aantal aanbevelingen die voetbal tot een eerlijker, mooier en schoner spel zullen maken. Ik wil helemaal niet zeggen dat ik de wijsheid in pacht heb. Dit is slechts een aanzet tot een discussie die dringend gevoerd moet worden. In deze tijden van vooruitgang is het waanzin om stil te blijven staan. Elk bedrijf streeft naar vooruitgang, elk bedrijf streeft naar de verbetering van zijn product – behalve de voetballerij. Onbegrijpelijk. Als we voetbal even als een product beschouwen dan moet je zorgen dat het fris, levendig, vrolijk gezond en eerlijk is. Dat is niet meer altijd zo. Daarom hoop ik dat oud-voetballers, trainers en de-spelers-van-nu de KNVB, UEFA en de FIFA op zijn minst aan het denken zetten.

Het gaat om de wil om het spel te verbeteren. Als voetbal een typisch Amerikaanse sport was geweest dan had het er al lang zó anders uitgezien en zóveel beter. Voetbal en voetballers waren dan beter af geweest. Laten we hopen dat het WK in 2006 in ieder geval eerlijker en schoner zal verlopen dan het afgelopen wereldkampioenschap, met name dankzij het gebruik van elektronische hulpmiddelen en nieuwe spelregels. Die veranderingen zouden zo snel mogelijk moeten worden ingevoerd. Eerst bij Champions League-wedstrijden en officiële interlands, later bij UEFA Cup, de grote competities in Europa en tenslotte het WK van 2006.

 

I Maak gebruik van technische hulpmiddelen

– Op het hoogste niveau is de tijd rijp voor technische hulpmiddelen. Van de 100 beslissingen die een scheidsrechter neemt zijn er waarschijnlijk 85 goed. Een arbiter wordt altijd afgerekend op de vijftien fouten/twijfelgevallen. We moeten naar een situatie toe waarbij alle beslissingen die worden genomen goed onderbouwd zijn. Een voetbalwedstrijd moet eerlijker verlopen. Bij twijfelgevallen en fouten moet de arbiter worden geholpen. Is het doelpunt geldig of niet? Is dit rood of geel? Is dit een terechte tweede gele kaart? Is de bal over de lijn geweest? En vooral: is het buitenspel? Twee van de drie buitenspelsituaties wordt verkeerd beoordeeld. Logisch, want met het blote oog is het niet meer waar te nemen. Je kan het scheidsrechters gewoon niet kwalijk nemen. Daarom moeten ze zich ook niet aangevallen voelen en blij zijn als ze worden geholpen. Wanneer je de 15 procent verkeerde beslissingen kunt herzien dan wordt iedereen daar beter van. Bestuurders, trainers, spelers, supporters en vooral scheidsrechters.

– Het foutenpercentage van de arbitrage moet dringend worden teruggebracht. Aangezien alles op beeld wordt vastgelegd moet direct na afloop aan spelers die zich in het veld hebben misdragen ook alsnog geel of rood opgelegd kunnen worden opgelegd. Voordeel: als spelers weten dat ze achteraf ook geel of rood kunnen krijgen zullen ze de volgende keer wel drie keer uitkijken voordat ze zich misdragen. (Gele en rode kaarten kunnen ook na afloop ongedaan worden gemaakt) Gevolg: het spel wordt schoner en mooier, iets dat KNVB, UEFA en FIFA al jaren nastreven maar nooit daadwerkelijk is gelukt. Op deze manier slaag je daar wel in is mijn overtuiging.

– Buitenspel is niet waar te nemen met het blote oog. De scheidsrechter heeft hulp nodig van de zijkant. Bij grote wedstrijden (WK, Champions League, interlands) zijn er tussen de 12 en de 30 camera’s aanwezig. Gebruik die! In de regieruimte zouden drie onafhankelijke mensen (arbiters) moeten zitten die cruciale momenten terugdraaien, de beelden stilzetten, een beslissing nemen en vervolgens via een ‘oortje’ de scheidsrechter informeren. Hun beslissing moet unaniem zijn. Zij kunnen de scheidsrechter te allen tijde overrulen.

Het grote voordeel is dat publiek (en de spelers) op een scherm ziet (zien) dat de beslissing juist is, waardoor er geen onvrede of frustratie ontstaat. Ik heb het niet officieel bijgehouden, maar tijdens het WK gebeurde het tussen de twee en de tien keer per wedstrijd dat ploegen werden gedupeerd met betrekking tot buitenspel. Een onderbreking van 10 tot maximaal 20 seconden is genoeg om te zien of het buitenspel was. Daartoe moet bij twijfel altijd worden doorgespeeld, zodat achteraf kan worden beslist of het buitenspel was of een doelpunt/achterbal/corner/overtreding.

– Was het een penalty? Bij twijfel moet de scheidsrechter kunnen worden overruled. Het aantal Schwalbes of verkeerde beslissingen van scheidsrechters is enorm. Vanuit de regieruimte wordt het verlossende woord gesproken.

– Was het wel een vrije trap? Voor sommige spelers (Van Hooydonk) is een vrije trap een halve goal. Onjuiste beslissingen (na bij voorbeeld een Schwalbe) moeten door het arbitrale trio in de regieruimte kunnen worden ongedaan gemaakt.

– In het doel zit een apparaatje/camera dat waarneemt of de bal over de doellijn is geweest. Het arbitrale trio in de regieruimte beslist na bestudering.

– Voetbal wordt steeds vaker ontsierd door elleboogstoten en ander grof spel. Daar is voetbal niet voor bedoeld. Het is niet rechtvaardig dat spelers met een gebrek aan kwaliteit het op oneerlijke wijze winnen van spelers met meer kwaliteit. In mijn tijd ging het er niet zo gemeen aan toe als nu, vind ik. Tegenhouden, natuurlijk, dat hoort, maar de grens tussen hard en gemeen spel is vertroebeld. Ook dat onderscheid lijkt steeds moeilijker te maken voor een scheidsrechter die in een split second moet beslissen. Het gebruik van tv-beelden zal de verdediger dwingen fairder te handelen. Het uitbannen van gemeen of smerig spel betekent dat aanvallers meer kunnen laten zien. Dat betekent meer show en spektakel en dat betekent weer meer toeschouwers en betere kijkcijfers. Als week in week uit consequent wordt opgetreden tegen gemeen spel dan helpen we het voetbal, dan is het spel gered van destructieve elementen.

 

I b Mogelijke bezwaren

– Verdwijnt de snelheid niet uit het spel als de wedstrijd twee tot tien keer met 10 à 20 seconden wordt stilgelegd? Naar mijn mening niet. Hoeveel tijd kost soms een uitbal (10-20 seconden), een achterbal (30-60 seconden) of een vrije trap (30-90 seconden) niet? Bovendien, het voordeel (eerlijkheid) weegt veel zwaarder dan het nadeel (het eventjes stilleggen van de wedstrijd). Bovendien: bij twijfel gaat de aanval door en dat betekent spektakel; pas achteraf kan het eventuele doelpunt worden afgekeurd. Nu is het zo dat mooie aanvallen (ten onrechte) worden afgefloten omdat de assistent-scheidsrechter (die er staat om zijn vlag te gebruiken, dus zal hij dat in de regel ook sneller doen) meent dat het buitenspel is. Schoonheid wordt in de kiem gesmoord – en dat is jammer.

2 Je hoort wel eens: Ach, fouten zijn de charme van het voetbalspel? O ja, vraag dat maar aan de Italianen (diverse keren werd een doelpunt ten onrechte afgekeurd, bovendien kreeg Totti ten onrechte een (tweede) gele kaart wegens een vermeende Schwalbe tegen Zuid-Korea). Vraag het de Belgen (doelpunt Wilmots tegen Brazilië dat ten onrechte werd afgekeurd) en vraag het de Amerikanen (handsbal van een Duitser in het strafschopgebied die niet werd opgemerkt). Nederland zou te klein zijn geweest als wij zo benadeeld zouden zijn. Voor alle duidelijkheid: de charme van het voetbal zijn niet de arbitrale fouten en de frustraties die daarop volgen. Onterechte uitschakeling heeft geen enkele charme. Degene die ten onrechte wordt uitgeschakeld is gefrustreerd. Voetbal heeft maar één charme: schoonheid.

 

II Meer scheidsrechters?

Mocht er weerstand zijn tegen het gebruik van technische hulpmiddelen dan moet worden onderzocht of twee of drie scheidsrechters geen optie is. In het basketbal heb je drie scheidsrechters voor tien spelers in een kleinere ruimte. Hoe kan één man met twee assistenten (en een vierde official) zo’n enorme ruimte met 22 spelers dan controleren? Maar voor de goede orde: naar mijn mening is het gebruik maken van technische hulpmiddelen de oplossing.

 

III Spelregelveranderingen

Het is vreemd dat er de laatste vijftig jaar niet of nauwelijks spelregels zijn gewijzigd. Vergelijk dat eens met Amerikaanse sporten als basketbal en ijshockey. Die sporten zijn voortdurend aangepast aan de eisen van de tijd. In voetbal heerst conservatisme. Zelfs grote voetballers uit het verleden houden het liefst vast aan de bestaande maar verouderde regels, zo blijkt. Misschien durven ze het ook niet aan om veranderingen aan te brengen in een mondiale sport. Voetbal is ook groot, maar voetbal is niet heilig. Het spel en de spelers zijn sneller geworden. Zonder de invloed van de televisie kan voetbal niet. Het voetbal vraagt hier en daar om nieuwe regels, bestaande regels moeten worden aangepast. Maar er is amper discussie over. Zonde. Want die veranderingen komen het spel alleen maar ten goede.

– Ik pleit voor invoering van 2×35 minuten zuivere speeltijd. In de regieruimte wordt centraal de tijd bijgehouden. Op de stadionklok kan iedereen zien wanneer de tijd wordt stilgezet. Ik vind het vreemd dat het niet eerder is gedaan. Anderhalf uur wordt heus geen tweeëneenhalf uur. Bij andere sporten zoals hockey en basketbal zie je de voordelen. Het lijkt me een zalige gedachte om eindelijk verlost te zijn van het irritante tijdrekken.

– Mijn suggestie is dat elke trainer één keer per helft recht heeft op een time-out. Die man hoeft toch niet machteloos langs de kant te zitten, terwijl hij de hele week toegewerkt heeft naar een bepaalde tactiek? Een trainer moet toch kunnen corrigeren als blijkt dat zijn spelers het niet oppakken? In die ene minuut dat het spel is gestopt wordt de spanning opgevoerd. Het publiek denkt: wat gaat er nu gebeuren? Een andere tactiek? Een wissel? Vol verwachting wordt het spel hervat.

– Er moet een systeem komen waarbij spelers persoonlijke fouten krijgen, zogenaamde P’s net als in het basketbal. Bij vier (vijf? – dat zou onderzocht moeten worden) begane overtredingen moet de speler definitief het veld uit. De coach mag de speler wel vervangen. Na drie wissels is die mogelijkheid wel op. Dus als vier spelers het maximaal aantal persoonlijke fouten heeft gekregen, speelt hun team nog maar met tien man.

– De gele kaart in zijn huidige vorm mist vaak zijn doel. De volgende tegenstander profiteert ervan en dat is onzinnig. Een gele kaart zou een tijdstraf van tien minuten moeten betekenen. Daarna mag de speler het veld weer in. Gele kaarten hebben geen schorsingen tot gevolg. Ze worden ook niet geregistreerd en opgeteld, waarna er een schorsing volgt. Een gele kaart heeft alleen directe gevolgen. Waarom zou de tegenstander van volgende week profiteren van het feit dat speler A tegen drie andere teams geel heeft gekregen?

– Een rode kaart blijft een rode kaart – het veld uit. Alleen hoeft de toekomstige tegenstander niet te profiteren. Schorsingen alleen als het een gewelddadige overtreding was.

– Iedereen herkent de volgende situatie: een speler die alleen op het doel afgaat en wordt gehaakt in het strafschopgebied krijgt een penalty, zijn tegenstander rood. Ik zou zeggen: gaat de strafschop erin, dan mag de verdediger blijven en wordt zijn rode kaart automatisch omgezet in geel. Mist de penaltynemer dan blijft de rode kaart van de verdediger van kracht.

– Iedereen herkent de volgende situatie: een speler die alleen op het doel afgaat wordt gehaakt buiten het strafschopgebied. De verdediger krijgt rood maar de aanvaller houdt slechts een vrije trap over die waarschijnlijk geen doelpunt oplevert. Mijn voorstel is: maak daar een shoot-out van. Binnen zes seconden moet de speler vanaf 30 meter zien te scoren. Hij mag de bal zo vaak aanraken als hij wil, maar afronden binnen een tijdslimiet. Op het moment van het fluitje mogen de verdedigers die op de middellijn staan hem nog proberen te achterhalen. Dat is een eerlijke en spectaculaire toevoeging. Gaat-ie erin dan wordt de rode kaart van de verdediger een gele. Zo niet, dan blijft de rode kaart gehandhaafd.

– Hands is hands. Aangeschoten hands, niet opzettelijk hands – jammer dan, pech gehad. Zo maak je elke discussie overbodig, want hands wordt dus altijd bestraft. De scheidsrechter heeft altijd gelijk.

– Onderzocht moet worden of het zinvol is om net als in het basketbal een ploeg in balbezit te dwingen om binnen een bepaalde tijdslimiet een schotpoging te wagen of anders in een bepaalde zone van het veld te komen. Zo dwing je een snellere wedstrijd af, waarbij het rondspelen van de bal niet eindeloos hoeft te duren.

– De Schwalbe is de laatste tien, vijftien jaar niet meer weg te denken. De Schwalbe die iedereen zich nog goed herinnert is die van Machlas tijdens Ajax-Feyenoord, voorjaar 2002. Zelfs Ajax-supporters zullen beamen hoe Machlas de scheidsrechter en Feyenoord een oor aannaaide. Zo’n actie beïnvloedt de sfeer in het veld en op de tribunes, de score, de stand op de ranglijst en de titelrace. Het is onnodig dat een actie die puur bedrog is wordt gehonoreerd en zoveel impact heeft. Daar moet wat aan worden gedaan, want, nogmaals, voetbal moet eerlijk verlopen. De tv-beelden zullen voor zich spreken. Op den duur zal op die manier de Schwalbe zo goed als verdwijnen.

Op een Schwalbe zou vast een gele kaart (tien minuten uit het veld) moeten staan.

Het beoordelen van een Schwalbe is niet gemakkelijk. Veel scheidsrechters voelen het niet goed aan. Wie hoog gevoetbald heeft kan ‘m waarschijnlijk het best beoordelen. Een aanvaller die reglementair wordt gestopt en toch valt maakt zich niet per definitie schuldig aan een Schwalbe. Zo kreeg Totti tijdens het WK ten onrechte een (tweede) gele kaart (en moest het veld uit) nadat hij een verdediger vallend ontweek. Dus: tv-beelden moeten uitmaken of er sprake is van theater of niet.

– Een regel die al bestaat, het afhouden van de tegenstander, moet dringend in de praktijk worden gebracht. De situatie is als volgt: bij de achterlijn wil de aanvaller de bal afpakken van de verdediger maar die doet van alles met zijn lichaam om de aanvaller van de bal af te houden; uiteindelijk rolt de bal achter. Elke scheidsrechter wacht tot de bal achter is gerold of geeft een vrije trap tegen de aanvaller. Ik vind dat kwalijk. De verdediger veroorzaakt zo’n vrijworstelpartij. De aanvaller heeft de intentie om iets constructiefs te doen maar wordt bestraft met een vrije trap tegen. Dat is oneerlijk.

– Een vrije trap moet binnen tien seconden zijn genomen. De scheidsrechter doet zijn hand omhoog en telt met zijn vingers af. Wordt de vrije trap te laat genomen, dan krijg je ‘m tegen. Als het de schuld is van de tegenstander die niet genoeg op afstand staat dan mag de vrije trap vijf of tien meter vooruit worden genomen. Degene die niet op afstand staat krijgt een persoonlijke fout. Een gele kaart is een te zware straf.

– Nog een suggestie. Onderzocht moet worden of een korte corner het spel ten goede komt. Die krijg je als de bal via de tegenstander in het doelgebied (of strafschopgebied) over de zijlijn is gegaan. Over de uitvoering van die korte corner (à la hockey met vijf verdedigers en een keeper op de lijn die mogen uitlopen als de corner is genomen?) moet onderzoek plaatsvinden.

– Wat er tegenwoordig allemaal bij corners gebeurt is niet te geloven. Het lijkt wel judo of rugby. Bij elke hoekschop kun je zo vijf strafschoppen uitdelen, maar in de praktijk zie je dat een aanvaller (die zich ook misdraagt) een vrije trap tegen krijgt. Scheidsrechters gaan in 95 % van die situaties op veilig, terwijl de verhouding fifty-fifty zou moeten zijn. Ik zou zo gauw niet weten wat er voor spelregel zou moeten gelden bij corners. Mag je elkaar niet meer aanraken voordat de bal is getrapt? Is elke aanraking een persoonlijke fout (het gebruik van tv-beelden betekent dat alles wordt gezien, het aantal overtredingen zal snel dalen of tot bijna nul worden gereduceerd)? Of moet je zeggen: alles mag behalve stompen en ellebogen uitdelen? In ieder geval moeten er duidelijke spelregels, misschien wel specifiek voor corners, komen, want in vergelijking met de tijd dat ik speelde gaat het er bij hoekschoppen veel en veel agressiever aan toe. Geen contact, beperkt contact, full-contact? De oplossing weet ik in dit geval niet.

 

IV Buitenspel

Buitenspel is een hoofdstuk apart. Er zou in eerste instantie goed moeten worden onderzocht of het afschaffen van buitenspel niet zinvol is. Dat had natuurlijk al lang uitgeprobeerd moeten zijn door UEFA of FIFA, maar daar hebben ze zitten te slapen.

Het is vrij simpel. In de tweede Zwitserse divisie voer je zo’n nieuwe spelregel in. Je kijkt een seizoen lang wat dat oplevert en dat ga je evalueren. Ik weet niet of het goede spelregelverandering zou zijn, maar bij hockey heeft het wel gewerkt. Het nadeel is dat er veel ruimte tussen de linies ontstaat en je feitelijk een heel nieuw spel krijgt. Aan de andere kant zou dat het spel ook kunnen verlevendigen. Meer ruimte betekent meer spektakel. Om balletjes afwachten te voorkomen zou je moeten eisen dat een ploeg pas kan scoren als tien van de elf spelers op de helft van de tegenstander is aanbeland. Zo niet, dan telt de goal gewoon niet.

– Maar laten we vooralsnog uitgaan van handhaving van de buitenspelregel. Het is een ingewikkelde regel. Vaak is dus niet te zien of het buitenspel is en merk je dat assistent-scheidsrechters defensief vlaggen, bang om maar geen fout te maken. En dat is de bedoeling niet, want bij twijfel zou de aanvaller het voordeel van de twijfel moeten krijgen. In de praktijk komt daar dus niks van terecht. Assistent-scheidsrechters moet ingeprent worden dat bij twijfel de vlag omlaag blijft! Ook niet-vlaggen is een beslissing nemen!

– Een spelsituatie: de bal wordt naar links gepasst, waarbij de linksbuiten geen buitenspel staat. Maar de verdedigers zijn collectief naar voren gestapt om de aanvallers buitenspel te zetten. Dat is gelukt, want de rechtsbuiten stáát buitenspel. Alleen zeggen de spelregels nu dat hij geen buitenspel staat omdat de bal niet zijn richting uitkomt. De rechtsbuiten profiteert van zijn voorsprong op de verdedigers en scoort uit de voorzet van de linksbuiten. (Zo scoorde Bebeto uit een voorzet van Romario tijdens Brazilië-Nederland tijdens het WK ’94.) Het is overduidelijk dat de rechtsbuiten profijt heeft gehad van zijn buitenspelpositie en toch telt de goal. Dat kan dus niet. Ik zou ervoor willen pleiten: buitenspel is buitenspel. Staat er iemand voor de bal of voor de verdedigers, óók al scoort hij niet, óók al krijgt hij de bal niet: afkeuren!

– Zoals in mijn aanbevelingen staat: buitenspel wordt een zaak van de onafhankelijke arbiters in de regieruimte. Alleen voor overduidelijk buitenspel mag door de scheidsrechter worden gefloten. Bij twijfel wordt er doorgespeeld en het oordeel van de onafhankelijken afgewacht. Zij kunnen de scheidsrechter te allen tijde overrulen.

 

V Universele kalender & afspraken

Voor een WK moet een nationale ploeg minimaal zes weken bij elkaar kunnen zijn om optimaal te kunnen presteren. (Kijk naar Zuid-Korea dat vanaf januari bij elkaar was. Die ploeg was een machine, een ingespeeld geheel dat verschillende tactieken en systemen hanteerde en fysiek een uitstekende indruk maakte.) Er zijn landen geweest die amper veertien dagen voorbereiding hadden op het afgelopen WK. De speelkalender moet daarom worden aangepast in een WK-jaar, dat komt het niveau van een WK ten goede. De Cruijffs, Maradona’s en de Zidanes moeten uitgerust en fit aan de start kunnen verschijnen.

Dus:

1) de Champions League-finale moet half (eind) april worden gespeeld en is de afsluiting van het voetbalseizoen voor clubs tijdens een WK-jaar. Vanaf dat moment gaan de nationale ploegen zich voorbereiden op het WK.

2) elk voetballand heeft een hoogste afdeling van 16 clubs, zodat de topspelers meer rust krijgen en er meer speeldagen te vinden zijn voor interlands en EC-wedstrijden.

 

VI Beperkt aantal contractspelers

1 Het is van de gekke dat Ajax op een geven moment tussen de 50 en 60 contractspelers heeft. De club heeft veel te hoge salarisposten, de meeste spelers kunnen alleen maar trainen en de voetballiefhebber wordt mooie spelers onthouden. Ook in Italië komen die aantallen voor. Als pakweg Inter 36 contractspelers heeft betekent dat dat er 18 voetballers niet of nauwelijks spelen. Die spelers worden onttrokken aan de Serie A. Andere clubs zouden graag van de diensten van die spelers gebruik maken.

En er is al sprake van oneerlijke concurrentie. Club A heeft 100 miljoen te besteden, club B 900 miljoen. Als de ene club 18 spelers in dienst heeft en de andere 50 is dat een soort van competitievervalsing. Een echte competitie is gebaat bij geringe krachtverschillen. Kortom, de UEFA (FIFA) moet (en) voetbalclubs tot een maximum aantal contractspelers verplichten. Ik zou zeggen: 24 is genoeg. Misschien moeten het er 26 zijn, ook daar zou een goed onderzoek aan vooraf moeten gaan. Bij een blessuregolf pas je gewoon jeugdspelers in.

 2 Er moet paal en perk worden gesteld aan de handel in jonge spelers. Dat is gekte. Het is belachelijk dat een jongetje van dertien uit Afrika wordt weggehaald. Het is eenvoudig op te lossen: een speler die nog geen minuut in een eerste elftal heeft gespeeld mag geen contract krijgen. De nationale en internationale bonden moeten dat goed controleren. Eigenlijk ben ik er voorstander van dat een voetballer niet uit zijn land getransfereerd kan worden voor zijn 22ste. Hij moet een bepaald aantal wedstrijd in eigen land in de nationale hoogste divisie hebben gespeeld om in aanmerking te komen voor een transfer naar het buitenland. De voordelen zijn legio. De jeugdopleiding van voetbalclubs is erbij gebaat. Het publiek geniet langer van de getalenteerde voetballer (die pas op oudere leeftijd naar het buitenland vertrekt). De club zal later meer geld verdienen aan zo’n speler omdat hij tegen die tijd verder in zijn ontwikkeling is.

 2b Dit soort wetten mag niet in EU-landen. Dat is te omzeilen als de UEFA en alle nationale bonden deze mondelinge afspraken onderschrijven. Wie de code schendt wordt geboycot door de rest. Stel, Real Madrid koopt toch een 15-jarige speler van Boavista. Gevolg: de clubs worden teruggezet naar een lagere divisie, terwijl de speler voor bepaalde tijd geschorst wordt door de nationale bond.

 

Nawoord

Mijn drijfveer is, dat mag duidelijk zijn, een beter product. Want voetbal is voor verbetering vatbaar. Dat een verzekeringsbeambte een voetbalwedstrijd tussen 22 voetbalmiljonairs die grote belangen hebben fluit is anno 2002 te gek voor woorden, ook al omdat je keer op keer ziet: deze man kan alleen nooit alles zien. Vaak denk ik: in welke tijd leven we?

Mijn drijfveer is onvrede. Ik heb altijd slecht tegen onrechtvaardigheid gekund. De Schwalbe van Machlas of Rivaldo, waarvan iedereen binnen een minuut (dankzij de beelden) ziet dat het bedrog is, bederft veel. Dat moet nou maar eens afgelopen zijn. Te vaak gaat de discussie na een wedstrijd over de scheidrechter, zijn fouten, het bedrog, terwijl het over (de schoonheid van) het spel hoort te gaan.

Het zou mooi zijn als in Nederland dat vaak een voortrekkersrol wil of heeft, bepaalde experimenten worden uitgevoerd. Waarom steken wij onze nek niet uit? Het moet anders! Waarom vervullen wij geen pioniersfunctie en bieden de UEFA aan om het experimenteren met nieuwe spelregels en/of meer scheidsrechters en/of het gebruik maken van technische hulpmiddelen voor onze rekening te nemen. Die pioniersfunctie past een land als het onze goed.

Omdat ik me een betrokkene voel, omdat andere ex-voetballers het nalaten, omdat ik weer ben teruggedreven naar het voetbal, wil ik een bijdrage leveren om voetbal een beetje gezonder te maken. Ik denk zinnige bijdragen te leveren, al zal niet elke suggestie het halen. Geeft ook niet, maar praat en discussieer erover. Het is niet aan mij om met deze plannen te leuren of die per se te realiseren. Ik hoop op een brede maatschappelijke discussie – en vervolgens op veranderingen.

Nu ben ik nog onpartijdig. Niemand kan zeggen: hij praat in zijn eigen straatje. Dat is ook niet zo. Voetbal moet gewoon schoner en eerlijker verlopen. Ik zou het betreuren als uiteindelijk geen van mijn suggesties wordt overgenomen. Maar ik hou er wel rekening mee, want de UEFA en de FIFA zijn stoffige instituten. Daar blinken ze niet uit in het veranderen (verbeteren) van dingen. Jammer, maar ik heb dan in ieder geval mijn best gedaan. Straks, als ik trainer ben en ik word gedupeerd dan zal ik mijn mond niet dicht houden. Ik heb tenminste gezegd dat het anders moet…

 

Badhoevedorp, september 2002.

 

 

 

 

Uit het blad

Nog meer berichten uit deze rubriek.

Lees alle berichten >