Hard gras

https://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Toon Hermans

24 september 2018

Ineens stond hij achter ons. Op het terras van het Kasteel van Sparta. Daar mocht eigenlijk niemand staan uit vrees dat de dakbedekking tussen de twee Kasteeltorens, pal boven de Ridderzaal, zou gaan lekken. Maar voor mijn vader, die in het bestuur zat, en nog een paar andere gelukzaligen werd tweewekelijks een uitzondering gemaakt. Je had een prachtig uitzicht op het veld. In je rug zat de bovenwoning van Karel Pieters, onze terreinknecht, die op zondagavond geen hap door zijn keel kreeg als Sparta verloor.
Enfin, tijdens Sparta-Sittardia (ik dacht in 1960) stond hij plotseling achter ons. Hij kwam immers uit Sittard: de grote komiek Toon Hermans. Mijn andere held, Adje Verhoeven, de kanthalf van Sparta, had hem waarschijnlijk uitgenodigd, dat bleken vrienden. Het viel me op dat ze steeds meer op elkaar waren gaan lijken: allebei een rond stoer playboy-hoofd met van dat dikke borstelige stekelhaar.
Normaal gesproken gingen we op de langwerpige bank zitten tegen het lage muurtje, maar meneer Hermans stond als een veldheer achter ons over het prachtige Sparta-terrein uit te kijken. Kennelijk bleef hij liever staan, waarop wij – vijf man sterk – uit respect ook opstonden en ons links en rechts naast hem posteerden.
Toon was getooid met een dikke knalrode geitenwollen sjaal, die hij in een knoop om zijn nek had gedaan. Ik stond hem, twee plaatsen ernaast, alleen maar ongegeneerd aan te staren. Met stomheid geslagen. Letterlijk. Ik heb bijna niets van de wedstrijd gezien behalve wat vermoedelijk het hoogtepunt was: Ad Verhoeven haalde met zijn verwoestende schot uit en een klein kaal mannetje, stopperspil Joep Beckers, zakte olijk door zijn knieën, waardoor het leder onder hem doorschoot. Tot verbijstering van de doelman van Sittard, die zich een ongeluk schrok, en vermaak van het publiek.
Voor de rest staarde ik alleen maar naar Toon. Tot hij op een gegeven moment iets naar voren boog, me aankeek en met die waanzinnige Prodent-lach van hem zei: “Hé knul, wel een beetje in beweging blijven, hè, anders bevries je.” Het was een zonnige maar ijskoude winterdag. Hij deed voor hoe dat moest. “Kijk!” zei hij. En wipte zijn hielen op en neer, schudde swingend met zijn schouders en blies: “Brrrrrr…”
Een beter contact heb ik nooit meer met hem gehad.

Delen op Twitter Delen op Facebook Delen op Google Plus

Tags voor deze blog:

Nog meer blogs van Leo Verheul

Lees alle blogs van Leo Verheul >

Leo Verheul