Hard gras

https://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Tussen Lewis Carroll en Bette Davis

16 augustus 2016

Nog maar weinig mensen kennen Albert Stubbins in de zomer van 1967. Veertien jaar is hij al geen voetballer meer. Jong gestopt, vanwege allerhande blessures. Alleen fans van Newcastle United – waar hij tijdens de oorlog in de spits stond – en Liverpool herkennen zijn naam nog. Albert Stubbins, ja, dat zegt ze wel wat. Recordaankoop toch? Bejaarde supporters herinneren zich zijn sprongkracht. Een soort opstijgen was het, iets wat je alleen uit strips kende. En stond die niet samen voorin met Jack Balmer? Zeker wel: Balmer en Stubbins vormden wat je gerust een gouden duo kunt noemen. In Liverpools kampioensjaar maakten ze beiden 28 goals. Ze zijn Torres en Kuijt, zestig jaar avant la lettre.
In de zomer van 1967 is Albert Stubbins een weinig beduidende sportjournalist wiens naam de echo van een rijk verleden draagt. Hij begrijpt dat, de tijd gaat door. Als hij op een dag thuiskomt van zijn werk, ligt er een leverkleurige, vierkante envelop op de keukentafel. Erin vindt Albert Stubbins een elpee, een kleurige hoes. Talloze koppen staren hem aan. Sommige herkent hij: Einstein, Oscar Wilde, Marilyn Monroe, Fred Astaire, Bob Dylan. En daar: de Dikke en de Dunne. In een rozenperkje staat de naam van de band in rode bloemen geschreven. Beatles.
Albert Stubbins draait de hoes om en leest, in een priegelige viltstiftletter: ‘Well done Albert, for all those glorious years of football. Paul, Ringo, George, John.’
Pas wanneer hij de voorkant van de hoes voor de tweede keer bekijkt, ziet hij het. Rechts achter George Harrison, tussen Lewis Carroll en Bette Davis.
Zijn eigen hoofd.

Delen op Twitter Delen op Facebook Delen op Google Plus

Tags voor deze blog:

Nog meer blogs van Frank Heinen

Lees alle blogs van Frank Heinen >

Frank Heinen