Hard gras

https://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Theo Reitsma

3 december 2012

Gisteren zag ik de documentaire De Dertiende Man. Hij gaat over scheidsrechters. Over wat ze leuk vinden aan scheidsrechter zijn. Ik kon niets bedenken.

Een van de hoofdpersonen is een marinier. Hij fluit ook als een marinier. Hij dribbelt als een marinier. Hij is net zo streng als je hoopt dat mariniers zijn.

Hij doet alles als een marinier. Het ontbreekt er nog maar aan dat hij halverwege de wedstrijd wegvaart, op zoek naar een piraat op de rechtsbackpositie.

De marinier lacht maar weinig.

Een andere scheids die gevolgd wordt is David. David is predikant. Zijn stem is zalvend en zijn accent klinkt naar natuur, naar natte bladeren in de herfst.

Op zaterdagen fluit hij. David is zich bewust van het feit dat hij geen natuurlijk overwicht heeft: ‘Ik heb een vrij vriendelijke uitstraling.’

Dat is eigenlijk nog zwak uitgedrukt: als hij bij de Hema als knuffel in de schappen zou liggen, kocht ik ‘m meteen. “De David, nu ook voor de allerkleinsten.”

We zien David een wedstrijd fluiten. Hij lacht voortdurend. Als hij fluit, roept een van de spelers: ‘Goed zo, scheidsie, wat zie je dat toch weer goed.’

Dat is cynisch, maar David doet niet aan cynisme – hij lacht, lacht en lacht maar. Je vraagt je af waar hij het vandaan blijft halen.

Op het volgende beeld zien we David voor een zaal vol mensen staan. Een vrij gereformeerde toestand, lijkt. En David preekt: ‘Tuurlijk de hel bestaat wel, maar alleen nog in de taal. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Theo Reitsma.’

Zo’n grap, daar kun je wel een tijdje op teren, als scheids.

Delen op Twitter Delen op Facebook Delen op Google Plus

Tags voor deze blog:

Nog meer blogs van Frank Heinen

Lees alle blogs van Frank Heinen >

Frank Heinen