Hard gras

https://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Andorra

11 september 2013

Mijn enige uitwedstrijd tegen Andorra speelde ik in 1986. Ik zou voor het eerst aan de ouders van mijn nieuwe vriendin worden voorgesteld.

We vertrokken in een gele Diane vanuit Barcelona. Die was van de zuster van mijn vriendin. De zuster reed, ik zat voorin – ik was immers zo lang.
Steeds smaller wordende tweebaanswegen slingerden zich omhoog door een landschap van bergwanden, afgronden, dennenbossen en watervallen. Ik was misselijk, een opkomende hoofdpijn had zich op een onbereikbare plaats achter mijn ogen genesteld.
‘Je moet niet schrikken van mijn ouders,’ zei mijn nieuwe vriendin vanaf de achterbank. ‘Ze reageren misschien raar, maar dat wil helemaal niet zeggen dat ze je niet aardig vinden.’
Ik vroeg of we even konden stoppen. Op een ijskoude en verlaten uitsparing in de weg keek ik over een veel te laag muurtje naar een in de diepte voortrazende bergbeek. Ik wilde niet overgeven in het bijzijn van mijn nieuwe vriendin, laat staan in het bijzijn van de zuster.
De hoofdpijn was een onweersbui inclusief lichtflitsen tegen de tijd dat wij Andorra bereikten. We stonden in een veel te klein appartement. Ik had voortdurend het gevoel dat ik me moest bukken om het plafond niet te raken, maar ook om mijn toekomstige schoonouders niet te veel vanuit de hoogte aan te kijken.
‘Wat sta je daar?’ zei mijn toekomstige schoonvader tegen zijn vrouw. ‘Geef die arme jongen godverdomme een glas wijn.’
Er werd gegeten. Er waren taalproblemen. Als ik glimlachte – wat ik bijna voortdurend deed – probeerde de hoofdpijn via mijn linkeroog een uitweg te vinden.
Toen kwam het moment van afruimen. Met het bijbehorende dilemma. Als ik meehielp was ik een watje, als ik bleef zitten als een echte man…
‘Is er iets, German?’ vroeg mijn aanstaande schoonmoeder. ‘Heb je wel genoeg gegeten?’
‘Ik heb godverdomme trek in een whisky,’ zei ik.
Heel even bleef het stil, toen zei mijn schoonvader: ‘Wat zit je daar nog? Breng die jongen een whisky.’
Later die middag nam mijn schoonmoeder mijn vriendin even apart. ‘Ik dacht eerst: het is wel heel erg een buitenlander,’ zei ze. ‘Maar misschien valt het toch nog mee.’

Delen op Twitter Delen op Facebook Delen op Google Plus

Tags voor deze blog: ,

Nog meer blogs van Herman Koch

Lees alle blogs van Herman Koch >

Herman Koch