Hard gras

https://www.hardgras.nl

Delen op Google Plus Delen op Facebook Delen op Twitter

Cyclisch

17 oktober 2017

De gelijkenissen tussen het Nederlandse voetbal nu en in de vroege jaren tachtig stapelen zich onmiskenbaar op. Zo haalde Ajax in 1980 nog de halve finale van de Europacup I (zie de Europa League finale van vorig seizoen), om de jaren erna telkens vroegtijdig te worden uitgeschakeld door internationale middelmaat als Celtic en Olympiakos Piraeus. Feyenoord redde het in de Uefa Cup van ‘81-‘82 zelfs niet tegen het onbetekende Radnicki Nis, en werd anders wel weggespeeld door Tottenham Hotspur. PSV, op zijn beurt, kon niet eens op tegen Europese onderdeurtjes als Rapid Wien en Dundee United.

Het Nederlands elftal, in verval, ombouw en tenslotte wederopbouw na de glorieuze jaren zeventig, faalde hopeloos op het EK’80 en miste vervolgens drie grote toernooien op rij. International Michel van de Korput speelde bij Torino, Wim Kieft bij Pisa, Jan Peters bij Genoa, Simon Tahamata bij Standard Luik, Frans Thijssen en Arnold Mühren bij Ipswich Town, Hugo Hogenkamp bij Wacker Innsbruck, Tscheu La Ling bij Panathinaikos, en Pierre Vermeulen ging zomer 1985 naar Paris Saint Germain, om er in no time vast te lopen.

Bovengenoemde Van de Korput gaf een WK-kwalificatiewedstrijd lang thuis tegen Oostenrijk constant hoge ballen op Tahamata. We moesten het in Oranje hebben van Jurrie Koolhof, Edo Ophof, Bennie Wijnstekers, Cees van Kooten, Peter Boeve, Peter Houtman. De toestand van het Nederlandse voetbal in de eerste helft van de jaren tachtig was, kortom, met gemak vergelijkbaar deplorabel als tegenwoordig.

De later gebleken extra klasse en onschatbaar grote waarde van de toentertijd sterk opkomende generatie late tieners en vroege twintigers was nog moeilijk in te schatten, laat staan bij benadering te voorspellen. Net als nu.

Gerald Vanenburg gold toen voor de meeste insiders bijvoorbeeld als veruit het grootste Nederlandse voetbaltalent, beter dan teamgenoot Frank Rijkaard, die als middenvelder hetzelfde niveau werd toegedicht als de flamboyante Feyenoorder Mario Been. Buitenspeler Ruud Gullit had zeker mogelijkheden, maar moest eerst eens leren een bal aan te nemen, zo werd geoordeeld, terwijl Marco van Bastens mentaliteit voor topvoetbal in de media serieus werd betwijfeld: gemakzucht lag bij de jonge spits van Ajax op de loer.

Delen op Twitter Delen op Facebook Delen op Google Plus

Tags voor deze blog: , , , ,

Nog meer blogs van Zeger van Herwaarden

Lees alle blogs van Zeger van Herwaarden >

Zeger van Herwaarden